RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 12216344 \ CV EXPL 26-1509
Vonnis van 1 september 2026
in de zaak van
MIJNDOMEIN B.V., handelend onder de naam Mijndomein B.V. en Mijndomein Webhosting,
te Lelystad,
eisende partij,
hierna te noemen: Mijndomein B.V.,
gemachtigde: Vermeer Schutte & Musen B.V.,
tegen
[gedaagde] , handelend onder de naam [bedrijf],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1. Samenvatting
Mijndomein B.V. heeft op grond van een overeenkomst diensten (webhosting) geleverd aan [gedaagde]. Mijndomein B.V. heeft hiervoor een factuur gestuurd, maar die heeft [gedaagde] niet betaald. Volgens [gedaagde] heeft hij de factuur wel betaald en ter onderbouwing heeft hij een betalingsbewijs overgelegd. De kantonrechter oordeelt dat dit bevrijdend verweer niet slaagt en wijst de vordering van Mijndomein B.V. toe. De kantonrechter legt hierna uit waarom.
2. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
[gedaagde] heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3. De feiten
Mijndomein B.V. exploiteert een webhostingbedrijf. Zij heeft met [gedaagde] een overeenkomst gesloten, waarbij zij diensten (webhosting) heeft geleverd aan [gedaagde] voor de domeinnaam en e-mail ‘[internetsite]’.
Mijndomein B.V. heeft op 29 oktober 2024 aan [gedaagde] een factuur gestuurd voor een bedrag van € 122,28 (inclusief BTW).
Mijndomein B.V. heeft de vordering uit handen gegeven aan incasso-organisatie coeo Incasso B.V., die [gedaagde] op 13 januari 2025, 16 juni 2025, 7 juli 2025 en 7 augustus 2025 heeft aangemaand om de openstaande vordering te betalen.
Op 17 maart 2026 heeft Vermeer gerechtsdeurwaarders [gedaagde] gesommeerd om de openstaande vordering te betalen. Op 25 maart 2026 en 30 maart 2026 heeft zij [gedaagde] nog herinneringen gestuurd om te betalen.
4. Het geschil
Mijndomein B.V. vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 134,88, te vermeerderen met de handelsrente over € 82,28 vanaf 22 april 2026 tot de dag der algehele voldoening en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. Het bedrag van € 134,88 bestaat uit een hoofdsom van € 82,28, plus € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 12,60 aan wettelijke rente tot 22 april 2026.
Mijndomein B.V. legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] zijn betalingsverplichting op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst niet is nagekomen. [gedaagde] heeft nagelaten de factuur te voldoen. Mijndomein B.V. en haar gemachtigde(n) hebben geprobeerd om de vordering te innen, maar [gedaagde] heeft niet betaald.
[gedaagde] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5. De beoordeling
De hoofdsom
De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] het bestaan van de overeenkomst en de hoogte van de factuur niet heeft betwist. In deze zaak speelt alleen nog de vraag of [gedaagde] de factuur heeft betaald.
[gedaagde] stelt dat de factuur is betaald en heeft ter onderbouwd een betalingsbewijs van 5 januari 2025 overgelegd. Uit dit betalingsbewijs volgt dat [gedaagde] op 5 januari 2025 een bedrag van € 82,28 heeft overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van ‘MijnDomijn’ met omschrijving ‘Fact. [factuurnummer]’.
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Het verweer dat [gedaagde] heeft gevoerd, is een bevrijdend verweer. Dit betekent dat [gedaagde] de bewijslast draagt van zijn stelling dat hij de factuur al heeft betaald. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] zijn verweer dat hij deze al heeft betaald, onvoldoende onderbouwd. Mijndomein B.V. heeft bij conclusie van repliek het door [gedaagde] gevoerde verweer namelijk gemotiveerd weerlegd. Volgens Mijndomein B.V. bevat het door [gedaagde] overgelegde betalingsbewijs namelijk onvoldoende informatie waarmee de betaling gecontroleerd kan worden. Er is alleen een datum, het factuurnummer en het bedrag zichtbaar. Nu is niet duidelijk op welke rekeningnummer dit bedrag is betaald en tevens klopt de tenaamstelling van Mijndomein B.V. niet. In het overgelegde betalingsbewijs staat dat het bedrag is overgemaakt aan ‘MijnDomijn’ in plaats van ‘MijnDomein’. Dit klopt dus al niet. Tegenwoordig controleert vrijwel iedere bank bij het overmaken of de tenaamstelling en het rekeningnummer bij elkaar horen en geeft een foutmelding als de naam en de IBAN niet bij elkaar horen. Een juiste betaling aan Mijndomein B.V. kan hiermee niet zijn gelukt. Daarnaast is betalen alleen mogelijk via het eigen account of, als deze al verstuurd is, via de betaallink zodat er een uniek betaalkenmerk wordt aangemaakt. Alleen via dit betaalkenmerk is het mogelijk om de betaling correct te verwerken. Maakt iemand toch buiten de betaalinstructies de betaling over, dan kan dit niet worden verwerkt en wordt de betaling automatisch teruggeboekt. Mogelijk is dit met de betaling van [gedaagde] gebeurd. Mijndomein B.V. geeft aan dat deze betaling hoe dan ook en om wat voor reden dan ook niet door haar is ontvangen. Nu [gedaagde] hierop, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer heeft gereageerd is de conclusie dat het verweer van [gedaagde] faalt. De kantonrechter zal [gedaagde] daarom veroordelen tot betaling van de hoofdsom van € 82,28.
De buitengerechtelijke incassokosten en handelsrente
Mijndomein B.V. vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Er is sprake van een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW. De overeengekomen betalingstermijn is verstreken. Mijndomein B.V. heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Mijndomein B.V. heeft daarom op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 40,00 worden toegewezen.
Mijndomein B.V. vordert daarnaast de handelsrente van € 12,60, berekend tot 22 april 2026, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 82,28 vanaf 22 april 2026 tot de dag der algehele voldoening. De kantonrechter oordeelt dat de gevorderde handelsrente wordt toegewezen, omdat sprake is van een handelsovereenkomst en hiervoor al is geoordeeld dat [gedaagde] verplicht is de factuur te betalen en dat hij dit niet op tijd heeft gedaan.
De proceskosten
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Mijndomein B.V. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
130,16
- griffierecht
€
139,00
- salaris gemachtigde
€
86,00
(2 punten × € 43,00)
- nakosten
€
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
376,66.
6. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Mijndomein B.V. te betalen een bedrag van € 134,88, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 82,28, met ingang van 22 april 2026, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 376,66, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.G. Wijnands en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026. (jjm)