ECLI:NL:RBROT:2026:11707

ECLI:NL:RBROT:2026:11707

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 11-08-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer C/10/723662 / JE RK 26-1437
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die al geruime tijd geen onderwijs volgt.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/723662 / JE RK 26-1437

Datum uitspraak: 11 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. L.A. Alderlieste, kantoorhoudende in Rotterdam,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. L.A. Alderlieste, kantoorhoudende in Rotterdam.

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de beschikking van 28 juli 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

Op 11 augustus 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

de moeder met haar advocaat;

de vader met zijn advocaat;

- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger] .

Aangezien de moeder en de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, maar de moeder wel de Poolse taal en de vader de Engelse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van J. Zegers, tolk in de Poolse taal, en S. Admar, tolk in de Engelse taal. De tolken hebben, alvorens hun taak aan te vangen, op de bij de wet voorgeschreven wijze de belofte afgelegd dat zij hun taak naar geweten zullen vervullen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [minderjarige] was bij de uitspraak aanwezig, zodat hij deze zelf van de kinderrechter heeft vernomen.

2. De feiten

De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij zijn moeder.

Bij beschikking van 3 februari 2026 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 3 augustus 2026. De ondertoezichtstelling van [minderjarige] is op 28 juli 2026 verlengd tot 3 september 2026.

3. Het (aangehouden) verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Bij beschikking van 28 juli 2026 is reeds beslist op de verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een maand. Nu resteert een beslissing voor de duur van vijf maanden.

De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. De doelstelling van de ondertoezichtstelling is om [minderjarige] terug te geleiden naar een onderwijsinstelling. Op dit moment is nog niet duidelijk welke vorm van onderwijs het meest passend is. Wel staat vast dat [minderjarige] niet direct kan terugkeren naar het regulier onderwijs en dat eerst een tussenstap nodig is. Het was de bedoeling om in augustus een breed psychodiagnostisch onderzoek (hierna: PO) te laten plaatsvinden. De ouders hebben hiervoor echter geen toestemming verleend. Het onderzoek kan, gelet op de ondertoezichtstelling, alsnog worden uitgevoerd, maar de weigering van de ouders heeft wel tot vertraging geleid. Naar verwachting kan het onderzoek in september starten, mits daarvoor een plek beschikbaar is. Aan de hand van de resultaten van het onderzoek kan worden vastgesteld welke onderwijsbehoeften [minderjarige] heeft en welke vorm van onderwijs op langere termijn passend is. Vanmorgen heeft de GI een e-mail ontvangen van [zorginstelling] , waarin wordt aangegeven dat een intake kan worden ingepland. Dit zal nog met de ouders worden besproken. De vrees bestaat dat de ouders in het vrijwillig kader onvoldoende zullen meewerken aan de hulpverlening die nodig is om [minderjarige] terug te geleiden naar een passende onderwijssetting. Bovendien zijn de ouders onvoldoende op de hoogte van de werking van het Nederlandse schoolsysteem. Voor de komende periode dient het brede PO-onderzoek te worden uitgevoerd en moet het onderwijs verder worden opgepakt. Vanuit een school in [plaats] wordt hiervoor op dit moment nog schoolwerk aangeleverd. Daarnaast is het van belang dat de interactie tussen de ouders en [minderjarige] wordt gemonitord en dat de GI meer zicht krijgt op de thuissituatie van [minderjarige] .

4. Het standpunt van de ouders

Door en namens de ouders wordt verweer gevoerd tegen het verzoek. De ernstige ontwikkelingsbedreiging ziet op het ontbreken van onderwijs voor [minderjarige] . Voor het overige gaat het goed en is sprake van een rustige thuissituatie. De ouders zijn zelfstandig in staat om een passende school voor [minderjarige] te vinden. De ouders hebben geprobeerd [minderjarige] weer naar school te laten gaan, maar dit is niet gelukt als gevolg van het handelen van de GI. De betrokkenheid van de GI heeft de afgelopen maanden niet tot verbetering van de situatie geleid.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd doordat hij al geruime tijd geen onderwijs volgt. [minderjarige] is een sportieve jongen die zijn zegje goed kan doen. Door het ontbreken van onderwijs stagneert [minderjarige] in zijn ontwikkeling en mist hij de structuur die onderwijs biedt. Ook wordt hierdoor zijn sociale ontwikkeling bedreigd. Om zich verder te kunnen ontwikkelen en zijn toekomstmogelijkheden te vergroten, is het noodzakelijk dat hij naar school of vergelijkbare instelling gaat. Bovendien is [minderjarige] , gelet op zijn leeftijd, leerplichtig. Daar komt bij dat er onvoldoende zicht is op de (thuis)situatie van [minderjarige] . De ouders lukt het niet, zowel afzonderlijk als gezamenlijk, een wijziging ten goede van de situatie van [minderjarige] te bewerkstelligen.

De ernstige ontwikkelingsbedreigingen kunnen niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Hoewel de ouders bijvoorbeeld aangeven zelfstandig een school voor [minderjarige] te kunnen regelen, is dit tot op heden niet gelukt. [minderjarige] is meermaals gestart op een school en vanwege zijn gedrag(sproblematiek) uitgevallen. Het reguliere onderwijs biedt dan in feite geen mogelijkheden meer en een tussenstap is noodzakelijk. Het Nederlandse onderwijssysteem is complex en het (b)lijkt dat het voor de ouders niet altijd duidelijk is welke stappen moeten worden gezet om een passende onderwijsplek voor [minderjarige] te vinden. Dit heeft ook geleid tot spanningen tussen de ouders en de GI en tot het gevoel bij de ouders dat de GI hen tegenwerkt. De kinderrechter is er van overtuigd dat zowel de GI als de ouders dezelfde doelen voor ogen hebben, namelijk dat [minderjarige] zo snel mogelijk naar school gaat en dat het hem goed gaat. Dit moet dan ook zo spoedig mogelijk worden gerealiseerd. De kinderrechter acht het van groot belang dat de ouders zich de komende periode blijven inzetten en samen met de GI blijven zoeken naar een passende onderwijsplek voor [minderjarige] . De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de volwassenen rondom [minderjarige] .

De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van vijf maanden.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 3 februari 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2026 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 12 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.S.E. Pronk als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand