ECLI:NL:RBOBR:2026:6591

ECLI:NL:RBOBR:2026:6591

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 08-09-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer 12238349 EJ VERZ 26-316
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Eindhoven

Samenvatting

Wwz. Ontbindingsverzoek op a-grond (bedrijfseconomische redenen) toegewezen. Geen opzegverbod, want werknemer heeft zich ziekgemeld nadat het ontslagverzoek door het UWV is ontvangen. Herplaatsing is niet binnen redelijke termijn mogelijk.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Eindhoven

Zaaknummer / rekestnummer: 12238349 \ EJ VERZ 26-316

Beschikking van 8 september 2026

in de zaak van

VIGGO EIN SPV B.V.,

te Eindhoven,

verzoekende partij,

hierna te noemen: “Viggo EIN SPV”,

gemachtigde: mr. R. Zwanenberg,

tegen

[verweerder] ,

te [woonplaats] ,

verwerende partij,

hierna te noemen: “ [verweerder] ”,

procederend in persoon.

De zaak in het kort

In deze zaak verzoekt de werkgever, Viggo EIN SPV, om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer, [verweerder] . De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat er een redelijke grond is voor ontbinding, te weten bedrijfseconomische redenen. Met het oog op haar financiële situatie heeft Viggo EIN SPV zich genoodzaakt gezien om een reorganisatie door te voeren. Daarbij is de functie van [verweerder] komen te vervallen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift,

- het verweerschrift,

- aanvullende stukken van Viggo EIN SPV van 19 augustus 2026,

- de mondelinge behandeling van 25 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden gezamenlijk met twee andere procedures van werknemers tegen Viggo EIN SPV. Dit betreft de procedures met zaaknummers: 12238346 EJ 26-314 en 12238347 EJ 26-315.

In deze procedures wordt daarom op dezelfde datum beschikking gegeven.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2. Relevante feiten en omstandigheden

Viggo EIN SPV maakt sinds haar overname door Viggo Eindhoven Aiport B.V. op of omstreeks 17 december 2025 onderdeel uit van het Viggo-concern (hierna genoemd: “Viggo”). Voorafgaand aan de overname maakte Viggo EIN SPV onderdeel uit van het

Skytanking-concern (hierna genoemd: “Skytanking”). Skytanking is een Duits concern, dat met Viggo concurrerende activiteiten ontplooit. Viggo EIN SPV was door Skytanking opgericht om met Viggo concurrerende activiteiten op te pakken en uit te voeren op het vliegveld Eindhoven Airport. In dit kader droeg Viggo EIN SPV tot 11 februari 2026 de statutaire naam Skytanking Netherlands B.V. (Skytanking Netherlands).

Viggo, en de afzonderlijke vennootschappen daarvan, verlenen een breed scala aan diensten op het gebied van de luchtvaart, waaronder de grond- en bagageafhandeling van vliegtuigen/vliegvelden. In dat kader zijn deze vennootschappen samenwerkingen aangegaan met vliegvelden (Eindhoven Airport en Schiphol) en luchtvaartmaatschappijen.

Viggo is, op haar beurt, in het voorjaar van 2026 overgenomen door Unifi Aviation, een Amerikaans concern dat zich (eveneens) bezighoudt met dienstverlening in de luchtvaartsector.

[verweerder] , geboren [geboortedatum] 1992, is sinds 1 mei 2024 in dienst bij Viggo EIN SPV. De functie van [verweerder] was Operations Duty Manager met een loon van laatstelijk € 4.644,37 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiebijslag.

Bij e-mail van 7 juli 2025 bevestigde Skytanking Netherlands dat [verweerder] met ingang van 1 augustus 2025 zou worden benoemd tot Deputy Ground Operations Manager. Tevens werd aangegeven dat hij reeds vóór deze datum zou starten met het overnemen van werkzaamheden die bij deze managementfunctie behoorden.

Viggo EIN SPV was voor de overname door Viggo, een concurrent van

Viggo. Met haar komst op Eindhoven Airport (na haar oprichting door Skytanking), had zij

een deel van de activiteiten van Viggo overgenomen. Dit betrof in het bijzonder de

afhandeling van de vliegtuigen van Ryanair. Het is Skytanking niet gelukt om de activiteiten van Viggo EIN SPV goed georganiseerd te krijgen, met als gevolg dat veel aspecten van de bedrijfsvoering niet goed verliepen. De chaos die speelde binnen de bedrijfsvoering van Viggo EIN SPV kwam ook terug in haar financiële situatie. De verliezen waren fors en er was geen vooruitzicht op verbetering. Deze situatie was dusdanig hopeloos dat een faillissement onafwendbaar leek. Als directe concurrent, die niet alleen actief is in hetzelfde werkveld, maar ook feitelijk op dezelfde locatie werkzaam is, ontgingen Viggo deze ontwikkelingen en geluiden niet. In dat kader kwam bij Viggo de keuze voor te liggen om de ontwikkelingen bij (en binnen) Skytanking af te wachten (waarbij een faillissement van Viggo EIN SPV een kwestie van tijd leek), of in gesprek te treden over een (aandelen) overname. Viggo heeft besloten om in gesprek te treden over een overname van Viggo EIN SPV, en uiteindelijk om deze vennootschap over te nemen. Viggo had er namelijk baat bij dat de naam en reputatie van Eindhoven Airport en haarzelf, voor zover dat in haar macht lag, behouden bleef. Tegelijkertijd was een reorganisatie bij Viggo EIN SPV onafwendbaar.

Bij dit alles speelde mee dat de capaciteit op Eindhoven Airport niet alleen relatief

beperkt is, maar ook gemaximeerd. Eindhoven Airport zit aan zijn max. Er kunnen niet

meer vliegtuigen landen dan de (ene) landingsbaan aankan. Daarbij komt de baansluiting van 1 februari 2027 tot en met 18 juli 2027 (met het oog op de vervanging van de landingsbaan), waardoor de activiteiten van Viggo EIN SPV in dat jaar grotendeels stilliggen. Het gevolg hiervan is dat de te realiseren omzet voor Viggo eveneens gemaximeerd is.

Alles tegen elkaar afwegende vond Viggo een reorganisatie, bestaande uit een inkrimping van het personeelsbestand, noodzakelijk en heeft Viggo EIN SPV besloten om management-functies, waaronder de functie van Duty Manager en Supervisor te laten vervallen. De werkzaamheden van deze functies konden namelijk het gemakkelijkst en met de minste

consequenties worden herverdeeld onder collega's. Hierdoor had het vervallen van deze functies de minste impact op- en/of gevolgen voor de bedrijfsvoering van Viggo EIN SPV,

terwijl hiermee wel de beoogde besparingen gerealiseerd konden worden.

In totaal betrof dit een groep van net geen twintig personen. [verweerder] is een van de medewerkers die deze functie vervulde.

Voordat Viggo EIN SPV met de betrokken medewerkers, waaronder [verweerder] , in gesprek was getreden, had zij een Formulier A bij het UWV ingediend.

[verweerder] heeft zich ziekgemeld op 15 december 2025.

Nadat [verweerder] had uitgesproken dat hij niet openstond voor een minnelijke regeling, heeft

Viggo EIN SPV de procedure bij het UWV voortgezet.

Bij beschikking van 20 maart 2026 heeft het UWV de ontslagaanvraag afgewezen.

Viggo EIN SPV wendt zich daarom tot de kantonrechter met het verzoek om de

arbeidsovereenkomst met [verweerder] (alsnog) te ontbinden.

3. Het verzoek en het verweer

Viggo EIN SPV verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden vanwege bedrijfseconomische redenen (a-grond). Viggo EIN SPV heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd - kort weergegeven - dat Viggo EIN SPV in een dusdanig slechte

financiële situatie verkeert dat een reorganisatie onvermijdelijk was. Daartoe voert zij het volgende aan.

Het UWV heeft in haar beschikking van 20 maart 2026 uitgesproken dat zij "Werkgever [lees: Viggo EIN SPV] [kan] volgen in zijn stelling dat de personeelskosten zwaar drukken op de cijfers en dat er naast overige kostenbesparende maatregelen, ook een besparing van de personeelskosten nodig is."

Het UWV heeft daar vervolgens aan toegevoegd: "[Wij] vinden het aannemelijk dat er op personeelskosten bezuinigd moet worden om het tij te keren en de continuïteit van de onderneming te waarborgen".

Viggo EIN SPV benadrukt dat deze financiële situatie nog steeds niet is verbeterd. Zij lijdt

onverminderd, op dagelijkse basis, zeer substantiële verliezen. Dit wordt voor een wezenlijk gedeelte veroorzaakt doordat Viggo EIN SPV nog niet alle arbeidsovereenkomsten waarvan zij tot een beëindiging wil komen, heeft kunnen beëindigen (deels doordat het UWV een ontslagvergunning heeft geweigerd, deels doordat de betrokkenen ontslagbescherming genieten). Hierdoor loopt Viggo EIN SPV momenteel achter op haar prognoses. Viggo EIN SPV meent dat zij hiermee een redelijke grond heeft om tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst te kunnen komen, te weten de a-grond van artikel 7:669 lid 3 onder a BW.

Verder is Viggo EIN SPV zich bewust van de herplaatsingsplicht die in dit kader op haar rust. [verweerder] is echter kort nadat Viggo EIN SPV een ontslagvergunning heeft aangevraagd bij het UWV, op medische gronden uitgevallen uit het arbeidsproces.

Viggo EIN SPV heeft gezocht naar functies die passend zouden (kunnen) zijn voor [verweerder] en heeft aangeboden om hierover met [verweerder] in gesprek te treden, maar het is de eigen afweging van [verweerder] geweest om dat gesprek niet aan te gaan.

Nadien zijn geen passende functies beschikbaar gekomen en [verweerder] heeft ook zelf geen vacatures van passende functies aangedragen.

[verweerder] verweert zich tegen het ontbindingsverzoek en verzoekt de kantonrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. het verzoek van Viggo EIN SPV tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af te wijzen;

2. Viggo EIN SPV te veroordelen in de kosten van deze procedure, voor zover rechtens mogelijk;

3. althans iedere beslissing te nemen die uw kantonrechter in goede justitie passend acht.

[verweerder] voert aan - kort samengevat – aan dat hij sinds zijn ziekmelding op

15 december 2025 onder behandeling van zijn huisarts en andere medische behandelaars staat, vanwege ernstige psychische klachten. Hij was en is volledig arbeidsongeschikt. Sinds zijn ziekmelding staat herstel centraal.

[verweerder] heeft gedurende de gehele UWV ontslagprocedure niet bestreden dat een werkgever onder omstandigheden mag reorganiseren, of dat bedrijfseconomische omstandigheden daartoe aanleiding kunnen geven. Ook het UWV heeft geoordeeld dat de bedrijfs-economische noodzaak van reorganisatie door Viggo EIN SPV voldoende aannemelijk was gemaakt. Het geschil tussen partijen ziet daarom niet op de vraag of Viggo EIN SPV mocht reorganiseren, maar ziet op de vraag of Viggo EIN SPV voldoende heeft aangetoond dat juist de arbeidsplaats van [verweerder] structureel is vervallen én of Viggo EIN SPV daadwerkelijk heeft voldaan aan haar verplichting om [verweerder] te herplaatsen.

Deze verplichting vraagt om een individuele beoordeling van de werknemer.

Algemene aannames over functies, of een algemene beschrijving van de organisatie zijn daarvoor onvoldoende. [verweerder] beschikt over een uitzonderlijk brede achtergrond binnen de luchtvaartsector. Gedurende ruim twaalf jaar heeft hij gewerkt op Schiphol Airport in uiteenlopende operationele én leidinggevende functies.

Hij heeft ervaring opgedaan met onder meer:

• operationeel management;

• vluchtcoördinatie;

• turnaroundprocessen;

• crew control;

• personeelsplanning;

• leidinggeven aan operationele teams;

• internationale luchthavenoperaties.

Deze ervaring maakte hem juist breed inzetbaar binnen luchthavenorganisaties. Desondanks heeft Viggo EIN SPV zich gedurende de UWV-procedure op het standpunt gesteld dat [verweerder] niet geschikt zou zijn voor functies binnen de Schipholorganisatie, onder meer omdat de operatie op Schiphol complexer zou zijn dan die op Eindhoven Airport.

Dit wordt door [verweerder] betwist. Hij heeft immers jarenlang binnen die complexere Schiphol-operatie gewerkt. Zijn ervaring op Schiphol vormde bovendien één van de redenen om hem destijds bij Skytanking Netherlands aan te nemen en later zelfs te promoveren tot Deputy Ground Operations Manager. Onder die omstandigheden had van Viggo EIN SPV mogen worden verwacht dat zij concreet en individueel motiveerde waarom [verweerder] desondanks niet geschikt zou zijn voor beschikbare functies binnen de Viggo organisatie.

Tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid heeft geen individueel gesprek plaatsgevonden, waarin met [verweerder] zijn opleiding, managementervaring, operationele achtergrond en concrete herplaatsingsmogelijkheden zijn besproken. Dat is verklaarbaar doordat [verweerder] zich gedurende deze gehele periode in een medisch kwetsbare situatie bevond, want zowel door de bedrijfsarts als in de onafhankelijke second opinion werd geconcludeerd immers dat zijn belastbaarheid nog ontoereikend was voor daadwerkelijke werkhervatting en dat de nadruk volledig diende te blijven liggen op herstel.

De enige vacature die tijdens één van de laagdrempelige koffiemomenten concreet aan de orde is gekomen, betrof een functie als Ramp Agent. Nog daargelaten of deze functie, gelet op de kennis, ervaring en het functieniveau van [verweerder] als passend kan worden beschouwd, was een dergelijk gesprek naar het oordeel van [verweerder] niet in overeenstemming met de medische adviezen. Zowel de bedrijfsarts als de onafhankelijke bedrijfsarts adviseerden immers dat de contacten tussen Viggo EIN SPV en [verweerder] juist laagdrempelig, steunend en vrij van extra druk dienden te blijven.

4. De beoordeling

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.

Ontvankelijkheid

Het UWV heeft op 20 maart 2026 geweigerd toestemming te geven voor de door Viggo EIN SPV aangevraagde ontslagvergunning op grond van bedrijfseconomische noodzaak.

Op grond van artikel 7:686a lid 4 sub d BW is de werkgever in dat geval bevoegd om binnen twee maanden na de dag waarop de toestemming is geweigerd een verzoekschrift bij de kantonrechter in te dienen als hier aan de orde. Viggo EIN SPV heeft het verzoek op 22 mei 2026 ingediend en kan hierin dus worden ontvangen.

Wettelijk kader: ontbinding vanwege bedrijfseconomische redenen

Een arbeidsovereenkomst kan op grond van artikel 7:669 lid 1 BW alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is, of niet in de rede ligt.

Verder volgt uit artikel 7:671b lid 2 dat de kantonrechter een ontbindingsverzoek alleen kan inwilligen indien er geen opzegverboden als bedoeld in artikel 7:670 BW gelden.

Geen opzegverbod

In artikel 7:670 lid 1 BW is het opzegverbod tijdens ziekte opgenomen. Hierop zijn slechts enkele uitzonderingen. In het geval van [verweerder] gaat het om de uitzondering zoals genoemd in artikel 7:670 lid 1 onderdeel b BW, een ziekmelding nadat het ontslagverzoek door het UWV is ontvangen. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 18 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:276, beslist dat een ontbindingsverzoek op de a-grond kan worden toegewezen als de werknemer arbeidsongeschikt is geworden in de periode tussen de ontslagaanvraag bij het UWV en het verzoek om ontbinding aan de kantonrechter. Dit is bij [verweerder] het geval, want zijn ziekmelding op 15 december 2025 dateert van na de indiening van Formulier A bij het UWV op 12 december 2025.

Redelijke grond

Voor het antwoord op de vraag of een redelijke grond voor ontbinding aanwezig is, moet in het geval van [verweerder] worden getoetst of is voldaan aan artikel 7:669 lid 3 onder a BW. Viggo EIN SPV moet aannemelijk maken dat, over een toekomstige periode van ten minste 26 weken bezien, de arbeidsplaats van [verweerder] noodzakelijkerwijs is vervallen als gevolg van de voor een doelmatige bedrijfsvoering getroffen reorganisatie.

Bij de beoordeling van het verzoek om anders te beslissen dan het UWV heeft gedaan kunnen ook nieuwe feiten en omstandigheden worden betrokken, die zich hebben voorgedaan nadat het UWV een besluit heeft genomen. Uit de Memorie van Toelichting (Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3) volgt dat i) de rechter het verzoek moet toetsen aan dezelfde (wettelijke) criteria als het UWV doet (dit zijn met name de bepalingen uit de zogenaamde Ontslagregeling), ii) de werkgever aannemelijk zal moeten maken dat de beslissing die aan het verval van arbeidsplaatsen ten grondslag ligt, noodzakelijk is in het belang van een doelmatige bedrijfsvoering en iii) dat er wel ruimte moet zijn voor de werkgever om dergelijke beslissingen te nemen. De werkgever moet zijn onderneming zo kunnen inrichten dat het voortbestaan ervan ook op langere termijn verzekerd is. Bij de toetsing van die beslissing van de werkgever past dan ook een zekere mate van terughoudendheid van de rechter.

In de ontslagaanvraag bij het UWV heeft Viggo EIN SPV aangevoerd dat er sprake is van een bedrijfseconomische noodzaak, die maakt dat de functie van [verweerder] is komen te vervallen. Samengevat stelt Viggo EIN SPV in dit verband, dat zij in een dusdanig slechte financiële situatie verkeert dat een reorganisatie, bestaande uit een inkrimping van het personeelsbestand, noodzakelijk was. Viggo EIN SPV heeft besloten om enkele managementfuncties, waaronder de functie van Duty Manager en Supervisor, te laten vervallen. Naar de inschatting van Viggo EIN SPV konden de werkzaamheden van deze functies het gemakkelijkst en met de minste consequenties worden herverdeeld onder collega’s. Hierdoor had het vervallen van deze functies de minste impact op en/of gevolgen voor de bedrijfsvoering van Viggo EIN SPV, terwijl daarmee wel de beoogde besparingen gerealiseerd konden worden. Niet enkel de positie van [verweerder] is komen te vervallen, in totaal betrof dit een groep van net geen twintig personen.

Het UWV heeft in haar beschikking van 20 maart 2026 uitgesproken dat zij Viggo EIN SPV kan volgen in haar stelling dat de personeelskosten zwaar drukken op de cijfers en dat er naast overige kostenbesparende maatregelen, ook een besparing van de personeelskosten nodig is. Viggo EIN SPV heeft in deze ontbindingsprocedure onweersproken gesteld en tijdens de mondelinge behandeling ook afdoende toegelicht dat noodzaak was - en onverminderd is - om te komen tot een besparing van loonkosten.

De kantonrechter is daarom van oordeel dat Viggo EIN SPV voldoende heeft onderbouwd dat in het verlengde van de reorganisatie het verval van de functies van Duty Manager, waaronder de functie van [verweerder] als Operations Duty Manager, noodzakelijk is.

Afspiegelingsbeginsel

Nu alle arbeidsplaatsen en functies van Duty Managers vervallen, is de toets of het zogenoemde afspiegelingsbeginsel is nageleefd, niet aan de orde.

Herplaatsingsplicht

Omdat het verweer van [verweerder] zich hoofdzakelijk richt op de stelling dat Viggo EIN SPV zich onvoldoende heeft ingespannen voor zijn herplaatsing, zal de kantonrechter zijn beoordeling toespitsen op de vraag of Viggo EIN SPV de op haar rustende herplaatsingsplicht jegens [verweerder] is nagekomen.

Vooropgesteld wordt dat geen sprake is van de situatie dat herplaatsing niet in de rede ligt, bijvoorbeeld als gevolg van verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] .

Beoordeeld moet dus worden of herplaatsing van [verweerder] binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie mogelijk is.

Daarbij moet worden uitgegaan van de situatie zoals die bestaat op de dag waarop door de kantonrechter wordt beslist op het ontbindingsverzoek van de werkgever (artikel 10 lid 4 Ontslagregeling). De redelijke termijn is gelijk aan de door de werkgever in acht te nemen opzegtermijn (artikel 10 lid 1 Ontslagregeling).

Onder een passende functie wordt een functie verstaan die aansluit bij de opleiding, ervaring en capaciteiten van een werknemer, of waarvoor hij binnen een redelijke termijn met behulp van scholing geschikt zal kunnen zijn (vgl. artikel 9 lid 3 Ontslagregeling). Daarbij zal het in de regel gaan om functies die aansluiten bij het niveau van de werkzaamheden die een werknemer heeft verricht. Hoewel het aan de werkgever is om te beoordelen welke werknemer het meest geschikt is voor het vervullen van een vacature, moet hij die keuze wel kunnen verantwoorden als die ter discussie wordt gesteld.

De kantonrechter is van oordeel dat Viggo EIN SPV de op haar rustende herplaatsingsverplichting van artikel 7:669 lid 1 BW jegens [verweerder] is nagekomen. Daarbij is het volgende in overweging genomen.

Viggo EIN SPV heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat in december 2025, vanuit een chaotische overname is gehandeld. Op 15 december 2025 zijn groepsgesprekken met medewerkers van Skytanking Netherlands gehouden, waarin is medegedeeld dat er gereorganiseerd moest worden. Uit niets bleek dat Viggo EIN SPV plek had voor operationele of coördinerende leidinggevende functies. Volgens Viggo EIN SPV is daarbij van belang dat ‘er niets klopte’ van de functiebeschrijvingen en salarisschalen van Skytanking Netherlands. Dit moest eerst worden uitgezocht en daarmee is enige tijd gemoeid geweest. Met [verweerder] is daarom in december 2025 geen herplaatsingsgesprek gevoerd.

Viggo EIN SPV heeft voldoende gemotiveerd gesteld dat zij, nadat zij was opgenomen in de Viggo organisatie, wel concern-breed heeft gekeken naar herplaatsingsmogelijkheden voor de vervallen functies.

Verder heeft Viggo EIN SPV voldoende aangetoond dat ook nadat zij was opgenomen in de Viggo organisatie er nauwelijks passende vacatures beschikbaar zijn gekomen. Hierbij moet bij [verweerder] worden meegewogen dat hij momenteel nog steeds volledig arbeidsongeschikt is, waardoor geen herplaatsingsgesprekken mogelijk zijn over welke passende functie dan ook.

Viggo EIN SPV heeft tijdens de mondelinge behandeling voldoende toegelicht dat het gesprek over de functie van Ramp Agent dat tijdens een koffiemoment met [verweerder] is gehouden, geen herplaatsingsgesprek betrof, maar een gesprek om mogelijkheden voor passende werkzaamheden te inventariseren in het kader van zijn re-integratie.

De kantonrechter begrijpt uit de gedingstukken en het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling dan ook dat gesprekken over de vraag of, en in hoeverre er passende functies voor [verweerder] zijn op Eindhoven Airport of op Schiphol in het kader van de herplaatsingsplicht van Viggo EIN SPV, vanwege de arbeidsongeschiktheid van [verweerder] nog niet plaats hebben kunnen vinden.

Verder is niet door [verweerder] gesteld en is dit ook niet aannemelijk dat herplaatsing van [verweerder] in een passende functie (op Schiphol of Eindhoven Airport) binnen de termijn van tenminste 26 weken mogelijk zal zijn. Daarbij neemt de kantonrechter mede in aanmerking dat Viggo EIN SPV tijdens de mondelinge behandeling heeft toegelicht dat momenteel de voor [verweerder] als passend gekwalificeerde functiegroepen op Eindhoven Airport vol zijn, dat Viggo geen passende vacatures meer open heeft staan en dat deze binnen afzienbare termijn van tenminste 26 weken ook niet te verwachten zijn, gelet op de sluiting van de enige beschikbare landingsbaan van Eindhoven Airport van 1 februari 2027 tot en met 18 juli 2027.

Conclusie: ontbinding arbeidsovereenkomst

De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst van [verweerder] zal worden ontbonden. Het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden bepaald op 1 november 2026. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure.

Transitievergoeding

Viggo EIN SPV heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat [verweerder] recht heeft op een transitievergoeding. Deze transitievergoeding bedraagt, gelet op de duur van het dienstverband en het laatstgenoten salaris vermeerderd met 8% vakantiebijslag, berekend op basis van de door Viggo Ein SPV overgelegde loonstrook van april 2026,€ 5015,92 bruto. De kantonrechter zal Viggo EIN SPV veroordelen tot betaling van die transitievergoeding. Voor zover het maandsalaris van [verweerder] na april 2026 is verhoogd, moet Viggo Ein SPV aan [verweerder] een transitievergoeding betalen die is berekend op basis van dat hogere maandsalaris. De kantonrechter gaat ervan uit dat Viggo Ein SPV daaraan vrijwillig zal voldoen.

Proceskosten

De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat de aard van de zaak daartoe aanleiding geeft en geen sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van één van beide partijen.

5. De beslissing

De kantonrechter

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 november 2026,

veroordeelt Viggo EIN SPV om aan [verweerder] een transitievergoeding te betalen van € 5.015,92 bruto,

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,

wijst af het meer of anders verzochte,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.A. van Voorthuizen en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand