ECLI:NL:RBROT:2025:10843

ECLI:NL:RBROT:2025:10843, Rechtbank Rotterdam, 04-09-2025, FT RK 21/623

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 04-09-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer FT RK 21/623
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001860

Samenvatting

Weigering schone lei. Tekortkoming in de afdrachtverplichting en er zijn nieuwe schulden ontstaan. De rechtbank ziet geen aanleiding om de regeling te verlengen dan wel de boedelachterstand te matigen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

weigering schone lei

[insolventienummer]

uitspraakdatum: 4 september 2025

Bij vonnis van deze rechtbank van 5 augustus 2021 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[schuldenaar] ,

[adres]

[postcode] [plaats] ,

schuldenaar,

bewindvoerder: E.A. de Snoo.

1. De procedure

De bewindvoerder heeft op 29 april 2025 schriftelijk verslag uitgebracht over de

beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Op 5 juni 2025, 1 juli 2025 en 18 augustus 2025 heeft de bewindvoerder de

rechtbank bericht omtrent de laatste stand van zaken.

De beëindiging is behandeld ter terechtzitting van 18 augustus 2025. Ter

terechtzitting zijn verschenen en gehoord:

- schuldenaar;

- de heer mr. J.M. van der Linden, advocaat van schuldenaar;

- mevrouw E.A. de Snoo, bewindvoerder.

De uitspraak is bepaald op heden.

2. De standpunten

Standpunt bewindvoerder

De bewindvoerder heeft in haar eindverslag en in haar berichten aan de rechtbank

negatief geadviseerd over de verlening van de schone lei. Daarbij heeft zij zich op

het standpunt gesteld dat schuldenaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen die vanuit de wettelijke schuldsaneringsregeling op hem van

toepassing zijn. Die tekortkomingen zien volgens de bewindvoerder op de

informatieverplichting, de verplichting om geen nieuwe schulden te maken en de

afdrachtverplichting.

i) De informatieverplichting

Schuldenaar is de informatieverplichting niet naar behoren nagekomen. Thans

ontbreken nog de inkomensgegevens van mei 2025 tot en met heden in het dossier.

ii) De verplichting om geen nieuwe schulden te maken

Flanderijn, afdeling Telecom inzake [schuldeiser 1] , heeft op 24 april 2025 de bewindvoerder

bericht dat schuldenaar een nieuwe schuld heeft laten ontstaan van € 638,95.

Vervolgens heeft Flanderijn, afdeling Telecom inzake [schuldeiser 2] , op 30 mei 2025 de

bewindvoerder bericht dat schuldenaar wederom een nieuwe schuld heeft laten

ontstaan. Deze vordering bedraagt € 1.354,00. Schuldenaar heeft daarmee in

2025 nieuwe schulden laten ontstaan van in totaal € 1.992,95. In 2023 had

schuldenaar ook al een nieuwe schuld laten ontstaan bij [schuldeiser 3] ter hoogte

van € 2.964,29. Of schuldenaar deze nieuwe schuld inmiddels heeft afbetaald, is

onduidelijk. Zowel schuldenaar als zijn budgetbeheerder heeft de bewindvoerder

hierover niet geïnformeerd.

iii) De afdrachtverplichting

Schuldenaar is ook de afdrachtverplichting niet naar behoren nagekomen. Door de

budgetbeheerder van schuldenaar werd in mei 2024 voor het laatst afgedragen aan

de boedel. In april 2025 werd slechts een bedrag van € 45,24 ontvangen op de

boedelrekening. De boedelachterstand bedraagt tot en met juli 2025 € 8.682,95. Dit

betreft een schatting omdat de bewindvoerder nog niet alle inkomensgegevens van

schuldenaar heeft mogen ontvangen.

iv) Geen verlenging

Schuldenaar heeft niet aangetoond dat hij de tekortkomingen wil en kan herstellen.

De bewindvoerder kan daarom geen positief advies uitbrengen omtrent een

verlenging van de termijn van de schuldsaneringsregeling.

v) Beschermingsbewind

De bewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat zij geen reden zag om schuldenaar

beschermingsbewind te laten aanvragen. De bewindvoerder heeft meermaals

contact gehad met schuldenaar en schuldenaar leverde uiteindelijk, weliswaar

steeds te laat, de gevraagde informatie aan. Dat sprake zou zijn van onvermogen

aan de kant van schuldenaar, volgt niet uit de contacten die de bewindvoerder met

schuldenaar heeft gehad. Daarnaast had schuldenaar een budgetbeheerder.

Standpunt schuldenaar

i) Verklaring schuldenaar

Schuldenaar heeft ter zitting verklaard dat hij, ook tijdens de regeling, een

budgetbeheerder had. Voorts heeft hij verklaard dat hij bezig is met het afbetalen

van de nieuwe schulden. De betalingsregelingen worden nagekomen.

ii) Verklaring advocaat van schuldenaar

De advocaat van schuldenaar vraagt zich ter zitting af waarom tijdens de

schuldsaneringsregeling niet is gesproken over beschermingsbewind. Aan de kant

van schuldenaar is immers sprake van onvermogen. Hij heeft ondersteuning nodig

en had eerder geholpen moeten worden. Schuldenaar heeft geen waarschuwingen

dan wel hulp gekregen waardoor de schade van de tekortkomingen onnodig is

opgelopen. Het had op de weg van de bewindvoerder gelegen om schuldenaar

hierbij te helpen en verwijst daarbij naar een uitspraak van de Hoge Raad van

27 januari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:110). Voorts verliep de communicatie

hierover niet goed. Schuldenaar heeft immers geen waarschuwingsbrief ontvangen,

althans dat is op die manier niet bij schuldenaar binnengekomen.

De advocaat van schuldenaar heeft vervolgens ter zitting primair aangevoerd dat

aan schuldenaar de schone lei moet worden verleend. De tekortkomingen die zijn

ontstaan kunnen namelijk niet aan schuldenaar worden toegerekend en verwijst

daarbij naar een uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden van 3 juni 2025

(ECLI:NL:GHARL:2025:3428). Subsidiair heeft hij aangevoerd dat schuldenaar

door middel van een verlenging van de termijn van de schuldsaneringsregeling de

mogelijkheid moet krijgen om de tekortkomingen te herstellen, waarbij – gelet op

de omstandigheden - de boedelachterstand gematigd wordt. De advocaat van

schuldenaar verwijst daarbij naar een uitspraak van het hof Den Haag. Schuldenaar

is in staat om € 550,00 tot € 600,00 per maand af te lossen.

3. De beoordeling

De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische

schuldensituatie de mogelijkheid om aan het einde van de regeling een schone lei te

verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat (een groot deel van) de

schuld van € 34.596,21 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een

aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar

gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd

en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te

dragen aan de boedel en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een

fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Daarnaast mogen er geen nieuwe schulden

ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven

van voornoemde verplichtingen.

De rechtbank oordeelt dat schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten in de

nakoming van de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen en

overweegt daartoe als volgt.

Ter zitting is besproken dat sprake is van een boedelachterstand. Deze bedraagt

volgens het bericht van de bewindvoerder van 18 augustus 2025 € 8.682,95.

Schuldenaar heeft de boedelachterstand niet weersproken. Daarmee staat vast dat

schuldenaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn afdrachtverplichting.

Daarnaast zijn er nieuwe schulden ontstaan bij [schuldeiser 3] en Flanderijn, inzake

[schuldeiser 1] en [schuldeiser 2] , van in totaal € 4.957,24. Schuldenaar heeft ook dit niet weersproken. Hij heeft ter zitting verklaard dat hij met deze schuldeisers een betalingsregeling heeft lopen en dat hij reeds aan het aflossen is. Daarmee staat vast dat schuldenaar ook tekort is geschoten in de nakoming van de verplichting om geen nieuwe schulden te laten ontstaan. Deze tekortkomingen staan in de weg aan de beëindiging van de schuldsaneringsregeling met een schone lei.

Dat bovengenoemde tekortkomingen niet aan schuldenaar is toe te rekenen, is

onvoldoende aannemelijk geworden. Schuldenaar is door middel van de openbare

verslagen, een strenge brief van 15 oktober 2021 en bij gelegenheid van het

verhoor op 14 juli 2023 op de hoogte gesteld van de tekortkomingen waaronder de

oplopende achterstand in de afdrachteverplichting. Bij brief van 30 september 2024

heeft de rechter-commissaris schuldenaar opnieuw gewezen op de ontstane

achterstanden. Schuldenaar heeft gedurende de regeling geen, althans onvoldoende,

actie ondernomen om de tekortkomingen (proberen) te herstellen. Dit

terwijl hij daartoe wel de gelegenheid heeft gehad. Schuldenaar zou met behulp

van zijn budgetbeheerder de boedelachterstand inlopen. In plaats daarvan is de

boedelachterstand aanzienlijk opgelopen. De boedelachterstand bedraagt thans

€ 8.682,95. Daarnaast heeft schuldenaar in 2023 en 2025 ook nieuwe schulden

laten ontstaan. Deze gedraging van schuldenaar past niet binnen de wettelijke

schuldsaneringsregeling, waarin van een schuldenaar een actieve houding wordt

verwacht bij de nakoming van de op hem rustende verplichtingen uit de wettelijke

schuldsaneringsregeling. Bovendien is het zijn eigen verantwoordelijkheid om aan

de verplichtingen te voldoen. De rechtbank ziet daarom ook geen aanleiding

schuldenaar te volgen in zijn stelling dat een deel van de boedelachterstand niet

verwijtbaar zou zijn en dat hij dat deel niet zou hoeven af te lossen

De rechtbank ziet verder ook geen aanleiding om schuldenaar via een verlenging

de kans te geven om de tekortkomingen (alsnog) te herstellen. De regeling heeft

inmiddels vier jaar geduurd en kan daarom met maximaal één jaar worden

verlengd. Schuldenaar heeft niet concreet aannemelijk gemaakt dat hij de

boedelachterstand én de nieuwe schulden middels een verlenging van (maximaal)

één jaar kan en zal inlossen. Ook volgt de rechtbank de stelling van de advocaat

van schuldenaar niet dat gelet op de omstandigheden de boedelachterstand

gematigd moet worden. Dit zou naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende

recht doen aan de ernst van de tekortkomingen.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot de conclusie dat aan

schuldenaar geen schone lei wordt verleend.

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte

kosten vaststellen.

4. De beslissing

De rechtbank:

- stelt vast dat schuldenaar toerekenbaar in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;

- bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 5 augustus 2025;

- stelt het salaris voor de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 4.486,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van

mr. C. Hulsegge, griffier, in het openbaar uitgesproken op 4 september 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Aukema

Griffier

  • mr. C. Hulsegge

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand