ECLI:NL:RBOVE:2026:6537

ECLI:NL:RBOVE:2026:6537

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 14-10-2026
Datum publicatie 29-10-2026
Zaaknummer C/08/298384 / FA RK 23-1606
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

De vader verzoekt o.a. benoeming van een bijzonder curator voor zijn dochter voor het maken van afspraken over de zorgregeling. De dochter wil graag tijd om eerst te proberen zelf afspraken te maken.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Zwolle

team familie- en jeugdrecht

zaaknummer: C/08/298384 / FA RK 23-1606

beschikking van 14 oktober 2026

in de zaak van

[de vader] ,

verder te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats 1],

advocaat: mr. R.E. Verhagen-Kiela,

en

[de moeder] ,

verder te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats 2],

advocaat: mr. F. Pool.

1. Het (verdere) verloop van de procedure

Op 20 mei 2025 heeft de rechtbank voor het laatst een tussenbeschikking gegeven in deze zaak, welke beschikking op 18 juni 2025 is hersteld. Bij die beschikking is de beslissing op het verzoek van de vader tot wijziging van het ouderschapsplan opnieuw aangehouden.

De rechtbank heeft daarna de volgende stukken ontvangen:

een F9-formulier van mr. Pool, ontvangen op 17 november 2025;

een F9-formulier van mr. Verhagen-Kiela, ontvangen op 19 november 2025;

een brief van de GI (met bijlage), ontvangen op 24 november 2025;

een brief van mr. Pool, ontvangen op 7 mei 2026;

een F9-formulier van mr. Verhagen-Kiela, ontvangen op 13 mei 2026;

een brief van mr. Verhagen-Kiela met aanvullende/gewijzigde

verzoeken (met bijlage), ontvangen op 10 september 2026;

- een brief van mr. Pool (met bijlage), ontvangen op 17 september 2026.

De mondelinge behandeling is op 22 september 2026 met gesloten deuren voortgezet, gelijktijdig met de voortgezette mondelinge behandeling van de zaak C/08/345734 / JE RK 26-370. Daarbij waren aanwezig:

de vader, bijgestaan door mr. Verhagen-Kiela;

de moeder, bijgestaan door mr. A.L. Witteveen als waarnemer voor mr. Pool;

[naam 1] en [naam 2] namens de stichting Jeugdbescherming Overijssel, die

als belanghebbende was opgeroepen.

De rechtbank heeft op 9 september 2026 een brief van [kind] ontvangen. Omdat de aanvullende/gewijzigde verzoeken van de vader op dat moment nog niet waren ingediend, heeft de rechter op 1 oktober 2026 een aanvullend gesprek met [kind] gevoerd.

2. Het verzoek

Bij brief van 10 september 2026 heeft de vader zijn verzoeken aangevuld/gewijzigd. De vader verzoekt de rechtbank om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- een bijzondere curator ex artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te

benoemen;

- het tussen partijen overeengekomen ouderschapsplan ondertekend op 19/20 februari

2018 te wijzigen en te bepalen dat:

a) beide ouders aanspreekpunt zijn voor de school waar [kind] naartoe gaat/in de

toekomst naartoe zal gaan;

b) de ouders elkaars positie naar derden toe respectvol dienen te benoemen en ervoor dienen te waken dat derden zich in negatieve zin mengen in het ouderschap;

c) de ouders elkaar naar [kind] toe zoveel als mogelijk dienen te ondersteunen in ieders rol ten aanzien van [kind] juist ook wanneer er ogenschijnlijk fouten worden gemaakt of zich problemen voordoen;

d) signalen van [kind] omtrent de andere ouder of diens leefsituatie door en tussen de ouders dienen te worden afgestemd zonder [kind] daar verder mee te belasten;

e) de ene ouder het contact tussen [kind] en de familieleden van de andere ouder niet in de weg dient te staan;

f) na overlijden van een van de ouders de andere ouder zich dient in te zetten om de band tussen de familie van de overleden ouder en [kind] intact te laten;

g) de volgende zorg- en contactregeling tussen de vader en [kind] zal gelden: de vader zal de zorg voor [kind] hebben in de oneven week van vrijdag 13:00 uur (de vader haalt [kind] op uit school) tot zaterdag 20:30 uur en in de even weken van vrijdag 13:00 uur tot maandag 09:00 uur (de vader brengt [kind] naar school);

h) in plaats van artikel 5.5. van het ouderschapsplan de vader op een avond naar keuze (wanneer [kind] bij de moeder verblijft) met [kind] naar een sportvereniging gaat ([kind] kan een sport kiezen in overleg met de ouders, bij voorkeur in teamverband) en de kosten hiervan draagt;

i. i) de vakanties en feestdagen worden verdeeld conform het door de vader op 10 september 2026 overgelegde schema en dit schema vast te leggen in deze beschikking;

j) althans een regeling te bepalen die de rechtbank redelijk voorkomt.

De verzoeken die de vader in zijn inleidend verzoekschrift heeft geformuleerd onder I, II, IV, V, XV en XVI heeft de vader ingetrokken.

3. Het verweer

Namens de moeder is verweer gevoerd.

4. De feiten

De ondertoezichtstelling van [kind] is op 27 september 2026 geëindigd.

Voor de overige feiten wordt verwezen naar de hiervoor genoemde tussenbeschikking van 20 mei 2025.

5. De (verdere) beoordeling

De positie van de stichting Jeugdbescherming Overijssel

Bij beschikking van de kinderrechter van 24 september 2026 is het resterende deel van het verzoek van de vader om de ondertoezichtstelling van [kind] te verlengen, afgewezen, Daarom is vanaf de datum dat de ondertoezichtstelling is geëindigd, 27 september 2026, de stichting Jeugdbescherming Overijssel geen belanghebbende meer in deze procedure en wordt deze daarom ook niet als zodanig in de kop van deze beschikking vermeld.

Gedeeltelijke overeenstemming

De vader en de moeder hebben tijdens de voortgezette mondelinge behandeling voor een deel overeenstemming bereikt. Zij zijn het met elkaar eens dat de verzoeken van de vader zoals genoemd in de tussenbeschikking van 10 april 2024 onder punt VI. tot en met X. en punt XII. kunnen worden toegewezen. Gelet op de overeenstemming tussen partijen en omdat het belang van [kind] zich hiertegen niet verzet, zal de rechtbank de hiervoor genoemde verzoeken van de vader toewijzen.

Het aanspreekpunt voor school

De vader verzoekt de rechtbank te bepalen dat beide ouders aanspreekpunt zijn voor de school waar [kind] naartoe gaat/in de toekomst naartoe zal gaan. De moeder concludeert tot afwijzing van dit verzoek.

De rechtbank overweegt als volgt. De moeder draagt het overgrote deel van de verzorging en opvoeding van [kind]. Daarom acht de rechtbank het passend dat de moeder het eerste aanspreekpunt is voor de school van [kind]. De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij er geen bezwaar tegen heeft als de vader door de school wordt geregistreerd als tweede aanspreekpunt. Naar het oordeel van de rechtbank is het aan de ouders om dit zelf met de school af te spreken. De rechtbank ziet hierin geen aanleiding om het ouderschapsplan aan te passen, zoals de vader heeft verzocht. Dit betekent dat het verzoek van de vader op dit punt zal worden afgewezen.

De zorgregeling en het verzoek om een bijzondere curator te benoemen

De vader verzoekt de rechtbank om een bijzondere curator ex artikel 1:250 BW te benoemen voor [kind], zodat de bijzondere curator (primair) kan helpen bij het tot stand brengen van het gesprek tussen de vader en [kind] en een passende zorgregeling tussen de vader en [kind]. De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij zich kan vinden in dit verzoek. Het verzoek van de vader om een bijzondere curator te benoemen was echter nog niet bekend op het moment dat [kind] de rechtbank een brief heeft geschreven. Daarom heeft de rechter het aanvullende verzoek van de vader met [kind] besproken op 1 oktober 2026.

Tijdens het gesprek van 1 oktober 2026 heeft de rechter aan [kind] uitgelegd wat een bijzondere curator is. [kind] heeft daarop aangegeven dat ze bang is dat de betrokkenheid van een bijzondere curator haar stress gaat geven, maar dat ze het aan de andere kant fijn vindt dat haar vader probeert om aan haar te denken. Het liefst wil [kind] zelf met haar vader over de zorgregeling praten. Om [kind] die mogelijkheid te geven, heeft de rechter met [kind] afgesproken dat zij eerst zal kijken of het lukt om zelf met de vader in gesprek te gaan en afspraken te maken over de zorgregeling. Gelet hierop zal de rechtbank de beslissing over de zorgregeling en het al dan niet benoemen van een bijzondere curator voorlopig aanhouden.

De rechtbank verzoekt [kind] en de vader om uiterlijk 11 november 2026 aan de rechtbank te laten weten of het is gelukt om afspraken te maken over de zorgregeling en zo ja, wat de gemaakte afspraken zijn en of de vader wenst dat die afspraken bij beschikking worden vastgesteld. Indien het (nog) niet is gelukt om afspraken te maken, verzoekt de rechtbank [kind] en de vader te laten weten of zij meer tijd willen krijgen om tot afspraken te komen, of dat de vader een beslissing vraagt van de rechtbank over het al dan niet benoemen van een bijzondere curator en de zorgregeling. Na ontvangst van de berichten van [kind] en de vader zal de moeder de gelegenheid krijgen om hierop te reageren, zoals hierna staat vermeld.

De verdeling van de vakanties en feestdagen

De vader verzoekt de rechtbank te bepalen dat de vakanties en feestdagen worden verdeeld conform het door de vader op 10 september 2026 overgelegde schema. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de moeder echter onbetwist gesteld dat de vader samen met [kind] in onderling overleg afspraken maakt/heeft gemaakt over de vakanties en feestdagen, welke afspraken neerkomen op een verdeling bij helfte. De verdeling van de vakanties en feestdagen komt daarmee overeen met de afspraken die in het ouderschapsplan staan. Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding om het ouderschapsplan op dit punt te wijzigen. De rechtbank wijst dit verzoek van de vader dan ook af.

De uitvoerbaarheid bij voorraad

De rechtbank zal de beslissing over de punten waarover partijen overeenstemming hebben bereikt uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dit betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt totdat het gerechtshof, indien één van partijen hoger beroep instelt, een andere beslissing neemt.

Mail aan [kind]

De rechter heeft [kind] de volgende mail geschreven:

Beste [kind],

Onlangs hebben wij weer een gesprek met elkaar gehad. We hadden het toen over de vraag van je vader aan de rechter, om een bijzondere curator te benoemen. Ik heb je verteld wat een bijzondere curator is en wat die voor opdracht kan krijgen van de rechtbank. Dat had te maken met het veranderen van de regeling over het contact tussen jou en je vader.

Jij hebt toen gezegd dat je bang bent dat een bijzondere curator je stress gaat geven, maar dat je het aan de andere kant fijn vindt dat je vader aan je probeert te denken. Je zou echter graag de kans krijgen om zelf met je vader te overleggen over die regeling, omdat jullie daar nog helemaal niet over gepraat hadden.

We hebben toen het volgende afgesproken:

- je krijgt vier weken de tijd om met je vader in overleg te gaan en te proberen afspraken te maken

- jij en je vader sturen mij na vier weken een berichtje (jij op e-mailadres familie.zwolle@rechtspraak.nl en je vader via zijn advocaat) of het gelukt is afspraken te maken, en zo ja, wat die afspraken dan zijn

- als jullie al wel aan het overleggen zijn, maar nog geen vaste afspraken hebben gemaakt en meer tijd nodig hebben, kunnen jullie dat ook aangeven

- als jullie (uiteindelijk) afspraken hebben gemaakt, mag je moeder daar ook nog op reageren, omdat die afspraken een verandering brengen in de afspraken die je ouders zelf over jou hebben gemaakt

- als het jou en je vader niet lukt om in gesprek te gaan hierover of als het jullie niet lukt om afspraken te maken waar jullie het allebei mee eens zijn, krijg ik daar ook graag een berichtje over. Dan ga ik nadenken of ik het een goed idee vind om een bijzondere curator te benoemen.

Ik wens jou en je vader veel succes bij jullie gesprek hierover. Het kan fijner zijn om in overleg zelf afspraken te maken, dan dat de rechtbank een beslissing neemt.

Graag krijg ik dan van jou via de mail ( familie.zwolle@rechtspraak.nl ) uiterlijk 11 november 2026 bericht van jou zoals hiervoor is beschreven.

6. De beslissing

De rechtbank:

wijzigt het door partijen op 19/20 februari 2018 opgestelde en ondertekende ouderschapsplan en bepaalt dat:

de ouders elkaars positie naar derden toe respectvol dienen te benoemen en ervoor dienen te waken dat derden zich in negatieve zin mengen in het ouderschap;

de ouders elkaar naar [kind] toe zoveel als mogelijk dienen te ondersteunen in ieders rol ten aanzien van [kind] juist ook wanneer er ogenschijnlijk fouten worden gemaakt of zich problemen voordoen;

signalen van [kind] omtrent de andere ouder of diens leefsituatie door en tussen de ouders dienen te worden afgestemd zonder [kind] daar verder mee te belasten;

de ene ouder het contact tussen [kind] en de familieleden van de andere ouder niet in de weg dient te staan;

na overlijden van een van de ouders de andere ouder zich dient in te zetten om de band tussen de familie van de overleden ouder en [kind] intact te laten;

in plaats van artikel 5.5. van het ouderschapsplan de vader op een avond naar keuze (wanneer [kind] bij de moeder verblijft) met [kind] naar een sportvereniging gaat ([kind] kan een sport kiezen in overleg met de ouders, bij voorkeur in teamverband) en de kosten hiervan draagt;

verklaart de beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst de verzoeken van de vader over wie aanspreekpunt is voor de school van [kind] en de verdeling van de vakanties en feestdagen af;

stelt [kind] en de (advocaat van de) vader in de gelegenheid om uiterlijk 11 november 2026 te laten weten of het is gelukt om samen in gesprek te gaan en afspraken te maken over de zorgregeling, en zo ja, wat die afspraken zijn en of de vader wenst dat die afspraken bij beschikking worden vastgesteld en zo niet, of zij meer tijd nodig hebben om samen tot afspraken te komen;

stelt de (advocaat van de) moeder in de gelegenheid om uiterlijk 25 november 2026 te reageren op de berichten van [kind] en de vader en te laten weten hoe zij wil dat het verder gaat in deze procedure, zo nodig onder overlegging van verhinderdata;

bepaalt dat indien uitstel wordt gegeven aan [kind] en/of de vader de termijn voor indiening van de reactie van de moeder ook met dat uitstel verlengd wordt;

houdt iedere verdere beslissing over de zorgregeling en het verzoek om een bijzondere curator te benoemen aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. van der Hoeven, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2026 in tegenwoordigheid van mr. C. Ruiter, griffier.

De rechtbank stuurt een afschrift van deze beschikking naar de Raad voor de Kinderbescherming. De raad neemt de gegevens uit deze beschikking op in zijn registratie.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C. Ruiter

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand