RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 12315073 \ CV EXPL 26-1339
Vonnis van 20 oktober 2026
in de zaak van
MENZIS ZORGVERZEKERAAR N.V.,
te Wageningen,
eisende partij,
hierna te noemen: Menzis,
gemachtigde: GGN Mastering Credit N.V.,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 juni 2026; - de (mondelinge) conclusie van antwoord van 28 juli 2026;
- de e-mail van [gedaagde] van 30 juli 2026, die is aangemerkt als aanvullend antwoord; - de conclusie van repliek van 25 augustus 2026.
[gedaagde] heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[gedaagde] heeft een zorgverzekeringspolis bij Menzis, waarvoor [gedaagde] maandelijks premie moet betalen.
[gedaagde] heeft de premie van mei 2025 onbetaald gelaten.
3. Het geschil
De vordering
Menzis vordert van [gedaagde] de premie voor de zorgverzekering voor de maand mei 2025 en bijkomende kosten en de proceskosten.
Het verweer
[gedaagde] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Hoofdsom
Menzis heeft gesteld dat [gedaagde] de premie voor de maand mei 2025 onbetaald heeft gelaten. [gedaagde] heeft naar voren gebracht dat hij de premie van mei 2025 heeft betaald en heeft ter onderbouwing van zijn stelling bij e-mail van 30 juli 2026 een transactieoverzicht van mei en juli 2025 overgelegd. Menzis heeft daartegenover bij haar conclusie van repliek een specificatie overgelegd, waaruit blijkt welke bedragen [gedaagde] heeft voldaan en hoe de betalingen zijn afgeboekt. Uit dit overzicht blijkt dat de gestelde betaling van [gedaagde] op
30 mei 2025 is afgeboekt op de maand juni 2025. Eveneens blijkt uit dit overzicht dat de maand mei 2025 (nog) niet is betaald. [gedaagde] heeft dit overzicht niet weersproken, zodat de kantonrechter uit gaat van de juistheid van dit overzicht.
De kantonrechter is gelet op bovenstaande van oordeel dat [gedaagde] de premie voor de maand mei 2025 nog moet betalen. Nu [gedaagde] dat nog niet heeft gedaan, zal de kantonrechter de hoofdsom van € 217,92 toewijzen.
Bijkomende kosten
Ambtshalve toetsing van toepasselijke algemene voorwaarden
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde vergoeding van rente en buitengerechtelijke incassokosten, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
Vaststaat dat [gedaagde] de premie niet op tijd heeft betaald en hierdoor in verzuim is geraakt. De daarna in rekening gebrachte wettelijke rente moet [gedaagde] daarom ook betalen.
Menzis vordert een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten. Menzis heeft [gedaagde] bij brief van 20 augustus 2025 een termijn van 14 dagen gegeven om zonder bijkomende kosten de openstaande premie te voldoen. Vast staat dat [gedaagde] het bedrag niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan. Bovendien voldoet de aanmaning aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. [gedaagde] heeft de ontvangst van deze brief van Menzis ook niet betwist. Menzis heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en daarom moeten [gedaagde] ook deze kosten betalen.
Proceskosten
Omdat betaling, ondanks aanmaning, uitbleef, is de kantonrechter van oordeel dat Menzis in redelijkheid heeft kunnen besluiten om [gedaagde] te dagvaarden. [gedaagde] krijgt ongelijk en hij moet daarom de proceskosten betalen.
De proceskosten van Menzis worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
153,77
- griffierecht
€
139,00
- salaris gemachtigde
€
174,00
(2 punten × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
Totaal
€
510,27
Betalingsregeling
Ten slotte merkt de kantonrechter nog het volgende op. [gedaagde] vraagt om een eventuele betalingsregeling. De kantonrechter komt niet de bevoegdheid toe een regeling op te leggen. Voor het treffen van een betalingsregeling moet [gedaagde] zich wenden tot (de gemachtigde van) Menzis. Opgemerkt wordt dat (de gemachtigde van) Menzis niet verplicht kan worden met [gedaagde] een betalingsregeling te treffen.
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Menzis te betalen een bedrag van € 278,87 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 217,92 vanaf
9 juni 2026 tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten tot op heden aan de zijde van Menzis begroot op bedrag € 510,27, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen de kosten van betekening, indien [gedaagde] niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Smedes en in het openbaar uitgesproken op
20 oktober 2026. (ak)