ECLI:NL:RBOVE:2026:5521

ECLI:NL:RBOVE:2026:5521

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 11-09-2026
Datum publicatie 14-09-2026
Zaaknummer ZWO 25/731
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Deze einduitspraak gaat over het niet in behandeling nemen door het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie van een verzoek van eiser op grond van de Wet open overheid (Woo) wegens misbruik van bevoegdheid. De rechtbank heeft in een tussenuitspraak van 25 maart 2026 een motiveringsgebrek vastgesteld in het besluit op bezwaar en heeft het bestuur de gelegenheid gegeven om dit gebrek te herstellen. Naar aanleiding daarvan heeft het bestuur een aanvullende motivering ingediend. In deze einduitspraak oordeelt de rechtbank dat het bestuur hiermee het in de tussenuitspraak vastgestelde motiveringsgebrek niet heeft hersteld. Het bestuur is in de aanvullende motivering nauwelijks ingegaan op de in de besluiten ingenomen stelling dat eiser ook Woo-verzoeken heeft ingediend bij veel andere overheidsorganisaties. Dit terwijl deze stelling een belangrijke pijler is van de door het bestuur in die besluiten getrokken conclusie dat eiser met het indienen van het Woo-verzoek een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie en de rechtbank in de tussenuitspraak de nadruk heeft gelegd op het ontbreken van een concretisering en onderbouwing van deze stelling.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats] (hierna: [eiser]), eiser

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 25/732

en

het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie Noaberkracht Dinkelland Tubbergen, (hierna: het bestuur), verweerder (gemachtigde: [gemachtigde]).

1. Deze einduitspraak gaat over het niet in behandeling nemen door het bestuur van een verzoek van [eiser] op grond van de Wet open overheid (hierna: Woo) wegens misbruik van bevoegdheid. De rechtbank heeft in een tussenuitspraak van 25 maart 2026 (hierna: de tussenuitspraak) een motiveringsgebrek vastgesteld in het besluit op bezwaar en heeft het bestuur de gelegenheid gegeven om dit gebrek te herstellen. Naar aanleiding daarvan heeft het bestuur op 19 mei 2026 een aanvullende motivering ingediend bij de rechtbank. In deze einduitspraak oordeelt de rechtbank dat het bestuur hiermee het in de tussenuitspraak vastgestelde motiveringsgebrek niet heeft hersteld. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Met een besluit van 6 augustus 2024 heeft het bestuur het Woo-verzoek van [eiser] buiten behandeling gesteld. Met een besluit van 23 januari 2025 (hierna: het bestreden besluit) heeft het bestuur het bezwaar van [eiser] tegen het besluit van 6 augustus 2024 ongegrond verklaard en is het bij de buiten behandelingstelling gebleven.

[eiser] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het bestuur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 26 november 2025 op zitting behandeld. [eiser] is verschenen. Namens het bestuur zijn zijn gemachtigde en [naam] verschenen. De rechtbank heeft deze zaak gelijktijdig behandeld met het beroep van [eiser] met zaaknummer ZWO 25/731 tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tubbergen. De rechtbank doet in beide zaken afzonderlijk uitspraak.

In de tussenuitspraak heeft de rechtbank het bestuur in de gelegenheid gesteld om het geconstateerde motiveringsgebrek in het bestreden besluit te herstellen.

Het bestuur heeft in reactie op de tussenuitspraak op 19 mei 2026 een aanvullende motivering ingediend (hierna: de aanvullende motivering). [eiser] heeft geen gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid om daarop te reageren.

De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek (opnieuw) gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Wat heeft de rechtbank geoordeeld in de tussenuitspraak?

3. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen.

In de tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat het bestuur zijn standpunt dat [eiser] misbruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om een Woo-verzoek in te dienen niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Het bestuur heeft verschillende omstandigheden gesteld die kunnen bijdragen aan de conclusie dat sprake is van een patroon waaruit kan worden afgeleid dat [eiser] Woo-verzoeken heeft ingediend met een ander doel dan het verkrijgen van publieke informatie. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het bestuur de gestelde omstandigheden echter onvoldoende geconcretiseerd en onderbouwd. De rechtbank heeft in de tussenuitspraak in het bijzonder geoordeeld dat het bestuur onvoldoende is ingegaan op de kenmerkende feiten en omstandigheden van de Woo-verzoeken die [eiser] zou hebben ingediend bij veel andere overheidsorganisaties. Daarbij heeft de rechtbank onder meer overwogen dat het bestuur niet kon volstaan met verwijzingen naar de veroordelingen van [eiser] voor strafbare feiten, een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg en een arrest van het gerechtshof Den Haag. De rechtbank heeft het bestuur de gelegenheid gegeven om dit motiveringsgebrek te herstellen. Daarbij heeft de rechtbank aangegeven dat het bestuur dit bijvoorbeeld kan doen door een overzicht te verstrekken van de Woo-verzoeken die [eiser] heeft ingediend bij andere overheidsorganisaties, de onderwerpen waarover deze verzoeken gaan, de conclusies die het bestuur daaraan verbindt en de omstandigheden waaruit het afleidt dat het [eiser] bij die verzoeken alleen ging om het ontvangen van een financiële vergoeding. Daarnaast kan het bestuur zijn standpunt nader motiveren door te concretiseren welke omstandigheden het afleidt uit de uitspraken van de rechtbank Limburg en het gerechtshof Den Haag en de veroordelingen van [eiser] door de strafrechter en welke conclusies het daaraan verbindt.

De rechtbank constateert dat het bestuur in de aanvullende motivering nauwelijks is ingegaan op de in het besluit van 6 augustus 2024 en het bestreden besluit ingenomen stelling dat [eiser] ook Woo-verzoeken heeft ingediend bij veel (of zelfs ‘talloze’) andere overheidsorganisaties. Dit terwijl deze stelling een belangrijke pijler is van de door het bestuur in die besluiten getrokken conclusie dat [eiser] met het indienen van het Woo-verzoek een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie en de rechtbank in de tussenuitspraak de nadruk heeft gelegd op het ontbreken van een concretisering en onderbouwing van deze stelling. Het bestuur heeft in dit kader in de aanvullende motvering alleen gesteld dat [eiser] “gedurende een aanzienlijke periode vanuit een penitentiaire inrichting een groot aantal verzoeken heeft ingediend”, dat uit diverse openbare bronnen het beeld ontstaat dat “eiser niet uitsluitend binnen de onderhavige procedures op vergelijkbare wijze opereert, maar dat sprake is van een breder, structureel patroon waarbij overheidsinstanties en publieke organisaties doelbewust worden belast met omvangrijke verzoeken, procedures, contacten en handhavingsacties” en dat “eiser stelselmatig zeer omvangrijke en breed geformuleerde Woo-verzoeken indient”. Het bestuur heeft deze stellingen echter ook nu niet of nauwelijks geconcretiseerd en onderbouwd. Zo heeft het bestuur in de aanvullende motivering geen overzicht gegeven van de Woo-verzoeken die [eiser] heeft ingediend bij andere overheidsorganisaties met vermelding van de kenmerkende feiten en omstandigheden van de desbetreffende Woo-verzoeken. Ook heeft het bestuur daarin niet geconcretiseerd welke omstandigheden het afleidt uit de uitspraken van de rechtbank Limburg en het gerechtshof Den Haag.

De rechtbank constateert verder dat het bestuur in de aanvullende motivering vooral is ingegaan op de gang van zaken rondom de Woo-verzoeken die [eiser] heeft ingediend bij de gemeente Tubbergen en/of de bedrijfsvoeringsorganisatie Noaberkracht Dinkelland Tubbergen. Mede omdat het daarbij gaat om slechts vijf Woo-verzoeken in een periode van een jaar, is de rechtbank van oordeel dat het bestuur hiermee onvoldoende heeft gemotiveerd dat [eiser] misbruik heeft gemaakt van het hem in de Woo toegekende recht om te verzoeken om openbaarmaking van publieke informatie.

Dit brengt de rechtbank tot de conclusie dat het bestuur het in de tussenuitspraak geconstateerde motiveringsgebrek niet heeft hersteld met de aanvullende motivering.

Conclusie en gevolgen

4. Uit de tussenuitspraak volgt dat het bestreden besluit in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht niet deugdelijk is gemotiveerd. Daarom is het beroep gegrond en vernietigt de rechtbank het bestreden besluit. Uit wat de rechtbank hiervoor heeft overwogen volgt dat het bestuur het motiveringsgebrek niet heeft hersteld. Daarom kunnen de rechtsgevolgen van het bestreden besluit niet in stand worden gelaten. De rechtbank zal geen tweede tussenuitspraak doen, omdat zij van oordeel is dat de eerste tussenuitspraak voldoende duidelijk is en het bestuur daarmee voldoende gelegenheid is geboden om het motiveringsgebrek te herstellen. Het bestuur moet daarom een nieuw besluit nemen op het bezwaar van [eiser] tegen het besluit van 6 augustus 2024, rekening houdend met deze uitspraak en de tussenuitspraak.

5. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet het bestuur de door [eiser] gemaakte proceskosten aan hem vergoeden. Het door [eiser] gevorderde bedrag aan reiskosten van € 45,76 (openbaar vervoer, tweede klasse) komt voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal het bestuur veroordelen tot betaling van de helft van dit bedrag. De reden daarvoor is dat de rechtbank in een afzonderlijke uitspraak van vandaag ook het beroep met zaaknummer ZWO 25/731 gegrond zal verklaren. De rechtbank zal het verwerende bestuursorgaan in die beroepsprocedure veroordelen tot betaling van de andere helft van het bedrag. Daarom moet het bestuur een bedrag van € 22,88 aan [eiser] betalen.

6. Er is geen aanleiding voor een vergoeding van griffierecht, omdat [eiser] voor dit beroep geen griffierecht heeft betaald.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt het bestuur op om met inachtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van [eiser] tegen het besluit van 6 augustus 2024;

- veroordeelt het bestuur in de proceskosten van [eiser] tot een bedrag van € 22,88.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Koster, rechter, in aanwezigheid van mr. F.F. van Emst, griffier. Uitgesproken in het openbaar op

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. F. Koster

Griffier

  • mr. F.F. van Emst

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand