ECLI:NL:RBOVE:2026:6487

ECLI:NL:RBOVE:2026:6487

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 27-10-2026
Datum publicatie 27-10-2026
Zaaknummer ZWO_26_429
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Bezwaarschrift te laat ingediend. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. Niet is gebleken dat eiser niet in staat was om op tijd bezwaar te maken, onder meer omdat eiser rondom de bezwaarperiode in een andere procedure wel beroep bij de rechtbank instelde. Het college heeft het bezwaarschrift van eiser terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het college mocht ook afzien van het horen van eiser in de bezwaarfase. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats],

het college van burgemeester en wethouders van Hengelo,

Samenvatting

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 26/429

hierna: [eiser],

en

hierna: het college,

(gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2]).

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van [eiser] tegen het besluit van het college om het bezwaarschrift van [eiser] niet-ontvankelijk te verklaren. [eiser] heeft bezwaar gemaakt tegen een omgevingsvergunning. Dit bezwaarschrift is te laat ingediend en volgens het college is deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar. [eiser] is het daarmee niet eens. Hij stelt dat hij door een burn-out niet in staat is geweest om zijn belangen te behartigen en op tijd bezwaar te maken. Ook vindt hij dat hij onterecht niet is gehoord door de bezwaarschriftencommissie.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Niet is gebleken dat [eiser] door zijn burn-out niet in staat was om op tijd bezwaar te maken. Het college mocht ook afzien van het horen van [eiser] in de bezwaarfase. Het beroep van [eiser] is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Inleiding en procesverloop

2. Het college heeft op 13 december 2024 een omgevingsvergunning verleend voor het aanpassen van een gemeentelijk beschermd karakteristiek pand aan de [adres]. [eiser] heeft op 6 oktober 2025 bezwaar gemaakt tegen deze omgevingsvergunning.

Het college heeft op 16 december 2025 op het bezwaarschrift beslist en het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard (het bestreden besluit). Volgens het college is het bezwaarschrift te laat ingediend en is de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar.

[eiser] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

[eiser] heeft op 27 juli 2026 nadere stukken ingediend.

Het college heeft op 30 juli 2026 nadere stukken ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 3 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser] en de gemachtigden van het college.

Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht twee weken later uitspraak te doen.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader ontvankelijkheid

Regelgeving

3. Een bezwaarschrift moet binnen zes weken na de bekendmaking van een besluit worden ingediend. Dit is geregeld in artikel 6:7 en artikel 6:8, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb).

Een bezwaarschrift dat te laat wordt ingediend, is in beginsel niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het bezwaarschrift niet inhoudelijk wordt behandeld. Daarop bestaat een uitzondering. Als de indiener van een bezwaarschrift redelijkerwijs niet in verzuim is geweest en de termijnoverschrijding daarom verschoonbaar is, dan blijft de niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift achterwege. Dit volgt uit artikel 6:11 van de Awb.

Jurisprudentie

In de rechtspraak zijn uitgangspunten geformuleerd aan de hand waarvan kan worden geoordeeld of het te laat indienen van een bezwaarschrift verschoonbaar is. Voor het aannemen van een verschoonbare termijnoverschrijding is ten eerste vereist dat de termijnoverschrijding niet aan de indiener kan worden toegerekend. Ten tweede is vereist dat het bezwaarschrift alsnog zo spoedig mogelijk is ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd.

Een termijnoverschrijding kan niet aan de indiener worden toegerekend als er bijzondere omstandigheden zijn bij de indiener. Bijzondere omstandigheden bij de indiener kunnen persoonlijke omstandigheden of externe omstandigheden zijn. Als de indiener als gevolg van deze omstandigheden geen verwijt kan worden gemaakt van de termijnoverschrijding, dan kan de termijnoverschrijding niet aan de indiener worden toegerekend. Daarbij moet naar alle omstandigheden worden gekeken. Ook belangen van derden kunnen reden zijn om de termijnoverschrijding aan de indiener toe te rekenen.

Is de termijnoverschrijding verschoonbaar?

4. De rechtbank stelt vast dat de omgevingsvergunning op 13 december 2024 door toezending aan de aanvrager is bekendgemaakt. Dat betekent dat de bezwaartermijn op 14 december 2024 is aangevangen en op 25 januari 2025 is geëindigd. Het college heeft het bezwaarschrift van [eiser] ontvangen op 6 oktober 2025 en dat is buiten de bezwaartermijn. Dat is tussen partijen niet in geschil.

Na de ontvangst van het bezwaarschrift is [eiser] door het college in de gelegenheid gesteld om de te late indiening van zijn bezwaarschrift schriftelijk toe te lichten. Dit heeft hij bij brief van 10 november 2025 gedaan. [eiser] heeft in zijn brief benoemd dat hij door een burn-out en een ongeluk arbeidsongeschikt is geraakt en daarom zijn belangen niet heeft kunnen behartigen. Ter onderbouwing heeft hij een stuk bij zijn brief gevoegd. Dit is een grotendeels zwartgelakt document, waarin alleen de diagnose ‘burn-out’ en een datum van een spreekuur zichtbaar zijn gebleven.

Het college betwist niet dat [eiser] tijdens de bezwaartermijn een burn-out had. Volgens het college is echter niet gebleken dat [eiser], ondanks de burn-out, niet in staat was om bezwaar te maken. Partijen zijn dus verdeeld over de vraag of het te laat indienen van het bezwaarschift verschoonbaar is. De rechtbank beantwoordt die vraag aan de hand van de uitgangspunten uit de rechtspraak zoals onder 3.3. benoemd.

Was er sprake van bijzondere omstandigheden?

De rechtbank oordeelt dat de omstandigheid dat [eiser] tijdens de bezwaartermijn een burn-out had, geen bijzondere omstandigheid is die als gevolg heeft dat het te laat indienen van het bezwaarschrift niet aan [eiser] kan worden toegerekend. Het college heeft onweersproken gesteld dat de omgevingsvergunning van 13 december 2024 en waartegen [eiser] bezwaar heeft gemaakt, in december 2025 per e-mail en per post aan hem is toegezonden. Deze omgevingsvergunning was als bijlage bij een beslissing op bezwaar gevoegd. In die beslissing op bezwaar is ook op de omgevingsvergunning van

13 december 2024 gewezen. [eiser] heeft tegen die beslissing op bezwaar op 25 januari 2025 beroep bij de rechtbank ingediend. Hieruit blijkt dat [eiser] gedurende de bezwaartermijn in staat was om zijn belangen te behartigen. Hierdoor is niet gebleken dat [eiser] door zijn burn-outklachten niet in staat was om op tijd een bezwaarschrift in te dienen. [eiser] heeft op de zitting nog naar voren gebracht dat hij de omgevingsvergunning door zijn burn-out over het hoofd heeft gezien. De rechtbank vindt dat geen bijzondere omstandigheid als gevolg waarvan de termijnoverschrijding niet aan [eiser] kan worden toegerekend. Daarbij weegt de rechtbank ook mee dat er sprake is van een geschil tussen meerdere partijen. Bij het al dan niet toerekenen van de termijnoverschrijding moet ook belang worden gehecht aan de rechtszekerheid van de andere betrokkenen, in dit geval de vergunninghouder.

De rechtbank komt dus tot de conclusie dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn. Dat maakt dat het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank komt daarom niet toe aan het beoordelen van de vraag of het bezwaarschrift zo spoedig als mogelijk is ingediend.

De beroepsgrond slaag niet.

Mocht het college afzien van het horen van [eiser] in bezwaar?

5. Op grond van artikel 7:3, eerste lid, onder a, van de Awb kan van het horen van een belanghebbende in de bezwaarfase worden afgezien als het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is. Uit vaste rechtspraak volgt dat van deze bevoegdheid gebruik mag worden gemaakt als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat het bezwaar niet-ontvankelijk is.

[eiser] stelt dat hij onterecht niet is gehoord in de bezwaarfase. Tijdens een hoorzitting had hij zijn persoonlijke situatie en stukken daarover mondeling kunnen toelichten waardoor die situatie beter beoordeeld had kunnen worden.

De rechtbank oordeelt dat het college zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk was, waardoor het college van het horen van [eiser] mocht afzien. Het college heeft [eiser] na ontvangst van het bezwaarschrift in de gelegenheid gesteld om de te late indiening van zijn bezwaarschrift schriftelijk toe te lichten. Het is vervolgens aan [eiser] om deze toelichting te geven en ook te onderbouwen. [eiser] heeft dat in beperkte mate gedaan. Door deze beperkte toelichting, in samenhang met de omstandigheid dat [eiser] rondom de bezwaartermijn in een andere procedure beroep heeft ingesteld, heeft het college zich voldoende voorgelicht mogen achten over de reden van de termijnoverschrijding. Op basis van die informatie hoefde er bij het college redelijkerwijs geen twijfel te zijn dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en daarmee het bezwaarschrift niet-ontvankelijk. Het college heeft daarom toepassing mogen geven aan de bevoegdheid om af te zien van horen.

De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. [eiser] krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Piksen, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Fortuin, griffier en uitgesproken in het openbaar op

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Piksen

Griffier

  • mr. J.P. Fortuin

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand