ECLI:NL:RBOBR:2025:5382

ECLI:NL:RBOBR:2025:5382, Rechtbank Oost-Brabant, 27-08-2025, C/01/411924 / HA ZA 25-68

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 27-08-2025
Datum publicatie 02-09-2025
Zaaknummer C/01/411924 / HA ZA 25-68
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289

Samenvatting

Incident: geen niet ontvankelijkheid bij subjectieve cumulatie.

Uitspraak

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding,

de incidentele conclusie van exceptief verweer,

de akte houdende wijziging eis tevens conclusie van antwoord in incident.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. Over de hoofdzaak in het kort

[A] B.V. is een familiebedrijf. Zij drijft een onderneming die is begonnen als eenmanszaak van [B] en zij richt zich op de handel in tapijten en vloerkleden. De aandelen in [A] B.V. zijn ondergebracht in [eiser 1] . Onder andere [eiser 2] en OMG Holding houden aandelen in [eiser 1] . Na het overlijden van [B] in 2021 zijn de verhoudingen tussen de aandeelhouders verslechterd. Bij dagvaarding vordert [eiser 2] op grond van een aandeelhoudersovereenkomst dat OMG Holding haar aandelen in [eiser 1] overdraagt. [eiser 1] vordert bij dagvaarding betaling door OMG Holding van een bedrag van

€ 217.120,00, zijnde het saldo van de rekening-courantverhouding tussen hen beide.

3. De beoordeling in het incident

OMG Holding vordert dat de rechtbank [eiser 1] en [eiser 2] niet ontvankelijk verklaart in hun vorderingen. OMG Holding stelt dat er tussen de verschillende vorderingen niet een zodanige samenhang bestaat dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen. Het belang van [eiser 1] is van een andere orde dan het belang van [eiser 2] . Beide eiseressen hebben niet het recht om in één procedure twee verschillende vorderingen in te stellen tegen één gedaagde.

[eiser 1] en [eiser 2] voeren aan dat er tussen hun vorderingen op OMG Holding voldoende samenhang bestaat, zodat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen. Partijen zijn niet alleen binnen hetzelfde (familie-)concern actief, maar ook heeft de communicatie over zowel de aandelen als de rekening-courantverhouding in dezelfde stukken plaatsgevonden. Tijdens de onderlinge gesprekken is er altijd naar gestreefd dat er een totaaloplossing zou komen voor deze gezamenlijke problematiek.

De rechtbank oordeelt als volgt. In deze zaak is sprake van subjectieve cumulatie in die zin dat twee eiseressen ieder een eigen vordering op gedaagde hebben. Of tussen beide vorderingen voldoende samenhang bestaat kan in het midden blijven. Het ontbreken van voldoende samenhang kan namelijk niet tot niet-ontvankelijkheid leiden (HR 27 oktober 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC6384, NJ 1980/102). Dat betekent dat de vordering van OMG Holding wordt afgewezen.

Uit de hiervoor vermelde uitspraak van de Hoge Raad volgt ook dat indien er onvoldoende samenhang bestaat tussen de verschillende vorderingen een rechter ambtshalve of op verzoek van een partij kan besluiten de subjectieve cumulatie niet toe te staan en tot splitsing van het geding over te gaan. Geen van partijen heeft echter splitsing van het geding gevorderd en de rechtbank ziet ook geen aanleiding om daartoe ambtshalve over te gaan.

OMG Holding is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser 1] en [eiser 2] worden begroot op € 792,00, bestaande uit € 614,00 aan salaris advocaat en € 178,00 aan nakosten (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4. De beslissing

De rechtbank

in het incident

wijst het gevorderde af,

veroordeelt OMG Holding in de proceskosten van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als OMG Holding niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt OMG Holding tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na dit vonnis zijn betaald,

in de hoofdzaak

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 8 oktober 2025 voor conclusie van antwoord en uitlating door OMG Holding over de eiswijziging.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand