RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer / rekestnummer: C/08/349427 / HA RK 26-82
Beschikking van 1 september 2026
in de zaak van
ROB KLEIN q.q., in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Mavitap B.V.,
te Zwolle,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Curator,
advocaat: mr. L. Huttinga,
tegen
1. [verweerder 1] , handelend onder de naam [bedrijf] ,
te [plaats] ,2. [verweerder 2] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: [verweerder 1] en [verweerder 2] B.V..
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 17 juli 2026,
- de brief van de advocaat van [verweerder 1] en [verweerder 2] B.V. van 17 juli 2026.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. Het verzoek
Curator heeft de rechtbank verzocht een voorlopig getuigenverhoor te bevelen. In de periode voorafgaand aan het faillissement van Mavitap zijn namelijk naar het oordeel van de Curator in totaal zes bedrijfsvoertuigen op onrechtmatige dan wel paulianeuze wijze onttrokken aan het vermogen van Mavitap. Ten aanzien van één voertuig heeft de Curator reeds een minnelijke regeling bereikt. Ten aanzien van de overige vijf voertuigen bestaat onvoldoende duidelijkheid over de toedracht, de betrokken partijen en de vraag of een (rechtsgeldige) tegenprestatie is geleverd. Het verzoek strekt ertoe op die punten opheldering te verkrijgen, om de Curator in staat te stellen zijn positie in een eventuele bodemprocedure te beoordelen.
[verweerder 1] en [verweerder 2] B.V. hebben kennisgenomen van het verzoekschrift en hebben geen verweer gevoerd.
3. De beoordeling
Het verzoekschrift voorlopige bewijsverrichtingen moet op grond van artikel 197 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) inhouden:
a. een kernachtige omschrijving van het geschil of de gebeurtenis waarop het verzoek betrekking heeft en de gronden van het verzoek
b. de aard en het beloop van de vordering
c. de naam en woonplaats van de wederpartij of de redenen waarom de wederpartij onbekend is.
Verder moet het verzoekschrift vermelden de namen en woonplaatsen van de personen die de verzoekende partij als getuigen wil horen.
Curator heeft aan de formele eisen van het verzoekschrift voldaan. Het verzoek zal daarom worden toegewezen tenzij de rechtbank van oordeel is:
- dat de informatie die wordt verlangd, niet voldoende is bepaald
- er onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat
- het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde
- er sprake is van misbruik van bevoegdheid of
- als er andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting.
Het verzoek voldoet aan de eisen van de wet en zal worden toegewezen.
Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld ten minste 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen moeten ten minste tien dagen voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank worden opgegeven.
De rechtbank wijst Curator erop dat de rechtbank voor het verhoor in beginsel maximaal 60 minuten in totaal per getuige zal reserveren. Als Curator van mening is dat meer tijd noodzakelijk is, moet hij dit – binnen 14 dagen na dagtekening van deze beschikking – gemotiveerd aan de rechter verzoeken.
Omdat de wederpartij bekend is, zal de rechtbank onder de beslissing de dag bepalen waarop Curator uiterlijk een afschrift van deze beschikking en het verzoekschrift per aangetekende brief of exploot aan [verweerder 1] en [verweerder 2] B.V. moet laten toekomen.
Partijen moeten erop voorbereid zijn dat de rechtbank na afloop van een of meer voorlopige bewijsverrichtingen op verzoek van partijen of een van hen of ambtshalve een (nieuwe) mondelinge behandeling kan bevelen om een schikking te beproeven of tot het geven van inlichtingen aan de rechtbank. Tijdens deze mondelinge behandeling kan de rechtbank ook de verdere behandeling van geschillen over de vordering met partijen bespreken.
4. De beslissing
De rechtbank
beveelt een voorlopig getuigenverhoor,
het getuigenverhoor zal worden gehouden door mr. M. Samsen,
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden in het gerechtsgebouw te Zwolle, Schuurmanstraat 2, op 1 maart 2027 van 9:30 tot (maximaal) 17:00,
bepaalt dat Curator het oproepingsschema (met de namen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen) tien dagen voor de zittingsdatum aan de rechtbank en aan de wederpartij toe te zenden,
bepaalt dat Curator uiterlijk op 30 september 2026 een afschrift van het verzoekschrift en deze beschikking bij aangetekende brief of exploot moet laten toekomen aan [verweerder 1] en [verweerder 2] B.V.,
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026.