ECLI:NL:RBOVE:2026:6483

ECLI:NL:RBOVE:2026:6483

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 27-10-2026
Datum publicatie 27-10-2026
Zaaknummer ak_25_2652
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Kadasterwet. Beroep tegen de wijziging van gegevens van een perceel door verweerder. Eiser wil dat zijn perceel in de Basisregistratie Kadaster wordt opgenomen zoals is afgesproken tijdens de aanwijs in 2023 en aan hem is bevestigd met een brief in 2023. De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat verweerder bij het wijzigen van de gegevens van het perceel in de basisregistratie een fout heeft gemaakt, die moet worden hersteld. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser,

de bewaarder van het Kadaster en de openbare registers, verweerder,

Samenvatting

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 25/2652

hierna: [eiser],

gemachtigde: mr. J.R. Feitsma,

en

hierna: de bewaarder.

1. Deze uitspraak gaat over de gegevens, vorm en oppervlakte van een perceel grond van [eiser] in de Basisregistratie Kadaster. De bewaarder heeft deze gegevens naar aanleiding van een grensreconstructie in 2025 gewijzigd en [eiser] is het met die wijziging niet eens. [eiser] wil dat zijn perceel in de basisregistratie wordt opgenomen zoals is afgesproken tijdens de aanwijs in 2023 en aan hem door de bewaarder is bevestigd met een brief in 2023. Volgens [eiser] heeft de bewaarder met de wijziging een fout gemaakt die moet worden hersteld.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat [eiser] niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bewaarder bij het wijzigen van de gegevens van zijn perceel in de Basisregistratie Kadaster een fout heeft gemaakt, die moet worden hersteld. Het beroep is daarom ongegrond.

Procesverloop

Met het besluit van 18 juni 2025 (het primaire besluit) heeft de bewaarder naar aanleiding van een verzoek van [eiser] van 11 mei 2025 de oppervlakte en aanduiding van het perceel met de kadastrale aanduiding: gemeente [locatie 1], gewijzigd vastgesteld in de Basisregistratie Kadaster (BRK). Hiertegen heeft [eiser] bezwaar gemaakt.

Met het bestreden besluit van 3 september 2025 heeft de bewaarder het bezwaar ongegrond verklaard en het primaire besluit in stand gelaten.

Hiertegen heeft [eiser] beroep ingesteld.

De bewaarder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 10 juli 2026 op zitting behandeld. Hierbij was

[eiser] aanwezig, vergezeld door [naam 1] en bijgestaan door zijn gemachtigde.

De bewaarder is verschenen in de persoon van mr. M.I. Mollee-ten Hoor.

Beoordeling door de rechtbank

Aanleiding

3. Bij de beoordeling van deze zaak gaat de rechtbank uit van het volgende.

In 2019 heeft [eiser] de woning op het toenmalige adres Braakweg 160 in Enschede gekocht. Deze woning heeft nu het adres [adres] en staat op het perceel met de kadastrale aanduiding: gemeente [locatie 2].

Voorafgaand aan de koop van zijn huidige woning heeft [eiser] met de gemeente Enschede (de gemeente) overleg gevoerd over de splitsing van het naastgelegen perceel, met de kadastrale aanduiding: gemeente [locatie 3]. Dit perceel was op dat moment nog eigendom van de gemeente. [eiser] is met de gemeente overeengekomen dat de gemeente een deel van het perceel ter grootte van 6 m² aan hem zou verkopen. Dat perceel kreeg uiteindelijk de kadastrale aanduiding: gemeente [locatie 1] ([locatie 1]). Op 8 december 2022 is [locatie 1] aan [eiser] geleverd.

Op 29 maart 2023 heeft de aanwijs van de grens tussen de percelen [locatie 1] en [locatie 3] plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig een landmeter van de gemeente, een medewerker van het Kadaster, de nieuwe eigenaren van het perceel [locatie 3] ([naam 2]) en [eiser]. De bevindingen die de medewerker van het Kadaster tijdens de aanwijs op 29 maart 2023 heeft gedaan heeft hij diezelfde datum vastgelegd in het Relaas van bevindingen met archiefnummer [nummer 1] (Relaas van bevindingen [nummer 1]). Hierin is ten aanzien van [locatie 1] het volgende opgenomen:

[Afbeelding]

Met een begeleidende brief van 6 mei 2023 heeft de bewaarder aan [eiser] een kadastrale kaart toegestuurd met daarop aangegeven [locatie 1], zoals dat tijdens de aanwijs op 29 maart 2023 is vastgesteld. In deze brief staat dat [locatie 1] een oppervlakte van 6 m² heeft. Uit de kadastrale kaart bij deze brief blijkt dat [locatie 1] de vorm van een rechthoek heeft. Een uitsnede van de kadastrale kaart is ten aanzien van [locatie 1] als volgt:[Afbeelding]

Op 19 maart 2025 heeft een landmeter van het Kadaster op verzoek van [naam 2] een grensreconstructie van de percelen 6864, [locatie 1] en [locatie 3] uitgevoerd. Daarbij waren [naam 2] en [eiser] aanwezig. Zijn bevindingen heeft de landmeter vastgelegd in het Relaas van bevindingen met archiefnummer [nummer 2] (Relaas van bevindingen [nummer 2]). Hieruit blijkt dat bij de grensreconstructie de vorm en grootte van [locatie 1] anders zijn vastgesteld dan tijdens de aanwijs op 29 maart 2023. In het Relaas van bevindingen [nummer 2] heeft [locatie 1] de vorm van een driehoek. Een uitsnede hiervan is als volgt:

[Afbeelding]

Op 11 mei 2025 heeft [eiser] bij het Kadaster een klacht ingediend naar aanleiding van de wijziging van de grenzen van [locatie 1]. In deze klacht vraagt [eiser] aan de bewaarder om de grenzen van [locatie 1] weer vast te stellen zoals is gedaan tijdens de aanwijs op 29 maart 2023 en in de brief van 6 mei 2023 en de daarbij behorende kadastrale kaart.

De bewaarder heeft het verzoek van [eiser] opgevat als een verzoek als bedoeld in artikel 7t van de Kadasterwet en naar aanleiding daarvan het primaire besluit genomen. In dat besluit heeft de bewaarder aangegeven dat zij nader onderzoek heeft gedaan naar de vraag of er een verschil is tussen de gegevens in de brondocumenten (Relazen van bevindingen) en de gegevens in de BRK. Uit dat onderzoek is de bewaarder allereerst gebleken dat na de grensreconstructie op 19 maart 2025 de kadastrale grenzen van [locatie 1] overeenkomstig de gegevens in de Relazen van bevindingen op de kadastrale kaart zijn weergegeven. Wel is de bewaarder daarbij ook gebleken dat de oppervlakte van [locatie 1] onjuist in de BRK is vermeld en moet worden hersteld. Het herstellen van een authentiek gegeven in de BRK wordt ook wel redresseren genoemd.

Op basis van het nadere onderzoek heeft de bewaarder in het primaire besluit het verzoek van [eiser] toegewezen, in die zin dat naar aanleiding daarvan de in de BRK vastgelegde oppervlakte van [locatie 1] is gewijzigd van 6 m² naar 1 m². Ook heeft de bewaarder in het primaire besluit de kadastrale aanduiding van dit perceel ambtshalve gewijzigd, door [locatie 1] te vernummeren naar [nummer 3].

In het bestreden besluit heeft de bewaarder nader toegelicht dat uit de grensreconstructie op 19 maart 2025 is gebleken dat de kadastrale zuid- en westgrens van [locatie 1] niet conform de brondocumenten stonden weergegeven op de kadastrale kaart. Daarom is op 20 maart 2025 besloten om de kadastrale kaart ambtshalve te redresseren op grond van artikel 7s van de Kadasterwet. Door het redres is ook de oostgrens van [locatie 1] gewijzigd. Met de redressering is de kadastrale grens op de kadastrale kaart in overeenstemming gebracht met de brondocumenten Relaas van bevindingen [nummer 1] en Relaas van bevindingen met archiefnummer [nummer 4], aldus de bewaarder.

De beroepsgronden van [eiser]

4. [eiser] voert in beroep aan dat het doel van de aanwijs op 29 maart 2023 was om de erfgrenzen van [locatie 1] uit te zetten en om dat te splitsen van perceel [locatie 3]. Ter voorbereiding van die aanwijs heeft de gemeente met oranje buizen de vast te leggen erfgrenzen uitgezet en inzichtelijk gemaakt. Het gaat om de oranje buizen met de nummers [nummer 5], [nummer 6] en [nummer 7], die volgens [eiser] nog steeds zichtbaar in het veld aanwezig zijn. Tijdens de aanwijs op 29 maart 2023 hebben [eiser], [naam 2] en de gemeente de oranje buizen aangewezen als de door het Kadaster vast te leggen erfgrens. [eiser] en [naam 2] zijn er na de aanwijs steeds van uitgegaan dat het Kadaster de erfgrens tussen beide percelen conform de locatie van de oranje buizen had vastgelegd. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de omstandigheid dat [naam 2] na de aanwijs als erfafscheiding een hekwerk heeft geplaatst, waarvan de locatie overeenkomt met de oranje buizen. Tijdens de grensreconstructie op

19 maart 2025 werd het [eiser] echter duidelijk dat de grens tussen de percelen [locatie 1] en [locatie 3] niet was vastgelegd zoals die op 29 maart 2023 door partijen was aangewezen en via de oranje buizen was aangegeven. Volgens [eiser] is evident dat sprake is van een fout in de gegevens van het Kadaster, omdat duidelijk is dat alle betrokken partijen de erfgrens tussen beide percelen hebben willen vastleggen overeenkomstig de locatie van de oranje buizen. Die fout moet worden hersteld. [eiser] wil dat perceel [nummer 3] weer wordt vernummerd naar [locatie 1] en dat de erfgrens tussen de percelen [locatie 1] en [locatie 3] wordt vastgesteld in overeenstemming met de locatie van de in het veld aanwezige oranje buizen met de nummers [nummer 5], [nummer 6] en [nummer 7], zoals tijdens de aanwijs op 29 maart 2023 is afgesproken. Ook wil [eiser] dat [locatie 1] weer een rechthoekige vorm krijgt en een oppervlakte van 6 m², zoals is aangegeven op de kadastrale kaart bij de brief van 6 mei 2023.

Juridisch kader

5. Artikel 7s, eerste lid, van de Kadasterwet bepaalt dat indien het Kadaster constateert dat de weergave van een authentiek gegeven als bedoeld in artikel 7f, tweede lid, of 7g, eerste lid, in de BRK niet in overeenstemming is met dat gegeven, als opgenomen in een brondocument of, ingeval een authentiek gegeven wordt afgeleid uit een brondocument, dat gegeven niet juist en volledig daaruit is afgeleid, het Kadaster ambtshalve dat gegeven in de BRK herstelt.

Artikel 7t, eerste lid, van de Kadasterwet bepaalt, verkort weergegeven, dat een belanghebbende, indien hij gerede twijfel heeft over de juistheid van een in de BRK opgenomen gegeven dat krachtens deze wet als authentiek is aangemerkt, onder opgaaf van redenen aan het Kadaster een verzoek tot herstel van dat gegeven in de BRK kan doen.

Beoordeling van het beroep

De rechtbank overweegt dat de beoordeling van deze zaak neerkomt op de vraag of de bewaarder de gegevens van [locatie 1] in de BRK heeft kunnen aanpassen zoals na de grensreconstructie op 19 maart 2025 en in het primaire besluit is gedaan.

Bij de beoordeling hanteert de rechtbank de volgende aanduidingen:[Afbeelding]

Noord-grens

Oost-grens 1

Oost-grens 2

Zuid-grens

De rechtbank stelt vast dat de Noord-grens van [locatie 1] niet in geschil is. Uit de stukken en wat partijen ter zitting hebben verklaard maakt de rechtbank namelijk op dat die grens in overeenstemming is met de oranje buizen die de gemeente heeft geslagen en dus ook is vastgesteld op de plek die [eiser] voorstaat. Ook hebben partijen ter zitting verklaard dat de erfafscheiding die [naam 2] heeft geplaatst op de noordgrens van [locatie 1] staat.

In geschil zijn de Oost-grens en de Zuid-grens van het perceel.

Volgens [eiser] zijn die grenzen bij de grensreconstructie in 2025 ten onrechte aangepast ten aanzien van de aanwijs in 2023. [eiser] stelt dat de grenzen zijn gewijzigd en geeft daarvoor de volgende argumenten: (a) er is geen rechthoek, maar een driehoek ontstaan; (b) het oppervlak is gewijzigd van 6 naar 1 m²; en (c) bij de reconstructie is aangegeven dat de grens ongeveer 30 cm ten westen zou liggen van het hekwerk van [naam 2] en de nog aanwezige oranje palen die de gemeente had geslagen, maar de bedoeling was om de grens conform die oranje palen aan te wijzen. Dat het de bedoeling was om de grens conform de oranje palen aan te wijzen, leidt [eiser] af uit de omstandigheden dat de gemeente met hoogwaardige apparatuur de oranje palen heeft geslagen, dat de coördinaten van het Relaas van bevindingen [nummer 1] met de oranje palen overeenstemmen en dat [naam 2] het hek conform de oranje palen heeft neergezet.

De bewaarder betwist dat de Oost-grens is gewijzigd en stelt dat met het redresseren van de Zuid-grens de situatie (weer) overeenkomt met de overdracht die in 2022 heeft plaatsgevonden. In reactie op de argumenten van [eiser] licht de bewaarder toe dat de driehoek is ontstaan doordat de Zuid-grens aanvankelijk niet juist was ingetekend. Ook het oppervlak is hierdoor gewijzigd. De aanpassing van de Zuid-grens heeft echter geen gevolgen, want het deel dat hierdoor niet langer onder [locatie 1] valt, behoort toe tot perceel 6864 dat al eigendom is van [eiser]. Ten aanzien van de Oost-grens betwist de bewaarder dat deze op de plek van de huidige oranje palen had moeten komen. Voor zover deze palen nog op de plek staan waar ze door de gemeente zijn geslagen en niet zijn verzet, geldt dat de gemeente een fout kan hebben gemaakt bij het slaan daarvan. De coördinaten van de palen in het Relaas van bevindingen [nummer 1] zijn niet bepalend omdat die onvoldoende nauwkeurig zijn; het gaat om de afstand tot vaste objecten. Daarbij was het de bedoeling van partijen bij de aanwijs van het over te dragen perceel dat Oost-grens 2 zou worden doorgetrokken naar Oost-grens 1. Dat is gedaan.

De rechtbank overweegt als volgt. Enerzijds kan de rechtbank goed invoelen dat de wijzigingen van de vorm van het perceel en de gemelde afmetingen tot verwarring hebben geleid. Anderzijds volgt de rechtbank de gedachtegang van de bewaarder dat het in de kern gaat om de vraag of de Oost-grens juist is. Dat deze na het redresseren verkeerd zou zijn, heeft [eiser] onvoldoende onderbouwd. Daarvoor is van belang wat [eiser] en de gemeente hebben beoogd over te dragen en dus wat ze hebben bedoeld met de oranje palen uit te zetten en aan te wijzen in 2023. De Oost-grens wordt in de leveringsakte zelf niet genoemd. Wel volgt uit door de gemeente aan [eiser] verstrekte tekeningen van het te leveren perceel (productie 1 en 3 bij het beroepschrift) dat het de bedoeling is geweest om de bestaande kadastrale Oost-grens 2 te laten staan en de Oost-grens 1 ten opzichte daarvan door te trekken. Alleen de Noord-grens is op deze tekeningen met een groene lijn aangeduid als nieuw te trekken kavelgrens.

Dat Oost-grens 2, en in het verlengde daarvan Oost-grens 1, in het primaire besluit op een verkeerde plek zouden zijn vastgelegd, heeft [eiser] onvoldoende onderbouwd. Zoals de bewaarder heeft toegelicht, kunnen de oranje buizen, en in navolging daarvan het hekwerk van [naam 2], door een fout van de landmeter van de gemeente op de verkeerde plek zijn gezet. Daarbij kan de rechtbank de toelichting van de bewaarder volgen over het ontbreken van voldoende nauwkeurigheid bij de coördinaten van deze buizen.

De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat [eiser] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de bewaarder in het primaire besluit een fout heeft gemaakt die moet leiden tot herstel. Dat leidt ertoe dat de bewaarder de bezwaren in het bestreden besluit heeft kunnen afwijzen en dat het beroep tegen het bestreden besluit niet slaagt.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat [eiser] geen gelijk krijgt en dat de redressering van het voormalige [locatie 1], zoals aangegeven in het primaire besluit, in stand blijft.

Omdat het beroep ongegrond is, krijgt [eiser] het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Rozeboom, rechter, in aanwezigheid van

mr. P.J.H. Bijleveld, griffier. Uitgesproken in het openbaar op

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.C. Rozeboom

Griffier

  • mr. P.J.H. Bijleveld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand