ECLI:NL:RBOVE:2026:6575

ECLI:NL:RBOVE:2026:6575

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 21-10-2026
Datum publicatie 01-11-2026
Zaaknummer C/08/343479 / HA ZA 26-11
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

In deze zaak spelen twee discussiepunten. Het eerste gaat over bestuurdersaansprakelijkheid. De curator van het gefailleerde Comitec Sailing houdt de bestuurder (en indirect bestuurder) van Comitec Sailing aansprakelijk voor het faillissementstekort, waarbij het standpunt is dat het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld. Het tweede discussiepunt gaat over de vraag of, na het faillissement, tussen de curator en (indirect) bestuurder een koopovereenkomst tot stand is gekomen ten aanzien van twee zeilschepen. De rechtbank wijst beide vorderingen van de curator af.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/343479 / HA ZA 26-11

Vonnis van 21 oktober 2026

in de zaak van

CANDER MATTHIJS VAN DER VEER Q.Q.,

in de hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Comitec Sailing B.V.,

kantoorhoudend in Enschede,

eisende partij,

hierna te noemen: de curator,

advocaat: mr. M.L. Dingemans,

tegen

1. [gedaagde] ,

wonend in [woonplaats] ,

gedaagde partij,hierna te noemen: [gedaagde] ,

2. de vennootschap naar Duits recht COMITEC GMBH,

gevestigd in Lehrte (Duitsland),

gedaagde partij,

hierna te noemen: Comitec GmbH,

hierna samen te noemen: gedaagden,

advocaat: mr. T. Kressin.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, die is betekend op 13 november 2025,

- de akte van de curator van 14 januari 2026, waarbij 50 producties zijn overgelegd,- de conclusie van antwoord, gedateerd 25 februari 2026, met 9 producties,- de brief van de rechtbank waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,

- de akte van de curator van 27 augustus 2026, waarbij de producties 51 tot en met 58 zijn overgelegd,

- de akte van gedaagden van 28 augustus 2026, waarbij de producties 10 tot en met 13 zijn overgelegd,

- de akte van de curator van 1 september 2026, waarbij de producties 59 tot en met 62 zijn overgelegd,

- de mondelinge behandeling van 9 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,

- de spreekaantekeningen namens de curator door mr. Dingemans voorgedragen tijdens de mondelinge behandeling,

- de spreekaantekeningen namens gedaagden door mr. Kressin voorgedragen tijdens de mondelinge behandeling,

- het op 12 september 2026 naar aanleiding van de mondelinge behandeling overgelegde ondertekende exemplaar van de conclusie van antwoord.

Aansluitend is vonnis bepaald.

2. Waar gaat de zaak over?

In deze zaak spelen twee discussiepunten. Het eerste gaat over bestuurdersaansprakelijkheid. De curator van het gefailleerde Comitec Sailing houdt de bestuurder (en indirect bestuurder) van Comitec Sailing aansprakelijk voor het faillissementstekort, waarbij het standpunt is dat het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld. Het tweede discussiepunt gaat over de vraag of, na het faillissement, tussen de curator en (indirect) bestuurder [gedaagde] een koopovereenkomst tot stand is gekomen ten aanzien van twee zeilschepen. De rechtbank wijst beide vorderingen van de curator af.

3. De feiten

Bij beschikking van de rechtbank Overijssel van 16 juli 2024 is aan Comitec Sailing surseance van betaling verleend. Bij beschikking van de rechtbank Overijssel van 18 juli 2024 is de surseance van betaling van Comitec Sailing ingetrokken en is zij in staat van faillissement verklaard. De curator is daarbij aangesteld als curator in het faillissement.

Comitec GmbH was op 18 juli 2024 bestuurder van Comitec Sailing. [gedaagde] was destijds bestuurder van Comitec GmbH.

4. Het geschil

De curator vordert, sterk samengevat weergegeven:

I, II. en III. een verklaring voor recht dat Comitec GmbH en [gedaagde] ten opzichte van de boedel aansprakelijk zijn voor het faillissementstekort;

IV. een hoofdelijke veroordeling van Comitec GmbH en [gedaagde] tot betaling van een voorschot van € 100.000,00 op het faillissementstekort aan de boedel;

V. en VI. een hoofdelijke veroordeling van Comitec GmbH en [gedaagde] in de kosten van het geding;

VII. een verklaring voor recht dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de koopovereenkomst met betrekking tot de schepen ‘ [scheepsnaam 1] ’ en ‘ [scheepsnaam 2] ’, met als gevolg dat deze koopovereenkomsten rechtsgeldig buitengerechtelijk zijn ontbonden en [gedaagde] aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade van € 65.000,00.

Gedaagden voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen van de curator.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5. De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Deze zaak heeft een internationaal aspect, omdat Comitec GmbH in Duitsland gevestigd is en [gedaagde] in Duitsland woont. De rechtbank moet daarom ambtshalve nagaan of de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht heeft en welk rechtsstelsel van toepassing is.

De rechtbank is van oordeel dat de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht heeft, gelet op artikel 6 lid 1 Verordening EU 2015/848. Uit die bepaling volgt dat een rechter van de lidstaat op het grondgebied waarvan een insolventieprocedure is geopend overeenkomstig artikel 3 (van Verordening EU 2015/848), bevoegd is voor alle vorderingen die rechtstreeks uit de insolventieprocedure voortvloeien en er nauw verband mee houden. Uit de beschikking van 18 juli 2024 waarin Comitec Sailing in staat van faillissement is verklaard, blijkt dat de insolventieprocedure betreffende Comitec Sailing in Nederland is geopend. Nederland is een lidstaat van de Europese Unie. De vorderingen van de curator in deze zaak zijn een rechtstreeks voortvloeisel uit de op 18 juli 2024 geopende insolventieprocedure, dan wel houden er nauw verband mee. Gelet daarop heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht in deze zaak.

De rechtbank is van oordeel dat deze zaak moet worden beoordeeld aan de hand van Nederlands recht. Dit op grond van artikel 7 lid 1 Verordening EU 2015/848. Daarin is bepaald dat de insolventieprocedure en de gevolgen daarvan worden beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de insolventieprocedure wordt geopend. De insolventieprocedure ten aanzien van Comitec Sailing is op 18 juli 2024 geopend in Nederland. Gelet daarop is Nederlands recht van toepassing.

Bestuurdersaansprakelijkheid

Ter onderbouwing van zijn beroep op bestuurdersaansprakelijkheid, heeft de curator primair – bij vordering sub I – een beroep gedaan op artikel 2:248 lid 1 BW. Dat artikel bepaalt – kort gezegd – dat, in het geval van een faillissement van een vennootschap, iedere bestuurder van die vennootschap jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk is voor het bedrag van de schulden, indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

In de jurisprudentie is uitgemaakt dat van kennelijk onbehoorlijk bestuur slechts kan worden gesproken als geen redelijk denkend bestuurder – onder dezelfde omstandigheden – zo zou hebben gehandeld als het bestuur in kwestie heeft gedaan. Bovendien volgt uit de wetsgeschiedenis dat de bestuurder(s) moet(en) hebben gehandeld met de (objectieve) wetenschap dat de schuldeisers van de gefailleerde vennootschap zullen worden benadeeld.

Het is de curator die zich in deze zaak beroept op de rechtsgevolgen van artikel 2:248 lid 1 BW. Het is daarom aan de curator om feiten en omstandigheden te stellen (en bij een voldoende gemotiveerde betwisting te bewijzen) op basis waarvan kan worden geoordeeld dat het bestuur van Comitec Sailing (i) heeft gehandeld zoals – onder dezelfde omstandigheden – geen redelijk denkend bestuurder zou hebben gedaan, (ii) met de (objectieve) wetenschap dat de schuldeisers van Comitec Sailing zouden worden benadeeld en (iii) dat dit handelen een belangrijke oorzaak van het faillissement is.

De curator heeft betoogd dat al vanaf de oprichting van de onderneming Comitec Sailing (in april 2022) voor het bestuur duidelijk had moeten zijn dat de onderneming gedoemd was te mislukken, omdat het een kapitaalintensieve onderneming was die slechts kleine marges zou kunnen realiseren, terwijl externe financiers niet bereid waren om de onderneming te financieren. Ook heeft de curator gewezen op een ondoordachte aanschaf van het zeilschip ‘ [scheepsnaam 1] ’ (in november 2022), dat grondig moest worden gerenoveerd voordat er omzet mee zou kunnen worden gegenereerd. De curator maakt het bestuur ook verwijten over het aangaan van een huurovereenkomst met betrekking tot het zeilschip ‘ [scheepsnaam 3] ’ (in november 2023). Volgens de curator is het bestuur van Comitec Sailing hiermee, ook gelet op de (op dat moment) aanstaande verplichte herkeuring, verplichtingen aangegaan die niet konden worden opgevangen vanuit de inkomstenkant en dus niet konden worden nagekomen. De curator verwijt het bestuur ten slotte dat de kapitaalinbreng in de onderneming van Comitec Sailing ongelijk was verdeeld over de aandeelhouders, terwijl de zeggenschap tussen de aandeelhouders wel gelijk was verdeeld.

Gedaagden betwisten dat het bestuur van Comitec Sailing zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld. Gedaagden wijzen erop dat ondernemen per definitie risico’s met zich meebrengt en dat het feit dat een onderneming opereert in een branche waarin de winstmarges klein zijn, niet betekent dat men dus in die branche niet moet ondernemen. Volgens gedaagden is het faillissement niet een gevolg geweest van onjuiste bedrijfsmatige keuzes van Comitec Sailing, maar van ongunstige marktontwikkelingen na een besluit van overheidswege. De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 1 december 2023 besloten dat vóór 1 april 2024 alle schepen behorend tot de zogeheten bruine vloot (waartoe de schepen waarmee Comitec Sailing voer behoorden), opnieuw moesten worden gekeurd. Dit als gevolg van een tweetal dodelijke ongevallen met soortgelijke schepen die in 2022 hadden plaatsgevonden. Volgens gedaagden kwam de sector hierdoor feitelijk tot stilstand en heeft dit bij Comitec Sailing geleid tot een ineenstorting van de omzet, en uiteindelijk het faillissement.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de curator onvoldoende feiten gesteld die – indien juist – zouden kunnen leiden tot het oordeel dat het bestuur van Comitec Sailing zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld. Voor zover de curator het bestuur van Comitec Sailing verwijt dat zij de onderneming Comitec Sailing überhaupt zijn gestart, is dat ten onrechte. Het moet altijd mogelijk zijn om een onderneming te starten, ook als dat in een branche is waar de winstmarges klein zijn en waar externe financiering op voorhand moeilijk kan worden verkregen. Dat zijn geen relevante criteria voor de beantwoording van de vraag of het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld. Hetzelfde geldt voor de verdeling van de geldelijke inbreng in de onderneming tussen de aandeelhouders. De verdeling van de geldelijke inbreng zegt op zichzelf niets over de wijze waarop het bestuur is gevoerd.

Waar het om gaat is dat de curator aantoont dat het bestuur – lopende de onderneming – keuzes heeft gemaakt die geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden zou hebben gemaakt, met de (objectieve) wetenschap dat schuldeisers zouden worden benadeeld. Dat heeft de curator niet gedaan; hij heeft geen feiten genoemd die zouden kunnen kwalificeren als een onbehoorlijke taakvervulling. Het kan het bestuur van Comitec Sailing bezwaarlijk worden verweten dat zij in november 2022 overgegaan is tot de aankoop van de ‘ [scheepsnaam 1] ’ en in november 2023 tot de huur van de ‘ [scheepsnaam 3] ’. Zeilschepen waren immers het middel waarmee Comitec Sailing omzet zou kunnen genereren. Die aankoop- en huurbeslissing zijn bovendien genomen vóór het moment dat van overheidswege de keuringseisen voor schepen uit de zogeheten bruine vloot werden aangescherpt. Dat er nog grote investeringen nodig waren om de ‘ [scheepsnaam 1] ’ in de vaart te kunnen brengen, maakt dat niet anders. Gedaagden zijn geen verplichtingen aangegaan die zij op dat moment niet konden betalen. De rechtbank weegt hierbij mee dat de vraag of het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld, moet worden beoordeeld naar hetgeen het bestuur voorzag of kon voorzien op het moment dat het die taak vervulde.

De conclusie is dat niet kan worden geoordeeld dat het bestuur van Comitec Sailing zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld. Gelet daarop kan en hoeft niet te worden beoordeeld of aannemelijk is dat de (gestelde) onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement. Vordering sub I wordt afgewezen.

De curator heeft bij vordering sub II en III ook nog een beroep gedaan op een schending door Comitec GmbH en [gedaagde] van de normen die zijn opgenomen in artikel 6:162 BW en artikel 2:9 BW. Ook vordering sub II en III zijn ingestoken langs de lijn van bestuurdersaansprakelijkheid. Qua feitelijke onderbouwing constateert de rechtbank dat de curator bij vordering sub II en III geen andere verwijten maakt aan het adres van Comitec GmbH en [gedaagde] in vergelijking met vordering sub I. Omdat de juridische maatstaf bij artikel 6:162 BW (op het punt van bestuurdersaansprakelijkheid) en artikel 2:9 BW niet anders is dan bij artikel 2:248 lid 1 BW, moeten ook de vorderingen sub II en III worden afgewezen. Hetzelfde geldt voor vordering sub IV, die in het verlengde ligt van de vorderingen I tot en met III.

Totstandkoming koopovereenkomst tussen de curator en [gedaagde]

Vordering sub VII van de curator rust op het standpunt dat tussen hem, althans de faillissementsboedel, en [gedaagde] een overeenkomst tot stand is gekomen, op grond waarvan [gedaagde] de schepen ‘ [scheepsnaam 2] ’ en ‘ [scheepsnaam 1] ’ heeft gekocht voor een bedrag van € 110.000,00. In het verlengde daarvan betoogt de curator dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, met als gevolg dat deze rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden en dat [gedaagde] schadeplichtig is.

Omdat de curator zich beroept op de rechtsgevolgen van zijn stelling dat een overeenkomst tussen hem en [gedaagde] tot stand is gekomen, ligt het op de weg van de curator om feiten te stellen waaruit dit kan worden afgeleid (artikel 150 Rv).

De maatstaf voor beantwoording van de vraag of een overeenkomst tussen de curator en [gedaagde] tot stand is gekomen, moet worden beantwoord aan de hand van het Bunde/Erckens-arrest van de Hoge Raad. Daarin is – voor zover van belang – het volgende overwogen:

“dat immers (…) het antwoord op de vraag of al of niet een overeenkomst tot stand is gekomen, in beginsel afhangt van wat beide partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben afgeleid;”

Concreet voor deze zaak betekent de hierboven geciteerde maatstaf dat de curator feiten moet stellen (en zo nodig bewijzen) waaruit volgt dat hij, aan de hand van verklaringen en gedragingen van de zijde van [gedaagde] , in de gegeven omstandigheden, redelijkerwijs het vertrouwen mocht ontlenen dat [gedaagde] met hem een koopovereenkomst heeft willen sluiten waarbij [gedaagde] van de boedel kocht de schepen ‘ [scheepsnaam 1] ’ en ‘ [scheepsnaam 2] ’ voor een bedrag van € 110.000,00.

Naar het oordeel van de rechtbank is de curator hier niet in geslaagd. Het standpunt van de curator is dat hij op 24 oktober 2024 wilsovereenstemming heeft bereikt met [gedaagde] over de aankoop van de twee schepen, maar dat standpunt vindt geen steun in de feiten.

De curator stelt dat hij ervan uitging dat [gedaagde] zijn contractuele wederpartij was. Naar het oordeel van de rechtbank was dit, gelet op de omstandigheden, niet een gerechtvaardigde verwachting van de curator. In een e-mail van 9 september 2024, toen de curator voor het eerst kennisnam van de interesse voor de schepen van de zijde van gedaagden, schrijft [gedaagde] het volgende aan de curator:

“Ik neem vandaag contact met u op als directeur van Comitec GmbH. Mijn directie heeft mij gemachtigd u het volgende aanbod te doen om snel een oplossing te vinden voor het faillissement van Comitec Sailing B.V.”

Van de zijde van de curator is niets gesteld waaruit blijkt dat hij, op enig moment na ontvangst van de bovenstaande e-mail, er gerechtvaardigd van mocht uitgaan dat [gedaagde] als natuurlijk persoon de schepen wilde kopen en dus de contractuele wederpartij van de curator zou worden.

Dat de curator dit ook niet zo heeft opgevat, maar heeft begrepen dat [gedaagde] handelde namens een nader te noemen (nog op te richten) vennootschap, blijkt uit de concept-koopovereenkomst die hij op 15 oktober 2024 aan [gedaagde] heeft gemaild. Hierin is onder ‘Koper’ nog geen naam ingevuld maar is na een open in te vullen ruimte opgenomen: “hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer [gedaagde] ”. In de considerans van deze conceptovereenkomst staat onder g: “de heer [gedaagde] is gelieerd aan Koper …”.

De rechtbank acht ook van belang dat van de zijde van gedaagden vóór 24 oktober 2024, het moment waarop de curator stelt dat wilsovereenstemming is bereikt, duidelijk is aangegeven dat men de ‘ [scheepsnaam 1] ’ alleen wilde kopen als die vrij van rechten van derden kon worden overgedragen. Bij e-mail van 21 oktober 2024 schrijft [gedaagde] in dit verband het volgende aan de curator:

“Our lawyers have reviewed the first draft of the purchase agreement. There were no issues identified in relation to [scheepsnaam 2] , neither regarding the condition nor the equipment. However, the situation is a bit different with the [scheepsnaam 1] , which I am summarizing the relevant points here:

(…)

Since no agreement could be reached regarding the invoice and the delivery of parts, and a quick resolution with SRF is not expected, this could lead to legal challenges.

(…)

Therefore, it is essential that the [scheepsnaam 1] be handed over without any existing liens, and we require appropriate assurances for this.”

De bovenstaande mededeling van gedaagden, in combinatie met feit dat de curator in zijn e-mail van 23 oktober 2024 zelf aan [gedaagde] schrijft dat de onderneming SRF een retentierecht uitoefende op de ‘ [scheepsnaam 1] ’, maakt dat de curator op 24 oktober 2024 (of enig moment daarna) niet gerechtvaardigd heeft mogen verwachten dat aan de voorwaarden was voldaan waaronder [gedaagde] , althans Comitec GmbH of een andere aan [gedaagde] gelieerde vennootschap, bereid was de ‘ [scheepsnaam 1] ’ te kopen.

De conclusie is dat ook vordering sub VII van de curator wordt afgewezen.

Proceskosten

De curator is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van gedaagden worden begroot op:

- griffierecht

€

6.861,00

- salaris advocaat

€

4.102,00

(2 punten × € 2.051,00)

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

11.152,00

In randnummer 1 van de conclusie van antwoord is door gedaagden betoogd dat de advocaat van de curator persoonlijk in de proceskosten moet worden veroordeeld. Dat standpunt is door gedaagden tijdens de mondelinge behandeling echter ingetrokken, waardoor de rechtbank hier niet over hoeft te beslissen.

6. De beslissing

De rechtbank

wijst de vorderingen van de curator af,

veroordeelt de curator in de proceskosten van € 11.152,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de curator niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Bottenberg-van Ommeren en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand