ECLI:NL:RBOVE:2026:5548

ECLI:NL:RBOVE:2026:5548

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 17-09-2026
Zaaknummer C/08/350004 / JE RK 26-1216
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

De kinderrechter stelt geen zorgregeling tussen moeder en minderjarige vast, omdat de moeder uit beeld is en het niet vast te stellen is of contact tussen moeder en minderjarige wel in het belang van de minderjarige is.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Zwolle

Zaaknummer: C/08/350004 / JE RK 26-1216

Datum uitspraak: 2 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over de vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken

in de zaak van

Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,

de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Zwolle,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 21 juli 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 september 2026. Gelijktijdig met dit verzoek is het verzoek met zaaknummer C/08/350001 / JE RK 26-1215 behandeld. Daarbij waren aanwezig:

- de vader, in aanwezigheid van een tolk in de Poolse taal;

- [naam] namens de GI.

De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder juist is opgeroepen.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij haar vader.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 september 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 4 maart 2027.

3. Het verzoek

De GI verzoekt een regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang als volgt vast te stellen in die zin dat:

Vader de regie krijgt over de omgangsregeling tussen moeder en [minderjarige] waarbij de volgende voorwaarden van toepassing zijn:

- Vader besluit of het in het belang is van [minderjarige] dat er contact komt tussen

moeder en [minderjarige] ; dit ligt aan de fase waar [minderjarige] zich op dat moment in

bevindt, haar ontwikkeling moet daarbij meegewogen worden en of [minderjarige] voldoende draagkracht heeft om haar moeder te zien;

- Voordat er contact plaats kan vinden tussen [minderjarige] en moeder is het

noodzakelijk dat er duidelijkheid komt over de verwachtingen. Het is voor

[minderjarige] belangrijk dat zij vooraf weet wat zij van haar moeder kan verwachten.

Hierover moet een gesprek zijn tussen moeder, vader en evt. betrokken hulpverlening (wijkteam [plaats] , Carinova en/of LJ&R);

- Er moet overwogen worden of het voor [minderjarige] helpend is dat er begonnen

wordt met het sturen van een kaartje, beeldbellen etc. voordat er meteen live

contact plaats vindt, dit omdat [minderjarige] haar moeder op dit moment niet herkend;

- De omgang moet plaats vinden op neutraal terrein en niet bij [minderjarige] in haar

veilige omgeving. Te denken aan Mac Donalds, een restaurantje of een speeltuin.

- Er is sprake van begeleide omgang: moeder mag niet alleen zijn met [minderjarige]

vanwege haar verslavingsproblematiek. Vader en/of hulpverlening dient betrokken te zijn bij de omgang. De veiligheid van [minderjarige] staat centraal.

- Moeder accepteert de keuzes die vader maakt over de omgang en stelt (de ontwikkeling van) [minderjarige] centraal.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter onderbouwing van het verzoek wordt verwezen naar de overgelegde stukken.

Ter aanvulling heeft de GI tijdens de zitting naar voren gebracht dat zij niet weet waar de moeder verblijft. De Centrale Autoriteit doet hier onderzoek naar. De GI heeft geen contact met de moeder. De vader heeft wel contact gehad met de moeder en zij zou tegenover hem hebben aangegeven dat zij weer terug wil keren naar Nederland en in contact wil komen met [minderjarige] . In het verleden stond de moeder te pas en onpas bij de vader op de stoep of bij het kinderdagverblijf waar [minderjarige] naartoe gaat. Het doel van de verzochte vaststelling is om [minderjarige] en de vader te ontlasten. De GI wil hiermee duidelijkheid voor [minderjarige] en de vader creëren.

4. De standpunten

De moeder heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om haar mening ter zitting naar voren te brengen.

De vader is bang dat de moeder afspraken niet nakomt zolang er sprake is van een alcoholprobleem bij de moeder. De moeder is in het verleden onbetrouwbaar en onvoorspelbaar gebleken in het contact. De vader vindt het belangrijk dat er voor [minderjarige] structuur komt in de omgang, zodat zij weet wanneer zij op de moeder kan rekenen. Welke structuur dat moet zijn, vindt de vader nu lastig te beoordelen.

5. De beoordeling

Het wettelijk criterium

De kinderrechter kan op verzoek van de GI in het kader van de ondertoezichtstelling een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of een regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is. Het uitgangspunt is dat een kind met beide ouders goed contact moet hebben, zodat het kind zijn eigen identiteit kan ontwikkelen.

Als de ondertoezichtstelling is geëindigd, blijft deze vastgestelde regeling van kracht.

De inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter beoordeelt of het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is dat een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wordt vastgesteld. De kinderrechter is op grond van de stukken en wat ter zitting besproken is van oordeel dat het momenteel niet in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is om de door de GI verzochte verdeling van de zorg- en opvoedingstaken definitief vast te stellen. De kinderrechter legt dit hierna als volgt uit.

De kinderrechter stelt vast dat het niet duidelijk is of, en zo ja wanneer en voor hoe lang en onder welke omstandigheden, de moeder weer naar Nederland zal komen. Daarnaast is het niet duidelijk of de moeder daadwerkelijk contact wenst met [minderjarige] ; momenteel kiest zij kennelijk zowel letterlijk als figuurlijk voor grote afstand.

Hoewel de kinderrechter de wens van de GI om omtrent het contact tussen [minderjarige] en de moeder iets geregeld te hebben begrijpt, acht zij de gevraagde vastlegging daarvan nu niet op zijn plaats. Immers: de feiten en omstandigheden waaronder zo’n regeling zal moeten worden uitgevoerd zijn onbekend, of op zijn minst zeer onzeker. Daarmee is eveneens onzeker of de regeling, als het daarop aankomt, voor [minderjarige] wel passend en in haar belang is. Anders gezegd: er zijn teveel onzekere variabelen om een vastlegging nu verantwoord te maken. Daar komt bij dat het risico van onvoorspelbaar en onbetrouwbaar gedrag van de moeder er niet mee wordt weggenomen, en de regeling dan een grote uitvoeringsverantwoordelijkheid bij de vader legt. Omdat de moeder volledig uit beeld is en er nauwelijks iets bekend is over haar huidige situatie en welzijn en haar plannen is het voor de kinderrechter op dit moment ook niet vast te stellen welke vorm van contact, als daar al sprake van zou kunnen zijn, in het belang van [minderjarige] is.

[minderjarige] woont bij de vader, wat betekent dat de moeder voor contact met [minderjarige] zich bij de vader moet melden. In die zin heeft de vader al de regie over het contact tussen [minderjarige] en de moeder en kan de vader (die overtuigend aangeeft de moeder niet uit haar leven te willen weren) op dat moment inschatten welke vorm van contact in [minderjarige] belang is. Als de moeder het daar dan niet mee eens is kan ieder van hen zich met een verzoek tot beslechting van dat geschil tot de rechter wenden. En uiteraard behoort een gezamenlijke gang naar hulpverlening dan ook nog tot de mogelijkheden.

6. De beslissing

De kinderrechter:

wijst het verzoek van de GI tot het vaststellen van een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026 door mr. A.M. Koene, kinderrechter, in aanwezigheid van J.G.J. Remeijsen als griffier, en op schrift gesteld op 9 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand