ECLI:NL:RBROT:2025:11335

ECLI:NL:RBROT:2025:11335, Rechtbank Rotterdam, 26-09-2025, 11609745 CV EXPL 25-7158

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 26-09-2025
Datum publicatie 29-09-2025
Zaaknummer 11609745 CV EXPL 25-7158
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 CELEX:31993L0013 EU:31993L0013

Samenvatting

Verzet slaagt niet. De kantonrechter bekrachtigt het verstekvonnis. De huurovereenkomst is terecht ontbonden en de woning moet ontruimd worden wegens een (oplopende) huurachterstand, ondanks persoonlijke omstandigheden en minderjarige kinderen. De incassokosten en rente zijn terecht afgewezen vanwege een oneerlijke bepaling in de huurvoorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11609745 CV EXPL 25-7158

datum uitspraak: 26 september 2025

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiseres] ,

vestigingsplaats: [plaats] ,

eiseres,

gedaagde in verzet,

gemachtigde: Hafkamp Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,

vestigingsplaats: [plaats] ,

in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [betrokkene],

gedaagde,

eiseres in verzet,

gemachtigde: mr. D.A. IJpelaar.

De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘de bewindvoerder’ genoemd. [betrokkene] wordt hierna ‘ [betrokkene] ’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 17 december 2024, met bijlagen;

het verstekvonnis van deze rechtbank van 16 januari 2025 met zaaknummer 11458868 CV EXPL 24-32318;

de verzetdagvaarding van 4 maart 2025;

de spreekaantekeningen van [eiseres] van 12 augustus 2025, met bijlagen.

Op 14 augustus 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [naam 1] namens [eiseres] met [naam 2] namens haar gemachtigde en [naam 3] namens de bewindvoerder met mr. J. Pearson namens haar gemachtigde en [betrokkene] .

2. De beoordeling

Bewindvoerder per 4 juni 2025

Met ingang van 4 juni 2025 is [gedaagde] benoemd als bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [betrokkene] . Dit betekent dat vanaf deze datum de bewindvoerder wordt aangemerkt als formele procespartij in deze zaak. Dit vonnis wordt dan ook gewezen tegen haar.

Waar gaat de zaak over?

[betrokkene] huurt de woning aan [adres] in [plaats] van [eiseres] . [eiseres] eist vanwege een huurachterstand dat de huurovereenkomst met [betrokkene] wordt ontbonden en dat de woning wordt ontruimd. Zij vordert ook betaling van de huurachterstand, lopende huur en bijkomende kosten. Behalve de incassokosten en rente, zijn de vorderingen toegewezen in het genoemde verstekvonnis. De bewindvoerder betwist de achterstand niet, maar zij is het niet eens met de ontbinding en ontruiming en heeft verzet ingesteld. De kantonrechter bekrachtigt het verstekvonnis. Hieronder wordt uitgelegd waarom.

Ontbinding en ontruiming gerechtvaardigd

Vaststaat dat de huurachterstand na de dagvaarding en ook na het verstekvonnis verder is opgelopen. De bewindvoerder heeft ter zitting toegelicht dat de achterstand het gevolg is van persoonlijke en financiële problemen van [betrokkene] . De bewindvoerder heeft ook verklaard bereid te zijn de achterstand af te lossen, maar door een blokkade op de bankrekening van [betrokkene] kunnen feitelijk geen betalingen worden gedaan. Pogingen om een nieuwe rekening te openen zijn vooralsnog niet geslaagd. Op dit moment bestaat dus geen reëel uitzicht op een tijdige en structurele aflossing van de huurachterstand en betaling van de lopende huur. Weliswaar is sprake van een situatie van onmacht, maar dat betekent niet dat de huur niet hoeft te worden betaald. Voornoemde omstandigheden maken niet dat ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd zou zijn, ook al is dat uiteraard ingrijpend voor [betrokkene] en haar minderjarige kinderen. Hoewel op grond van artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) bij een beslissing als de onderhavige het belang van het kind een eerste overweging moet zijn, betekent dat niet dat de enkele aanwezigheid van minderjarige kinderen in de weg staat aan een ontruiming. Een feitelijke ontruiming van de woning zal gevolgen hebben voor de kinderen, maar niet is gebleken dat de ontruiming tot een (acute) noodsituatie voor hen zal leiden.

Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat het belang van [eiseres] om weer over het gehuurde te kunnen beschikken op dit moment zwaarder weegt dan het belang van [betrokkene] om in het gehuurde te kunnen blijven wonen. Dat betekent dat het verzet niet slaagt en dat het verstekvonnis zal worden bekrachtigd.

Oneerlijke bepalingen: geen incassokosten en rente

In het verstekvonnis zijn de gevorderde incassokosten en rente ambtshalve afgewezen, omdat de kantonrechter oordeelde dat hierover in de algemene huurvoorwaarden een oneerlijke bepaling staat, zoals bedoeld in Richtlijn 93/13 EG. [eiseres] is het daar niet mee eens.

In verzet heeft de kantonrechter de bepaling in de huurvoorwaarden opnieuw beoordeeld, maar ziet geen aanleiding om van het oordeel in het verstekvonnis terug te komen. In artikel 21 lid 2 van de algemene huurvoorwaarden van [eiseres] staat over de incassokosten en rente namelijk een oneerlijke bepaling. Omdat die bepaling oneerlijk is, mag [eiseres] daar geen beroep op doen en kan zij ook geen aanspraak maken op de incassokosten en rente uit de wet. Artikel 21 lid 2 is oneerlijk, omdat daarin staat dat de huurder een boete moet betalen als hij niet voldoet aan de verplichtingen op grond van de artikelen 8 tot en met 13 uit de algemene voorwaarden. Daaronder valt ook het op tijd betalen van de huur (artikel 8). Op grond van de wet zou de huurder als hij te laat betaalt alleen de wettelijke rente en incassokosten moeten betalen. [eiseres] wijkt met de boete dus in het nadeel van de huurder van de wet door daarnaast een boete op te leggen. Dat maakt artikel 21 lid 2 hier oneerlijk. Dit betekent dat de incassokosten en rente in het verstekvonnis terecht zijn afgewezen.

Proceskosten

De proceskosten komen voor rekening van de bewindvoerder, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die de bewindvoerder aan [eiseres] moet betalen op € 238,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 238,-) en € 119,- aan nakosten. Dat is in totaal € 357,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

3. De beslissing

De kantonrechter:

bekrachtigt het op 16 januari 2025 tussen de partijen gewezen verstekvonnis met zaaknummer 11458868 CV EXPL 24-32318;

veroordeelt de bewindvoerder in de kosten van de verzetprocedure, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 357,-.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.

53954

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand