ECLI:NL:RBROT:2025:13793

ECLI:NL:RBROT:2025:13793, Rechtbank Rotterdam, 07-11-2025, FT RK 25/1753 – FT RK 25/1754

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 07-11-2025
Datum publicatie 27-11-2025
Zaaknummer FT RK 25/1753 – FT RK 25/1754
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001860

Samenvatting

Moratorium toegewezen. Zes maanden. Huurtermijnen oktober en november 2025 zijn betaald. Voldoende aannemelijk dat lopende huurtermijnen tijdig zullen worden voldaan.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet: toewijzing

toepassing schuldsaneringsregeling: niet-ontvankelijk

rekestnummers: [nummers]

uitspraakdatum: 7 november 2025

[verzoekster] ,

wonende te [adres]

[postcode] [plaatsnaam],

verzoekster.

1. De procedure

Verzoekster heeft op 23 september 2025, met een verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet (Fw), een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad.

In het vonnis van deze rechtbank van 23 september 2025 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 30 oktober 2025.

Ter zitting van 30 oktober 2025 zijn verschenen en gehoord:

Patanjal Baldewpersad Tewarie, wonende te Purmerend (hierna: verweerder) is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.

2. Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe op grond van artikel 287b, eerste lid, Fw, gedurende een termijn van zes maanden bij uitspraak een voorlopige voorziening te treffen en verweerder te verbieden het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 3 september 2025 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekster ten uitvoer te leggen.

Verzoekster ontvangt inkomsten uit arbeid van € 2.812,27 per maand. De huurtermijn van oktober 2025 is op 29 september 2025 vanuit het Fonds Bijzondere Noden Rotterdam tijdig betaald. De huurtermijn van november 2025 is op 29 oktober 2025 door verzoekster tijdig voldaan. De huurachterstand is ontstaan door echtscheiding. Verzoekster is met haar twee minderjarige kinderen in de woning van verweerster gebleven. De echtscheiding is inmiddels in Polen geformaliseerd en schuldhulpverlening zal zodra de schriftelijke stukken daarvan uit Polen zijn ontvangen, toeslagen voor verzoekster aanvragen. De inkomsten van verzoekster zijn voldoende om de lopende maandelijkse huurtermijnen van € 1.480,19 te voldoen. Daarnaast zal budgetbeheer worden opgestart, waardoor ook voldoende aannemelijk is dat de lopende huurtermijnen kunnen en zullen worden voldaan.

3. Het verweer

Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft verweerder geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid zijn standpunt schriftelijk dan wel ter zitting toe te lichten.

4. De beoordeling

Allereerst dient te worden beoordeeld of sprake is van een bedreigende situatie zoals dwingend is voorgeschreven in artikel 287b, tweede lid, Fw. Nu verzoekster een kopie van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 3 september 2025 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekster en een kopie van het exploot van 16 september 2025 heeft overgelegd waarin wordt aangekondigd dat verweerder op 1 oktober 2025 zal overgaan tot ontruiming van de woning van verzoekster, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een bedreigende situatie.

De wetgever heeft met een moratorium beoogd om een schuldenaar bij een – dreigende – executie een adempauze te bieden opdat de schuldenaar in staat wordt gesteld om met zijn schuldeisers een regeling van zijn schulden overeen te komen.

Artikel 287b Fw bevat geen criterium op grond waarvan kan worden beslist of de voorlopige voorziening dient te worden toegewezen dan wel afgewezen. De rechtbank zoekt daarom aansluiting bij de voorziening zoals genoemd in artikel 287, vierde lid, Fw waarbij een afweging dient plaats te vinden tussen het belang van verzoekster enerzijds en de schuldeiser, in dit geval verweerder, anderzijds.

Het belang van verzoekster bestaat erin dat zij met haar minderjarige kinderen in de huurwoning kan blijven wonen en dat het minnelijk schuldhulpverleningstraject door verzoekster kan worden doorlopen.

Het belang van verweerder bestaat erin dat hij het vonnis van 3 september 2025 ten uitvoer kan leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de lopende termijnen kunnen en zullen worden voldaan. De huurtermijn van oktober 2025 is op 29 september 2025 vanuit het Fonds Bijzondere Noden Rotterdam tijdig betaald. De huurtermijn van november 2025 is op 29 oktober 2025 door verzoekster tijdig voldaan. De inkomsten van verzoekster zijn voldoende om de lopende huurtermijnen te voldoen. Daarnaast zal budgetbeheer worden opgestart, waardoor ook voldoende aannemelijk is dat de lopende huurtermijnen zullen worden voldaan. Tegen deze achtergrond dient het belang van verzoekster zwaarder te wegen dan het belang van verweerder.

De rechtbank acht termen aanwezig om ter zekerheid van de belangen van verweerder in het dictum een voorwaarde op te nemen. De verzochte voorziening zal onder de in het dictum genoemde voorwaarde worden toegewezen.

Nu het minnelijk traject naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond, zal verzoekster gelet op het bepaalde in artikel 285, eerste lid, sub f, in samenhang met artikel 287, tweede lid, Fw, ten aanzien van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, niet-ontvankelijk worden verklaard. Zo nodig kan verzoekster te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.

5. De beslissing

De rechtbank:

- schort de tenuitvoerlegging op van het op 3 september 2025 op verzoek van verweerder uitgesproken vonnis van deze rechtbank tot ontruiming van de huurwoning van verzoekster gelegen aan de [adres], [postcode] te [plaatsnaam], voor de duur van deze voorziening en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond voor de duur van deze voorziening;

- bepaalt dat de genoemde voorziening geldt voor de duur van zes maanden vanaf 23 september 2025;

- bepaalt dat deze voorziening slechts geldt zolang de lopende termijnen gedurende deze periode tijdig worden voldaan;

- bepaalt dat schuldhulpverlening die namens verzoekster de buitengerechtelijke schuldregeling gaat uitvoeren, uiterlijk twee weken voor het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b, zesde lid, Fw;

- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek ex artikel 284, tweede lid, Fw.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P. van Eeden-van Harskamp, rechter, en in aanwezigheid van Z. da Luz Almeida, griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.P. van Eeden-van Harskamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand