ECLI:NL:RBOVE:2025:5623

ECLI:NL:RBOVE:2025:5623, Rechtbank Overijssel, 16-09-2025, 11712878 \ CV EXPL 25-1655

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 16-09-2025
Datum publicatie 22-09-2025
Zaaknummer 11712878 \ CV EXPL 25-1655
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289 BWBR0031432

Samenvatting

SWZ vordert betaling van de huurachterstand, te vermeerderen met rente en kosten. Omdat deze vorderingen door gedaagde niet betwist worden, wijst de kantonrechter deze vorderingen toe. Daarnaast vordert SWZ betaling van de toekomstige huurtermijnen. Deze vordering wijst de kantonrechter af, omdat SWZ haar belang deze vordering niet heeft gemotiveerd.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 11712878 \ CV EXPL 25-1655

Vonnis van 16 september 2025

in de zaak van

WONINGSTICHTING SWZ,

te Zwolle,

eisende partij,

hierna te noemen: SWZ,

gemachtigde: Smit en Legebeke,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord,- de conclusie van repliek,- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De zaak in het kort

SWZ vordert betaling van de huurachterstand, te vermeerderen met rente en kosten. Omdat deze vorderingen door [gedaagde] niet betwist worden, wijst de kantonrechter deze vorderingen toe. Daarnaast vordert SWZ betaling van de toekomstige huurtermijnen. Deze vordering wijst de kantonrechter af, omdat SWZ haar belang deze vordering niet heeft gemotiveerd.

3. De feiten

Tussen SWZ als verhuurster en [gedaagde] als huurder bestaat sinds 17 juli 2001 een huurovereenkomst (hierna: de huurovereenkomst) met betrekking tot de woning aan de [adres] (hierna: de woning).

De huurprijs bedraagt € 563,14 per maand. [gedaagde] heeft een betalingsachterstand in de huur laten ontstaan. SWZ heeft [gedaagde] daar meerdere brieven over gestuurd.

4. Het geschil en het verweer

SWZ vordert na vermindering van eis - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de huurachterstand van de maand november 2024 ter hoogte van € 477,02, vermeerderd met rente en kosten.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] erkent dat er sprake is van een huurachterstand. Hij de huur van november 2024 pas op 25 november 2024 betalen, maar SWZ ging daar niet mee akkoord. [gedaagde] wil graag een betalingsregeling treffen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5. De beoordeling

Huurachterstand

[gedaagde] heeft de huurachterstand erkend. Dit betekent dat de huurachterstand van € 477,02 door de kantonrechter zal worden toegewezen. De kantonrechter wijst [gedaagde] erop dat hij – ook na dit vonnis – aan SWZ kan vragen of zij akkoord gaat met een betalingsregeling. Het is dan aan SWZ of zij daarmee akkoord gaat.

Toekomstige huur

SWZ vordert daarnaast – zo leest de kantonrechter – betaling van de toekomstige huurtermijnen. SWZ heeft haar vordering niet (nader) gemotiveerd, bijvoorbeeld door te stellen dat zij goede gronden heeft om te vrezen dat [gedaagde] de huur in de toekomst niet zal betalen. De kantonrechter wijst de vordering van SWZ tot betaling van toekomstige huur daarom af.

Buitengerechtelijke incassokosten

SWZ vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. SWZ heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 89,64 worden toegewezen.

De proceskosten

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van SWZ worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

146,15

- griffierecht

€

340,00

- salaris gemachtigde

€

135,00

(1 punt × € 135,00)

- nakosten

€

67,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

688,65

6. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan SWZ te betalen een bedrag van € 477,02, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 21 mei 2025 (de dag van de dagvaarding), tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] om aan SWZ te betalen een bedrag van € 89,64 aan buitengerechtelijke kosten,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 688,65, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op

16 september 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand