ECLI:NL:RBROT:2025:8677

ECLI:NL:RBROT:2025:8677, Rechtbank Rotterdam, 26-06-2025, FT RK 25-259

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 26-06-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer FT RK 25-259
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001860 BWBR0033711 CELEX:32015R0848 EU:32015R0848

Samenvatting

Verzoek toelating WSNP toegewezen. Geen eerdere ingangsdatum. De alternatieve verplichtingen vanuit de schuldhulpverlener zijn niet vergelijkbaar met de verplichtingen zoals die gelden in het wettelijke traject.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

[insolventienummer]

vonnis van: 26 juni 2025

op het verzoek van:

[verzoekster] ,

wonende te [adres] ,

[postcode] [plaats] .

Waar deze zaak over gaat

Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.

De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1. De procedure

Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 12 juni 2025. Op de zitting zijn verschenen:

- mevrouw [verzoekster] ,

- de heer [persoon A] , partner van mevrouw [verzoekster] ,

- de heer [persoon B] , zoon van mevrouw [verzoekster] ,

- mevrouw N. Baycuman en de heer S. Rahim, beschermingsbewindvoerders,

- mevrouw [persoon C] , schuldhulpverlener.

De rechtbank heeft, namens mevrouw [verzoekster] , op 13 juni 2025 en op 19 juni 2025 aanvullende stukken ontvangen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2. De beoordeling van het verzoek

De toelating

Mevrouw [verzoekster] kan worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [verzoekster] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.

Mevrouw [verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP.

De verplichtingen waaraan mevrouw [verzoekster] tijdens de WSNP moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting. Ten aanzien van de inspanningsverplichting is ter zitting met mevrouw [verzoekster] besproken dat zij in beginsel fulltime moet werken. Voor zover zij niet fulltime werkt of niet in aanmerking komt voor een (gedeeltelijke) ontheffing van de sollicitatieverplichting, dan moet zij (aanvullend) solliciteren. Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert of de verplichtingen worden nagekomen. Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.

Als mevrouw [verzoekster] zich tijdens het WSNP-traject houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op mevrouw [verzoekster] kunnen verhalen.

De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan mevrouw [verzoekster] .

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van mevrouw [verzoekster] in Nederland ligt.

De ingangsdatum

Het WSNP-traject duurt in principe 18 maanden. De Faillissementswet bepaalt dat de termijn van de WSNP in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de termijn eerder te laten ingaan.

Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Het vtlb wordt berekend met de vtlb-calculator die via het internet beschikbaar is. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus maandelijks sprake zijn van aflossingen die tenminste gelijk zijn aan het genoemde verschil tussen de netto inkomsten en het vtlb. Daarnaast moet er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt worden of moet er aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.

De rechtbank stelt vast dat mevrouw [verzoekster] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Dat betreft met name de inspanningsplicht om zoveel mogelijk inkomsten te genereren voor de schuldeisers.

Schuldhulpverlening heeft bij brief van 13 juni 2024 het besluit toekenning dienstverlening (schuldhulpverlening, rb) aan mevrouw [verzoekster] toegezonden. Daarin staat opgenomen dat zij op 18 januari 2024 het document “Rechten en plichten’ heeft ondertekend. In dat document staat vermeld: “te solliciteren naar een fulltime baan, als ik die nog niet heb. Ik toon dit aan door (…) sollicitatiebrieven (…), bewijzen van inschrijving bij UWV Werkbedrijf of uitzendbureaus (…).” Deze verplichtingen zijn door mevrouw [verzoekster] niet vervuld.

Schuldhulpverlener heeft gesteld dat aan mevrouw [verzoekster] impliciet een alternatieve verplichting is opgelegd, namelijk deelname aan een participatie- of activeringstraject (Prestatie010) waarin mevrouw [verzoekster] zich nu bevindt. Dat is gericht op het zoeken naar of het verrichten van een tegenprestatie in de vorm van het werken aan persoonlijke problemen, zoals schulden of gezondheid en het spreken met een activeringscoach. Hoewel de rechtbank het zich goed kan voorstellen dat dit alternatieve traject in het algemeen belang van

mevrouw [verzoekster] zelf en de maatschappij is zal de rechtbank moeten beoordelen of dit traject (de concrete verplichtingen daarin) vergelijkbaar is (zijn) met de verplichtingen die gelden in het wettelijke traject. Dat is niet het geval, want die laatste komen neer op het concreet zoeken naar betaald fulltime werk door middel van (minimaal vier keer per maand) solliciteren op een bestaande vacature. Behalve wanneer de schuldenaar een vrijstelling van deze verplichtingen krijgt op medische of andere gronden.

Mevrouw [verzoekster] heeft geen ontheffing van de sollicitatieplicht. Mevrouw [verzoekster] werkt ook niet. Het is onvoldoende duidelijk geworden dat mevrouw [verzoekster] niet in staat zou zijn om (minimaal) 36 uur per week te werken. Mevrouw [verzoekster] heeft vanaf de start van de regeling dus niet voldaan aan de inspanningsplicht die er uit bestaat dat zij minimaal 36 uur per week moet werken, dan wel solliciteren naar een fulltime dienstbetrekking.

De rechtbank realiseert zich dat de door schuldhulpverlening opgelegde verplichtingen kunnen afwijken van die in het wettelijk traject en dat een schuldenaar daar weinig invloed op kan uitoefenen. Het is echter de verantwoordelijkheid van de schuldhulpverlening om schuldenaren te begeleiden bij het voldoen aan de wettelijke, althans daarmee vergelijkbare voorwaarden voor schuldhulpverlening. De rechtbank dient, ook in het belang van de schuldeisers, te toetsen of schuldenaren aan deze voorwaarden hebben voldaan.

De rechtbank komt dus tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3. De beslissing

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum] -1969 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

wonende te [adres] , [postcode] [plaats] ;voorheen handelend onder de naam ‘ [handelsnaam] ’,

- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema

en tot bewindvoerder P.H.L. Adam,

gevestigd te Postbus 7441,

3284 ZG Zuid-Beijerland;

- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Deze vergoeding is gelijk aan 1/19e deel van de overeenkomstig artikel 2 van dat Besluit te berekenen vergoeding. Dit kan alleen:

- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en,

- voor zover de boedel toereikend is.

Dit is de beslissing van mr. M. Aukema, rechter, in samenwerking met mr. T.M.M. de Laat, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Aukema

Griffier

  • mr. T.M.M. de Laat

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand