ECLI:NL:RBROT:2022:4173

ECLI:NL:RBROT:2022:4173, Rechtbank Rotterdam, 13-04-2022, C/10/622753 / HA ZA 21-663

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 13-04-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer C/10/622753 / HA ZA 21-663
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHDHA:2025:1818
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289 EU:32012R1215

Samenvatting

Bevoegdheidsincident. Internationale bevoegdheid. Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2022:589. Forumkeuzebeding rechtsgeldig. Artikel 25 Brussel I bis. Rechtbank bevoegd.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

vonnis

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/622753 / HA ZA 21-663

Vonnis in incident van 13 april 2022

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN OTTERLOO B.V.,

gevestigd te Zwijndrecht,

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. D.F.P. van Arkel te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap naar Belgisch recht

ORION METAL B.V.B.A,

gevestigd te Bocholt, België,

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

eiseres in reconventie in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. F.W. Linders te Eindhoven.

Partijen zullen hierna mede Van Otterloo en Orion genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis in incident van 26 januari 2022 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- de akte van de zijde van Van Otterloo;

- de akte van de zijde van Orion.

Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.

2. De verdere beoordeling

De rechtbank neemt hier over wat zij in het tussenvonnis van 26 januari 2022 heeft overwogen en blijft daarbij.

In dat vonnis is Van Otterloo in de gelegenheid gesteld een akte te nemen waarin zij stelt en onderbouwt dat, en wanneer, zij de meest recente versie (van 16 april 2010) van haar algemene voorwaarden, met daarin het onderhavige forumkeuzebeding, aan Orion heeft toegezonden.

Van Otterloo heeft zich bij akte beroepen op haar offerte van 20 december 2012, aan Orion toegestuurd als pdf-bestand bij een e-mailbericht van die datum.

Zij heeft deze stukken overgelegd als productie 26.

Op bladzijde 2 van deze offerte staat vermeld:

”Voorwaarden: volgens de Algemene Verkoop- en Leveringsvoorwaarden voor de Metaal- en de elektronische industrie van de FME/CWM welke zijn toegevoegd.”

De betreffende voorwaarden zijn toegevoegd in de pdf-bijlage. Het zijn de op 16 april 2010 gedeponeerde voorwaarden.

Orion heeft daartegen aangevoerd dat zij haar administratie uit die periode niet meer voorhanden heeft en daarom niet kan verifiëren of zij deze offerte heeft ontvangen en of deze overeenkomst uiteindelijk zo is gesloten. Zij acht een mogelijke eenmalige toezending in 2012 van de algemene voorwaarden aan Orion onvoldoende om aan te nemen dat zij op de geldigheid van die algemene voorwaarden, waaronder de forumkeuze, had moeten rekenen.

De rechtbank oordeelt als volgt.

In het vonnis van 26 januari 2022 is overwogen dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat

Van Otterloo regelmatig zaken heeft gedaan met Orion en dat er dus sprake is van lopende handelsbetrekkingen tussen hen.

Orion heeft in haar akte niet weersproken dat Van Otterloo op haar briefpapier in al haar offertes en opdrachtbevestigingen verwijst naar de FME CWM-voorwaarden.

De FME CWM-voorwaarden worden, zoveel is duidelijk, in de branche (technologische industrie) waarin beiden professioneel actief zijn, standaard gebruikt, en gesteld noch gebleken is dat Orion bij Van Otterloo daartegen eerder heeft geprotesteerd.

De rechtbank neemt daarom aan dat Van Otterloo en Orion hun handelsrelatie in de loop der jaren steeds hebben geregeld op basis van de FME CWM-voorwaarden. Die voorwaarden voorzagen aanvankelijk wat de forumkeuze betreft in arbitrage, en na 16 april 2010 in bevoegdheid van de rechter van haar (Van Otterloos) woonplaats.

Orion spreekt in haar akte van een “mogelijke toezending” van de voorwaarden door

Van Otterloo op 20 december 2012, maar miskent daarmee dat de bewuste offerte, inclusief de voorwaarden, aan haar als pdf-bestand is verstuurd per e-mail. Daarmee staat vast dat zij die offerte met bijgevoegde voorwaarden heeft ontvangen. Zij heeft die ontvangst overigens ook niet uitdrukkelijk betwist. Of deze offerte heeft geleid tot een overeenkomst is niet van belang. De mededeling van de voorwaarden, inclusief het forumkeuzebeding, is aan Orion gedaan, en dat is gebeurd in een lopende handelsrelatie, door toezending van de voorwaarden bij de offerte van 20 december 2012. Orion kon daardoor het forumkeuzebeding van Van Otterloo kennen en is er, zoals de rechtbank in het vonnis van 26 januari 2022 overwoog, krachtens artikel 25 lid l onder b Brussel I-bis aan gebonden, ook al heeft zij op die mededeling niet uitdrukkelijk gereageerd.

Het vorenstaande betekent dat deze rechtbank bevoegd is van de vordering van Van Otterloo kennis te nemen. De incidentele vordering zal dan ook worden afgewezen.

In de hoofdzaak moet nu worden voortgeprocedeerd. De rechtbank zal de zaak verwijzen naar de rol als hierna wordt vermeld.

Orion wordt in het incident in het ongelijk gesteld en moet daarom de kosten daarvan dragen.

De rechtbank begroot die kosten op € 563,- aan salaris voor de advocaat.

3. De beslissing in het incident

De rechtbank,

in het incident

wijst de vordering af;

veroordeelt Orion in de kosten van het incident, tot aan deze uitspraak begroot op € 563,-aan salaris voor de advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente wanneer deze kosten niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis zijn betaald;

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de hoofdzaak

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 4 mei 2022 voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een mondelinge behandeling.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. de Geus. Het is ondertekend en in het openbaar uitgesproken door de rolrechter op 13 april 2022.

2632/ 638

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. de Geus. Het is ondertekend

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand