ECLI:NL:RBOVE:2026:5555

ECLI:NL:RBOVE:2026:5555

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 11-09-2026
Datum publicatie 17-09-2026
Zaaknummer ZWO 25/3690
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Tussenuitspraak. Wet schadefonds geweldsmisdrijven. Afwijzing aanvraag om uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. De rechtbank oordeelt dat eiseres zowel in bezwaar als in beroep ook een beroep heeft gedaan op toepassing van de hardheidsclausule in artikel 8, eerste lid, van de Wsg. Verweerder heeft niet kenbaar beoordeeld of eiseres op grond van de hardheidsclausule in aanmerking komt voor een uitkering uit het schadefonds. Dat moet verweerder alsnog doen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres ([eiseres]),

de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven, verweerder (de CSG).

Samenvatting

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 25/3690

en

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van [eiseres] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: het schadefonds). De CSG heeft de aanvraag afgewezen, omdat [eiseres] niet voldoet aan de voorwaarden in de Wet schadefonds geweldsmisdrijven (Wsg) om voor een uitkering in aanmerking te komen.

De rechtbank oordeelt in deze tussenuitspraak dat [eiseres] zowel in bezwaar als in beroep ook een beroep heeft gedaan op toepassing van de hardheidsclausule in artikel 8, eerste lid, van de Wsg. De CSG heeft in het bestreden besluit niet kenbaar beoordeeld of [eiseres] op grond van de hardheidsclausule in aanmerking komt voor een uitkering uit het schadefonds. Het bestreden besluit berust daarom niet op een deugdelijke motivering. De CSG krijgt in deze tussenuitspraak de gelegenheid om dit gebrek te herstellen.

Procesverloop

Bij besluiten van 25 september 2023 heeft de CSG de aanvragen van [eiseres] om een uitkering uit het schadefonds afgewezen. Hiertegen heeft zij bezwaar gemaakt.

Met een besluit van 5 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft de CSG het bezwaar ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvragen in stand gelaten.

[eiseres] heeft bij de rechtbank Den Haag beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Die rechtbank heeft het beroep ter behandeling doorgestuurd naar de rechtbank Noord-Nederland, omdat [eiseres] in het arrondissement van die rechtbank woont.

Bij beslissing van 17 december 2025 heeft de rechtbank Noord-Nederland de behandeling van het beroep doorverwezen naar de rechtbank Overijssel.

De CSG heeft met een verweerschrift op het beroep gereageerd.

[eiseres] heeft nog aanvullende stukken ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 17 juni 2026 op zitting behandeld. Hierbij was [eiseres] aanwezig, vergezeld door haar echtgenoot [naam 1] en bijgestaan door [naam 2], werkzaam bij Slachtofferhulp Nederland. De CSG heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.M. Hepping.

Beoordeling door de rechtbank

Aanvraag

3. Op 9 september 2013 heeft de broer van [eiseres] zijn drie kinderen gedood en vervolgens zelfmoord gepleegd. Naar aanleiding hiervan heeft [eiseres] op 11 september 2023 een uitkering uit het schadefonds aangevraagd. [eiseres] heeft vier aanvragen bij de CSG ingediend: één als nabestaande van haar broer en drie als nabestaande van haar neefjes.

De standpunten van de CSG

4. De CSG is van mening dat [eiseres] op grond van artikel 3 van de Wsg niet in aanmerking komt voor een uitkering uit het schadefonds. Uit het eerste lid van dat artikel volgt namelijk dat zo’n uitkering kan worden toegekend aan een persoon die door een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft opgelopen of aan nabestaanden van die persoon, indien deze ten gevolge van het misdrijf is overleden. Volgens de CSG kan [eiseres] op grond van de Wsg niet worden aangemerkt als nabestaande van haar neefjes, omdat geen sprake is van één van de situaties die worden genoemd in artikel 3, tweede lid, van de Wsg. Ten aanzien van haar broer is [eiseres] wel nabestaande in de zin van de Wsg. Dat leidt er echter niet toe dat zij in aanmerking komt voor een uitkering uit het Schadefonds, omdat haar broer niet is overleden als gevolg van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wsg. In de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: de Beleidsbundel) staat namelijk dat met een geweldsmisdrijf wordt bedoeld een in het Wetboek van Strafrecht strafbaar gesteld misdrijf. Omdat zelfmoord niet een in het Wetboek van Strafrecht strafbaar gesteld misdrijf is, kan volgens de CSG niet worden gezegd dat de broer van [eiseres] is overleden als gevolg van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wsg. Op basis van deze overwegingen en conclusies is de CSG van mening dat de aanvragen van [eiseres] terecht zijn afgewezen.

De beroepsgronden van [eiseres]

5. [eiseres] voert, kort samengevat, in beroep aan dat zij na 9 september 2013 worstelt met pijn, verdriet, boosheid en andere emoties. Zij heeft aan het drama PTSS overgehouden. Haar leven is sindsdien totaal veranderd en overhoop gegooid en zij heeft vier keer een suïcidepoging gedaan. [eiseres] heeft inmiddels twee langdurige opnames bij GGZ Drenthe achter de rug en durft nu weer meer dingen aan te gaan. Het trauma is er echter 24 uur per dag en zeven dagen per week en haar traumabehandeling is in mei 2023 gestopt. De traumabehandelingen hebben helaas niet het effect gehad waar zij op had gehoopt. De pijn en de leegte die door de gezinsmoord zijn ontstaan, zijn voor haar ondraaglijk. Haar leven zal nooit meer zijn zoals het was. Bovendien heeft [eiseres] ruim negen maanden na het drama ook haar ex-schoonzusje verloren, die niet meer leven kon zonder haar kinderen. [eiseres] geeft in beroep aan dat zij ervoor heeft gekozen om als nabestaande een aanvraag te doen voor een uitkering uit het schadefonds. Zij begrijpt dat zij geen nabestaande van haar neefjes is. Omdat het echter wel om een geweldsmisdrijf gaat, en het voor haar één en dezelfde gebeurtenis is, heeft zij voor haar neefjes ook een aanvraag ingediend. Het voelde voor [eiseres] namelijk niet goed als zij haar neefjes er buiten zou laten. Het is voor [eiseres] geen juridisch ‘iets’, maar keiharde realiteit en de basis onder haar bestaan is weg. [eiseres] is heel verdrietig en teleurgesteld over de afwijzing van haar aanvragen en haar bezwaarschrift door de CSG en zij heeft het gevoel dat haar daardoor groot onrecht wordt aangedaan. Zij vindt dat zij recht heeft op een vergoeding voor het grote onrecht dat haar is aangedaan en waar zij niet om heeft gevraagd en dat haar hele leven op alle vlakken volledig op zijn kop heeft gezet. Ter onderbouwing van haar beroep heeft [eiseres] medische stukken overgelegd, onder meer van de (trauma)behandelingen die zij heeft gevolgd.

Beoordeling van het beroep

De voor de beoordeling van het beroep belangrijkste regelgeving staat in de bijlage bij deze uitspraak.

De rechtbank is allereerst van oordeel dat de CSG terecht heeft geconcludeerd dat [eiseres] op grond van artikel 3 van de Wsg niet kan worden aangemerkt als nabestaande van haar neefjes. Ook heeft de CSG terecht geconcludeerd dat de broer van [eiseres] niet is overleden als gevolg van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wsg, omdat zelfmoord niet als geweldmisdrijf in het Wetboek van Strafrecht genoemd staat. [eiseres] heeft deze conclusies van de CSG in beroep ook niet bestreden. Voor zover zij in beroep heeft betoogd dat de CSG ten onrechte heeft geconcludeerd dat zij op grond van artikel 3 van de Wsg niet in aanmerking komt voor een uitkering uit het schadefonds, slaagt dat dan ook niet.

De rechtbank overweegt echter dat [eiseres] zowel in bezwaar als in beroep heeft gevraagd om de gebeurtenissen die op 9 september 2013 hebben plaatsgevonden niet als verschillende feiten te beoordelen, maar als één dramatische gebeurtenis, waarbij vier naasten van haar gewelddadig om het leven zijn gekomen. In de gronden die zij in beroep heeft aangevoerd spreekt [eiseres] in dit verband over een ‘gezinsmoord’ die voor haar voor ondraaglijke pijn en leegte hebben gezorgd. Weliswaar doet zij hiermee niet expliciet een beroep op de hardheidsclausule, maar naar het oordeel van de rechtbank moet wat [eiseres] hierover aanvoert wel als zodanig worden gelezen. Zij heeft zowel in bezwaar als in beroep naar voren gebracht dat de ‘gezinsmoord’ onder meer gepaard is gegaan met opzettelijk gepleegde geweldsmisdrijven, waarmee zij, als naaste familielid van zowel de dader als de slachtoffers, kort na de gebeurtenis op voor haar onwelgevallige wijze is geconfronteerd. De rechtbank kan dit niet anders zien dan als een beroep op de hardheidsclausule.

Tijdens de zitting op 17 juni 2026 heeft de vertegenwoordiger van de CSG verklaard dat artikel 8 van de Wsg een hardheidsclausule bevat en dat de CSG daarnaar in de bezwaarfase ook heeft gekeken. Voor toepassing van de hardheidsclausule zag de GSG echter geen grondslag, zo heeft de vertegenwoordiger van de CSG tijdens zitting verklaard.

De rechtbank stelt vast dat uit het bestreden besluit niet blijkt dat de CSG daarin kenbaar heeft beoordeeld of [eiseres] op grond van de hardheidsclausule uit artikel 8, eerste lid, van de Wsg in aanmerking komt voor een uitkering uit het schadefonds. In het bestreden besluit heeft de CSG alleen geconcludeerd dat [eiseres] niet voldoet aan de voorwaarden voor het krijgen van een uitkering uit het schadefonds, omdat haar broer niet is overleden als gevolg van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf in de zin van de Wsg en omdat zij niet als nabestaande van haar neefjes kan worden aangemerkt. De CSG is in het bestreden besluit niet ingegaan op de vraag of de toepassing van de bepalingen in de Wsg voor [eiseres] leidt tot ‘een onbillijkheid van overwegende aard’ en of om die reden in dit geval moet worden afgeweken van de toepassing van die bepalingen, waarvoor artikel 8, eerste lid, van de Wsg de mogelijkheid biedt. Naar het oordeel van de rechtbank had de CSG hierop in het bestreden besluit wel moeten ingaan, gelet op het (impliciete) beroep dat [eiseres] ook in bezwaar heeft gedaan op de hardheidsclausule. Artikel 8, eerste lid, van de Wsg bevat een algemene hardheidsclausule voor zeer schrijnende gevallen, waarin de letterlijke tekst van de Wsg geen mogelijkheid biedt voor een uitkering. Ook blijkt uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) dat de CSG met de bepaling uit artikel 8, eerste lid, van de Wsg kan handelen naar de geest van de wet, ondanks het feit dat een uitkering niet past bij de letter van de wet, en dat zij op grond van de hardheidsclausule bijvoorbeeld kan afwijken van de eis uit artikel 3 van de Wsg dat sprake moet zijn van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. De CSG kan de hardheidsclausule bijvoorbeeld ook toepassen als schade is geleden als gevolg van opzettelijk gepleegd geweld dat niet strafbaar blijkt te zijn.

Omdat de CSG in het bestreden besluit niet kenbaar heeft beoordeeld of [eiseres] op grond van de hardheidsclausule in artikel 8, eerste lid, van de Wsg in aanmerking komt voor een uitkering uit het schadefonds, berust dat besluit naar het oordeel van de rechtbank niet op een deugdelijke motivering. Het bestreden besluit is daarom in strijd met het artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank ziet aanleiding om de CSG de gelegenheid te geven dit gebrek te herstellen. Daarom doet de rechtbank een tussenuitspraak. De artikelen 8:51a en 8:80a van de Awb bieden daarvoor de mogelijkheid.

Conclusie en gevolgen

De rechtbank ziet aanleiding om de CSG in de gelegenheid te stellen het geconstateerde motiveringsgebrek in het bestreden besluit te herstellen. Om het gebrek te herstellen moet de CSG beoordelen of [eiseres] op grond van de hardheidsclausule in artikel 8, eerste lid, van de Wsg in aanmerking komt voor een uitkering uit het schadefonds. De rechtbank geeft de CSG tevens in overweging om daarbij te betrekken in hoeverre [eiseres], naast haar positie als zuster van de dader en tante van de directe slachtoffers, ook kan worden aangemerkt als ‘waarnemer’ als bedoeld in paragraaf 1.3.1 van de Beleidsbundel. Het herstel van het gebrek kan met een aanvullende motivering of, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van het bestreden besluit.

De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen de CSG het gebrek kan herstellen op zes weken na verzending van deze tussenuitspraak. De CSG moet zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of zij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als de CSG gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank [eiseres] in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van de CSG.

De rechtbank zal in beginsel, ook in de situatie dat de CSG de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep. Het geding zoals dat na deze tussenuitspraak wordt gevoerd, blijft in beginsel beperkt tot de beroepsgronden zoals die zijn besproken in de tussenuitspraak omdat het inbrengen van nieuwe geschilpunten over het algemeen in strijd met de goede procesorde wordt geacht.

De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dit betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:

- draagt de CSG op zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen twee weken de rechtbank mee te delen of zij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;

- stelt de CSG in de gelegenheid om binnen zes weken na de verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Koster, rechter, in aanwezigheid van

mr. P.J.H. Bijleveld, griffier. Uitgesproken in het openbaar op

de griffier is niet in de gelegenheid om

de uitspraak mede te ondertekenen

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet schadefonds geweldsmisdrijven

Artikel 3

1. Uitkering kan worden gedaan

2. Voor de toepassing van het vorige lid gelden als nabestaanden en naasten:

(…).

Artikel 8

1. Op de aanvraag wordt beslist door een commissie. De commissie kan bij de beoordeling van de aanvraag afwijken van het bepaalde bij deze wet, indien toepassing ervan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

(…)

Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven

Opzettelijk gepleegd gewelds- of zedenmisdrijf

(…) Met een gewelds- of zedenmisdrijf wordt hier bedoeld een in het Wetboek van Strafrecht strafbaar gesteld misdrijf (of een strafbare poging daartoe), waarbij tegen een persoon geweld is gebruikt of met geweld is gedreigd. Als een voorval niet als misdrijf strafbaar is gesteld in het Wetboek van Strafrecht, dan levert dit dus geen gewelds- of zedenmisdrijf op in de zin van artikel 3 van de Wet. (…)

Psychisch letsel door getuige zijn

Algemeen

Het Schadefonds kent ook tegemoetkomingen toe voor psychisch letsel dat iemand oploopt door getuige te zijn van een gewelds- of zedenmisdrijf of direct geconfronteerd te zijn met de gevolgen van een gewelds- of zedenmisdrijf. (…)

Om als waarnemer in aanmerking te kunnen komen voor een tegemoetkoming moet sprake zijn van ernstig psychisch letsel in de zin van de Wet als gevolg van het misdrijf. Hiervoor is een diagnose nodig, welke is gesteld door een behandelaar die voor het stellen van deze diagnose een BIG-registratie, NIP-dienstmerk met Basisaantekening Psychodiagnostiek (BAPD) of NVO-registratie met Basisaantekening Diagnostiek (BAD) heeft. (…)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand