RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12269491 \ CV EXPL 26-1877
Vonnis van 13 oktober 2026
in de zaak van
FOCUS LED LIGHTING B.V.,
te Deventer,
eisende partij,
hierna te noemen: FLL,
gemachtigde: Van Loon Incasso Advocaten,
tegen
INDULUX B.V.,
te Enschede,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Indulux,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 1 juni 2026; - de conclusie van antwoord van 14 juni 2026; - de conclusie van repliek van 11 augustus 2026.
Indulux heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.
Ten slotte is vonnis bepaald en bij vervroeging uitgesproken.
2. De feiten
FLL heeft verlichtingsartikelen en toebehoren aan Indulux geleverd en heeft hiervoor (8) facturen voor in totaal een bedrag van € 40.414,16 aan Indulux gestuurd.
Indulux heeft op 26 maart 2026 en 1 april 2026 twee deelbetalingen verricht van in totaal € 40.414,16 (respectievelijk € 17.125,79 en € 23.288,38).
3. Het geschil
De vordering
FLL vordert betaling van Indulux voor een bedrag van € 1.434,72, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente en betaling van de proceskosten.
FLL heeft verlichtingsartikelen en toebehoren aan Indulux geleverd en heeft daarvoor aan Indulux facturen gestuurd. Indulux heeft deze facturen te laat betaald waardoor zij volgens FLL ook de wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is. Verder heef FLL naar voren gebracht dat zij de twee deelbetalingen conform artikel 6:44 BW in mindering heeft gebracht. Omdat volledige betaling, ondanks aanmaning uitbleef, is FLL deze procedure gestart en moet Indulux volgens FLL ook de proceskosten betalen.
Het verweer
Indulux voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Partijen verschillen niet van mening over de facturen waar het in deze procedure over gaat. De kern van het geschil is of Indulux de wettelijke handelsrente, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten verschuldigd is.
FLL heeft gesteld dat Indulux de facturen van in totaal € 40.414,16 te laat heeft betaald, waardoor FLL ook de wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is. Volgens FLL is er een betalingstermijn van 30 dagen afgesproken en zij verwijst daarvoor naar de overgelegde facturen, artikel 8.1 van de toepasselijke algemene voorwaarden en de eigen inkooporder van Indulux, order [ordernummer] van 20 januari 2026, waaruit deze betaaltermijn blijkt. Indulux heeft daartegenover gesteld dat partijen mondeling vanaf begin 2025 een betalingstermijn van 60 dagen hebben afgesproken.
FLL heeft de stelling van Indulux dat mondeling zou zijn afgesproken dat sprake is van een betalingstermijn van 60 dagen bij haar conclusie van repliek gemotiveerd weersproken. Dat betekent dat het op de weg van Indulux lag om te bewijzen dat er een betalingstermijn van 60 dagen is afgesproken, maar dat heeft zij niet gedaan. Het door Indulux overgelegde betalingsoverzicht bij haar conclusie van antwoord is daartoe niet voldoende. Dat geldt temeer nu daar tegenover staat: de betalingstermijn van 30 dagen op de gevorderde facturen, artikel 8.1 van de algemene voorwaarden, de eigen inkooporder van Indulux van 20 januari 2026 met een betalingsconditie van 30 dagen en de als productie 8 bij conclusie van repliek overgelegde inkooporders met ook een betalingsconditie van
30 dagen. De kantonrechter is gelet op bovenstaande van oordeel dat tussen partijen een betalingstermijn van 30 dagen geldt.
Nu vaststaat dat tussen partijen een fatale betalingstermijn geldt van 30 dagen, heeft Indulux de facturen niet op tijd voldaan. Indulux verkeert daarmee vanaf de
vervaldata van de verschillende facturen in verzuim. Omdat sprake is van een handelsovereenkomst en Indulux de facturen niet voor de uiterste dag van betaling heeft voldaan, is Indulux aan FLL wettelijke handelsrente verschuldigd.
Nu Indulux in verzuim is, FLL incassohandelingen heeft verricht waartoe zij in redelijkheid kon overgaan en de gevorderde vergoeding van € 1.179,14 is berekend volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten is Indulux de buitengerechtelijke incassokosten eveneens verschuldigd.
Toepassing van artikel 6:44 BW leidt ertoe dat de verschenen wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten reeds zijn voldaan en dat aan hoofdsom een bedrag van € 1.434,72 resteert. Dit bedrag zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 11 mei 2026 tot de dag van volledige betaling.
Proceskosten
Omdat volledige betaling, ondanks aanmaning, uitbleef, is de kantonrechter van oordeel dat FLL in redelijkheid heeft kunnen besluiten om Indulux te dagvaarden.
Indulux krijgt ongelijk en zij moet daarom de proceskosten betalen.
De proceskosten van FLL worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
125,57
- kosten uittreksel KvK
€
11,00
- griffierecht
€
350,00
- salaris gemachtigde
€
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
€
108,50
Totaal
€
1.029,07
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt Indulux om aan FLL te betalen een bedrag van € 1.434,72 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW hierover vanaf
11 mei 2026 tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt Indulux in de proceskosten tot op heden aan de zijde van FLL begroot op bedrag € 1.029,07, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen de kosten van betekening, indien Indulux niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4 wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op
13 oktober 2026 (ak)