ECLI:NL:RBROT:2025:9810

ECLI:NL:RBROT:2025:9810, Rechtbank Rotterdam, 01-08-2025, FT RK 25-756

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 01-08-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer FT RK 25-756
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001860 BWBR0033711 CELEX:32015R0848 EU:32015R0848

Samenvatting

Verzoek toelating WSNP toegewezen. Geen aanbod gedaan. Hardheidsclausule. Geen eerdere ingangsdatum.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

insolventienummer: [nummer]

vonnis van: 1 augustus 2025

op het verzoek van:

[verzoeker] ,

wonende te [adres],

[postcode] [woonplaats].

Waar deze zaak over gaat

[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.

De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1. De procedure

[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 25 juli 2025. Op de zitting zijn verschenen:

- [verzoeker],

- mevrouw L.M. Kleijn, schuldhulpverlener,

- de heer J.M. Guijt, beschermingsbewindvoerder.

Ter zitting zijn aanvullende stukken overgelegd.

De uitspraak is bepaald op heden.

2. De beoordeling van het verzoek

Ontvankelijkheid

Om toegelaten te worden tot de WSNP, dient [verzoeker] in beginsel eerst een buitengerechtelijke schuldregeling te beproeven. Dit vereiste vervalt indien aannemelijk is dat het niet mogelijk is om tot een dergelijke regeling te komen.

Uit het verzoekschrift blijkt dat schuldhulpverlening namens [verzoeker] geen aanbod heeft gedaan aan de schuldeisers om tot een minnelijke regeling te komen. In plaats daarvan is direct een WSNP-verzoek ingediend. De reden hiervoor is dat niet alle aangiftes van de omzetbelasting zijn gedaan. De Belastingdienst wil daarom niet meewerken aan een schuldregeling..

De rechtbank is van oordeel dat in deze specifieke situatie het ontbreken van een poging om tot een minnelijke regeling te komen, niet aan de ontvankelijkheid van het verzoek in de weg staat. Het is voldoende aannemelijk geworden dat de Belastingdienst geen medewerking wilde verlenen aan het minnelijk traject. [verzoeker] is dus ontvankelijk in haar verzoek.

De toelating

[verzoeker] kan worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.

[verzoeker] wordt toegelaten tot de WSNP.

Goede trouw toets

De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan [verzoeker] dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin het [verzoeker] kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van [verzoeker] voor wat betreft haar inspanningen de schulden te voldoen of acties vanuit haar kant om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke.

Gebleken is dat [verzoeker] schulden heeft laten ontstaan bij de Belastingdienst. Het gaat dan in het bijzonder om belastingschulden die voortvloeien uit de (ex-)onderneming van [verzoeker]. Deze schulden zijn naar hun aard niet te goeder trouw ontstaan en/of onbetaald gelaten en staan in beginsel aan toelating tot de WSNP in de weg.

Hardheidsclausule

Het verzoek kan ingevolge artikel 288, derde lid Fw, ondanks het ontbreken van goede trouw (artikel 288, eerste lid onder b Fw) wel worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat [verzoeker] de omstandigheden, die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van deze schulden, onder controle heeft gekregen waardoor een wending ten goede is ontstaan. De rechtbank is van oordeel dat van een dergelijke situatie sprake is. De onderneming is inmiddels gestaakt. De omstandigheden die tot de schulden hebben geleid, zijn daarmee weggenomen. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat de schulden zoals die zijn ontstaan bij de Belastingdienst op dit moment niet aan toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling in de weg staan. Bij de rechtbank is dan ook het vertrouwen ontstaan dat [verzoeker] de verplichtingen uit de WSNP naar behoren zal nakomen.

Verplichtingen

De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de WSNP moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting. Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert of de verplichtingen worden nagekomen. Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.

Als [verzoeker] zich tijdens het WSNP-traject houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen.

Postblokkade

De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoeker].

Bevoegdheid

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoeker] in Nederland ligt.

De ingangsdatum

Het WSNP-traject duurt in principe 18 maanden. De Faillissementswet bepaalt dat de termijn van de WSNP in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de termijn eerder te laten ingaan.

Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Het vtlb wordt berekend met de vtlb-calculator die via het internet beschikbaar is. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus maandelijks sprake zijn van aflossingen die tenminste gelijk zijn aan het genoemde verschil tussen de netto inkomsten en het vtlb. Daarnaast moet er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt worden of moet er aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.

De rechtbank stelt vast dat [verzoeker] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Zo ontbrekende de onderliggende stukken van de vtlb-berekening, zodat deze niet gecontroleerd kan worden en heeft [verzoeker] niet (aantoonbaar) voldaan aan de inspanningsverplichting. Bovendien heeft [verzoeker] een rechtstreeks verzoek tot toepassing van de WSNP ingediend zonder dat er in het minnelijk traject een aanbod is gedaan aan de schuldeisers. De rechtbank ziet daarom in dit geval geen aanknopingspunten om een eerdere ingangsdatum te bepalen.

De rechtbank komt dus tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3. De beslissing

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum]-1959 te [geboorteplaats],

wonende te [adres];

voorheen handelend onder de naam [handelsnaam],

- benoemt tot rechter-commissaris mr. J.T.P. Pot

en tot bewindvoerder [naam],

gevestigd te [postadres]

;

- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 1 augustus 2025 en de einddatum op 1 februari 2027;

- draagt de bewindvoerder op de post van [verzoeker] in te zien;

- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Deze vergoeding is gelijk aan 1/19e deel van de overeenkomstig artikel 2 van dat Besluit te berekenen vergoeding. Dit kan alleen:

- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en,

- voor zover de boedel toereikend is.

Dit is de beslissing van mr. J.T.P. Pot, rechter, in samenwerking met mr. T.M.M. de Laat, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.T.P. Pot

Griffier

  • mr. T.M.M. de Laat

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand