RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende
de heffingsambtenaar van de gemeente Zwolle.
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/3782
en
Procesverloop
1. De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende op 13 november 2025 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 9 december 2025 het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Belanghebbendes herhaalde bezwaar tegen genoemde uitspraak is door de heffingsambtenaar doorgezonden en door de rechtbank aangemerkt als een tijdig ingesteld beroep tegen de uitspraak op bezwaar.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft daarop gereageerd.
De rechtbank heeft het beroep op 30 september 2026 ter zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen belanghebbende en mr. L.J. Luigies als gemachtigde van de heffingsambtenaar.
Feiten
2. Op 13 november 2025 om 19.47 uur stond de auto van belanghebbende met kenteken [kenteken] geparkeerd op een parkeerterrein aan de Van der Laenstraat te Zwolle. Tijdens een controle op die datum en dat tijdstip is geconstateerd dat voor de auto geen geldig parkeerrecht bestond. Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag van € 80,10 opgelegd, bestaande uit € 1,30 aan tariefkosten en € 78,80 aan standaardkosten van de naheffing.
Standpunten van partijen
3. Belanghebbende voert aan dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting ten onrechte aan hem is opgelegd. Hij heeft een parkeervergunning voor sector 12 Assendorp en was in de veronderstelling dat het parkeerterrein tussen de Van Karnebeekstraat P2 (oostzijde) en de Van der Laenstraat in deze sector valt. Omdat belanghebbende zijn auto weinig gebruikt, parkeert hij vaak op dit terrein op enige afstand van zijn woning. Daardoor is er dichter bij zijn woning meer ruimte voor andere bewoners om te parkeren. Belanghebbende leidt uit de uitspraak op bezwaar af dat voor dit parkeerterrein een uitzondering geldt. Hij weet niet of hij de brieven, waaraan in de uitspraak op bezwaar wordt gerefereerd, heeft ontvangen.
Belanghebbende voert verder aan dat door de gemeente niet duidelijk wordt gecommuniceerd dat op dit parkeerterrein een afwijkend parkeerbeleid geldt in die zin dat er niet met een parkeervergunning voor sector 12 geparkeerd mag worden, maar dat daarvoor in de plaats een parkeerabonnement nodig is.
Belanghebbende meent ten slotte dat de boete onevenredig hoog is en dat met een waarschuwing had kunnen worden volstaan.
4. De heffingsambtenaar voert het volgende aan. Belanghebbende heeft een bewonersvergunning voor sector 12 Assendorp. In deze sector is de bewonersvergunning geldig op de parkeerapparatuurplaatsen binnen de sector. Het parkeerterrein aan de Van der Laenstraat is aangewezen als accommodatie waarvoor abonnementen worden afgegeven. Bewoners die in aanmerking komen voor een vergunning, kunnen ervoor kiezen om in plaats daarvan een abonnement te nemen voor een parkeeraccommodatie. Dit wordt gedaan om het parkeren op straat te verplaatsen naar parkeren op parkeeraccommodaties. Dit betekent dat op parkeeraccommodaties waar geparkeerd kan worden met een parkeerabonnement, niet geparkeerd kan worden met een parkeervergunning. Belanghebbende heeft het voertuig geparkeerd op het parkeerterrein aan de Van der Laenstraat, welk terrein zoals gezegd is aangewezen als accommodatie waar bewoners met een parkeerabonnement kunnen parkeren (en bezoekers betaald via de daar aanwezige parkeerbetaalautomaat). Dit betekent dat de parkeervergunning niet geldig is op dit terrein. Belanghebbende is hierover geïnformeerd bij brieven van 21 augustus 2024 en 27 augustus 2024. Deze brieven zijn ook in te zien in het digitaal loket. Belanghebbende had dan ook op de hoogte kunnen zijn van het feit dat zijn vergunning niet geldig was op de door hem gebruikte parkeerplaats en had dan ook op andere wijze (met een abonnement) aan de aangifteplicht moeten voldoen. Nu hij dit niet heeft gedaan, is de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd.
Beoordeling door de rechtbank
5. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan belanghebbende heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
6. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
7. Partijen verschillen er niet over van mening dat de auto van belanghebbende op
13 november 2025 om 19.47 uur stond geparkeerd op het parkeerterrein Van der Laenstraat en dat belanghebbende op dat moment niet beschikte over het voor dat terrein benodigde parkeerabonnement. Belanghebbende was daarom parkeerbelasting verschuldigd. Vast staat dat belanghebbende deze parkeerbelasting niet heeft betaald.
8. De heffingsambtenaar heeft eerdergenoemde brieven van 21 augustus 2024 en 27 augustus 2024 bij de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd.
In de brief van 21 augustus 2024 wordt belanghebbende geïnformeerd over de wijzigingen binnen sector 12 en over de ingangsdatum van deze wijzigingen (2 september 2024). In de brief wordt onder meer ingegaan op de aanpassing van de grens van de sector en op het abonnement voor parkeeraccommodaties. Ten aanzien van dit laatste is in de brief verwoord dat in Assendorp de Stichting 50 tinten groen Assendorp actief bezig is om onder andere het op afstand parkeren te stimuleren. Om dit te ondersteunen is het mogelijk gemaakt om de parkeervergunning van belanghebbende om te zetten in een parkeerabonnement voor de parkeeraccommodaties zoals de Van der Laenstraat. Het tarief voor het parkeerabonnement is hetzelfde als voor een parkeervergunning. Met een abonnement kan dan alleen op de parkeeraccommodatie waarvoor het abonnement is verleend worden geparkeerd.
In de brief van 27 augustus 2024 heeft de gemeente het volgende verduidelijkt. Per
2 september 2024 wordt het parkeerterrein Van Karnebeekstraat P2 gesplitst. Dit
parkeerterrein is al enige tijd in twee gedeeltes gescheiden met een haag en paaltjes. Het gedeelte parkeerterrein, dat bereikbaar is vanaf de Van Karnebeekstraat, blijft parkeerterrein Van Karnebeekstraat P2. Het gedeelte parkeerterrein, dat bereikbaar is vanaf de Van der Laenstraat, wordt per 2 september 2024 een eigen parkeerterrein en is dan uitsluitend beschikbaar voor het parkeren met een parkeerabonnement. Het is vanaf 2 september 2024 niet meer mogelijk om met een parkeervergunning voor sector 12 te parkeren op deze twee terreinen. Het is wel mogelijk om de parkeervergunning om te zetten naar een parkeerabonnement voor parkeerterrein Van der Laenstraat of voor parkeerterrein van Karnebeekstraat P2. Het tarief van dit abonnement is gelijk aan het tarief van de parkeervergunning. Als belanghebbende kiest voor een parkeerabonnement mag niet meer binnen de sector worden geparkeerd, maar alleen op de door hem gekozen parkeeraccom-modatie. Als belanghebbende zijn parkeervergunning wil omzetten in een parkeerabonnement, kan hij dat via het contactformulier op de vermelde website van de gemeente laten weten.
9. Met betrekking tot beide voormelde brieven stelt belanghebbende dat hij niet zeker weet of hij de brieven heeft ontvangen, maar stelt hij ook dat hij ze niet kan terugvinden. Daarmee betwist belanghebbende de ontvangst van beide brieven niet gemotiveerd.
10. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit beide brieven voldoende duidelijk dat met ingang van 2 september 2024 op het parkeerterrein Van der Laenstraat uitsluitend nog mag worden geparkeerd met een parkeerabonnement en niet langer met een parkeervergunning. De parkeervergunning kan nog wel worden gebruikt voor het parkeren in sector 12 en dus ook in de Van der Laenstraat zelf.
11. De heffingsambtenaar heeft ter zitting wel erkend dat duidelijke bebording bij het betreffende parkeerterrein ‘alleen voor abonnementhouders of betaald parkeren’ ontbreekt. Daar staat tegenover dat bij belanghebbende bekend moet zijn dat hij met zijn parkeervergunning in sector 12, waar het parkeerterrein Van der Laenstraat per 2 september 2024 niet meer onder valt, kan parkeren en dus in zijn eigen straat. Indien belanghebbende het met het parkeerbeleid in Assendorp niet eens is, dient hij zich hiervoor tot de gemeente Zwolle te wenden.
12. In het licht van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan belanghebbende is opgelegd, omdat hij niet aan de aangifteverplichting heeft voldaan. Dit neemt niet weg dat duidelijke bebording op de parkeerterreinen Van der Laenstraat en Van Karnebeekstraat P2 spoedig aangewezen is / kan zijn met het oog op nieuwe bewoners van de wijk, die anders dan belanghebbende niet via de berichtgeving in de brieven van augustus 2024 op de hoogte zullen zijn.
13. De rechtbank overweegt ten slotte dat een naheffingsaanslag parkeerbelasting geen strafrechtelijke boete is. Bij een naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt niet méér gedaan dan het in rekening brengen van het ter plaatse geldende belastingtarief voor één uur parkeren en het doorberekenen van standaardkosten die aan het opleggen van een naheffingsaanslag zijn verbonden.
Conclusie en gevolgen
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt en dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding voor proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van
H. Blekkenhorst, griffier.
Uitgesproken op
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.