ECLI:NL:RBROT:2025:7657

ECLI:NL:RBROT:2025:7657, Rechtbank Rotterdam, 04-07-2025, 11464895 CV EXPL 24-32928

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 04-07-2025
Datum publicatie 09-07-2025
Zaaknummer 11464895 CV EXPL 24-32928
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Eiseres eist betaling voor pakketdiensten, maar kan niet bewijzen dat daar een geldige opdracht voor was. De vordering wordt daarom afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11464895 CV EXPL 24-32928

datum uitspraak: 4 juli 2025

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiseres] , h.o.d.n. [handelsnaam 1],

vestigingsplaats: [vestigingsplaats 1] ,

eiseres,

gemachtigde: [naam gemachtigde] ,

tegen

[gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam 2],

vestigingsplaats: [vestigingsplaats 2] ,

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 19 december 2024, met bijlagen;

het antwoord, met een bijlage.

Op 5 juni 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [persoon A] namens de gemachtigde van [eiseres] en [persoon B] namens [gedaagde] .

2. De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

[eiseres] stelt dat zij tussen 22 mei 2023 en 30 juli 2023 in opdracht van [gedaagde] postpakketten heeft opgehaald en verzonden. Hiervoor zou [gedaagde] € 1.792,50 verschuldigd zijn, maar dit bedrag is niet betaald. [eiseres] eist in deze procedure dat dat alsnog gebeurt, met vergoeding van rente en kosten. [gedaagde] is het niet eens met de vordering. De vordering wordt afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.

Grondslag

Tussen partijen is in geschil of er een overeenkomst bestond voor het ophalen van pakketten in de periode van 22 mei 2023 tot en met 30 juli 2023. [eiseres] heeft als onderbouwing gewezen op een e-mail van 14 april 2023 waarin [persoon B] namens [gedaagde] de haalservice bevestigt. Deze e-mail laat zien dat [gedaagde] op enig moment akkoord is gegaan met de dienstverlening. Daarmee is echter nog niet vast komen te staan dat sprake was van een doorlopende opdracht voor de gehele gefactureerde periode. De e-mail dateert van vóór de factuurperiode en bevat geen vermelding van een herhaalservice of de looptijd van de opdracht.

Omdat [gedaagde] gemotiveerd heeft betwist dat er een opdracht is gegeven voor de gefactureerde periode, ligt het op de weg van [eiseres] om het bestaan van die opdracht voldoende concreet te onderbouwen. Daarin is zij niet geslaagd. Hoewel zij stelt dat de opdracht via het MyParcel-account van [gedaagde] is gegeven, heeft zij op de zitting toegelicht niet te weten wie die opdracht dan zou hebben gegeven. Het MyParcel-account werd namelijk niet alleen gebruikt door [persoon B] , maar ook door [persoon C] en [persoon D] . Daarmee blijft onduidelijk of daadwerkelijk een opdracht is gegeven voor de gefactureerde periode en door wie. Ook is niet duidelijk wat er precies zou zijn opgehaald. De facturen geven hierover geen uitsluitsel; ze zijn summier en bevatten geen specifieke omschrijving van de geleverde diensten of het aantal opgehaalde pakketten. Hierbij komt dat [gedaagde] een huurbeëindigingsovereenkomst overgelegd waaruit volgens haar blijkt dat zij sinds 30 juni 2023 niet meer aan het gestelde afhaaladres was gevestigd. Een en ander betekent dat de vordering van [eiseres] wordt afgewezen. Aan nadere bewijslevering wordt niet toegekomen, omdat haar reactie op het verweer daarvoor onvoldoende aanleiding biedt.

Proceskosten

De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die [eiseres] aan [gedaagde] moet betalen op € 50,-. Dit is een forfaitair bedrag dat bestaat uit de noodzakelijke reis- en verletkosten die [gedaagde] heeft moeten maken om op de zittingen te verschijnen (artikel 238 Rv).

3. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] tot nu toe worden begroot op € 50,- aan reis- en verletkosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.

53954

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand