ECLI:NL:RBROT:2026:11710

ECLI:NL:RBROT:2026:11710

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 11-08-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer C/10/722673 / JE RK 26-1325
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/722673 / JE RK 26-1325

Datum uitspraak: 11 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam - Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,

bijgestaan door advocaat mr. R. Küçükünal, kantoorhoudende in Schiedam,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] ,

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen van 6 juli 2026, ingekomen op diezelfde datum;

het rapport van de Raad met bijlagen van 17 juli 2026, ingekomen op diezelfde datum;

het verweerschrift van de advocaat van de moeder, ingekomen op 6 augustus 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

- mr. T. Gümüs, waarnemend kantoorgenoot voor de advocaat van de moeder;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger 1] ;

- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger 2] .

De vader en de moeder zijn niet verschenen. De advocaat van de moeder heeft de moeder vooraf schriftelijk afgemeld. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. De kinderrechter heeft na afloop van de zitting [minderjarige] gebeld, zodat [minderjarige] de beslissing van de kinderrechter zelf van de kinderrechter kon horen.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft op een geheime locatie.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 mei 2026 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 12 augustus 2026.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 mei 2026 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 12 augustus 2026.

3. Het verzoek van de Raad

De Raad heeft verzocht [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook heeft de Raad verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Er zijn ernstige zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige] binnen de gezinssituatie. Het gaat daarbij onder meer over verschillende meldingen van geweld tegen [minderjarige] door haar broers. Uit het onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld (hierna: LEC EGG) is niet duidelijk geworden of sprake is van eergerelateerd geweld, hier moet nog verder onderzoek naar worden gedaan. Wel staat vast dat de ouders onvoldoende in staat zijn gebleken [minderjarige] tegen geweld binnen het gezin te beschermen en dat de zorgen over het geweld door hen worden gebagatelliseerd. Moeder dringt aan op terugkeer van [minderjarige] naar huis, terwijl zij onvoldoende zicht heeft op de risico’s die samenhangen met het gedrag van de broers. [minderjarige] wil zelf niet naar huis terugkeren, zij is bang voor haar broers en wil toewerken naar meer zelfstandigheid. De Raad acht daarom zowel de ondertoezichtstelling als de uithuisplaatsing noodzakelijk. De komende periode is nodig om in rust verder onderzoek te doen naar de achtergronden van de problematiek en om de noodzakelijke hulpverlening in te zetten. Contactherstel tussen [minderjarige] en haar ouders blijft daarbij een doel.

4. De standpunten

De GI sluit zich ter zitting aan bij het verzoek en de toelichting van de Raad. Aanvullend is namens de GI ter zitting het volgende naar voren gebracht. De communicatie met het gezin verloopt moeizaam, waardoor het nog onvoldoende lukt om zicht te krijgen op wat er precies is gebeurd en op de wijze waarop [minderjarige] in de thuissituatie kan worden beschermd tegen geweld. Ook is het lastig om praktische zaken met het gezin te regelen. Tegelijkertijd gaat het op de huidige verblijfplek en op school goed met [minderjarige] . De GI werkt daarom aan een vervolgplek voor begeleid wonen, waar zij naar verwachting vanaf september terecht kan. Eerst is stabiliteit nodig; daarna kan pas worden gekeken naar passende therapie. De GI wil daarnaast toewerken naar contactherstel met de ouders, maar acht dit op dit moment nog niet haalbaar.

Namens de moeder is ter zitting geen verweer gevoerd tegen de ondertoezichtstelling, maar wel tegen de machtiging tot uithuisplaatsing en de duur daarvan. De zorgen in het dossier worden groter gemaakt dan dat zij zijn en de verklaringen van [minderjarige] worden hierbij voor vaststaand aangenomen. Nog altijd is niet objectief vastgesteld dat sprake is van eergerelateerd geweld. De advocaat van de moeder wijst erop dat dit begrip te snel wordt gebruikt in situaties van huiselijk geweld bij gezinnen met een migratieachtergrond. Een machtiging tot uithuisplaatsing is de meest vergaande kinderbeschermingsmaatregel en dient slechts te worden ingezet wanneer alle andere maatregelen onvoldoende blijken. [minderjarige] verblijft inmiddels langere tijd uit huis, terwijl andere stappen, zoals therapie, uitblijven. Sinds de spoedmaatregelen zijn verleend, is geen vooruitgang geboekt. Daarom verzoekt zij primair het verzoek ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing af te wijzen en subsidiair de machtiging voor een kortere periode, van drie maanden, te verlengen. Uiteindelijk moet terugkeer naar huis en contactherstel nadrukkelijk onderdeel blijven van het perspectief.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. Er is sprake geweest van fysieke en psychische mishandeling binnen de gezinssituatie. Daarnaast bestaan er zorgen over mogelijke druk vanuit het gezin op [minderjarige] om terug naar huis te komen. Het is op dit moment nog onvoldoende duidelijk wat de achtergrond van het geweld is geweest, en of daarbij sprake is van eergerelateerd geweld. Uit het onderzoek van het LEC EGG is dit laatste niet naar voren gekomen als vaststaand feit, maar nader onderzoek hiernaar is wel nodig. De situatie heeft er in ieder geval toe geleid dat [minderjarige] zich niet veilig voelt en niet naar huis wil terugkeren. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan bovendien niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De zorgen over het geweld worden binnen het gezin onvoldoende erkend en de communicatie met de moeder en de overige gezinsleden verloopt moeizaam. Hierdoor lukt het onvoldoende om zicht te krijgen op wat er precies is gebeurd en op de vraag hoe [minderjarige] binnen de thuissituatie tegen geweld kan worden beschermd. Als gevolg daarvan is het op dit moment ook nog onvoldoende mogelijk om het noodzakelijke contactherstel vorm te geven.

De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling, waartegen geen verweer is gevoerd, verlengen voor de duur van een jaar. In die periode moet de noodzakelijke hulpverlening voor [minderjarige] en haar ouders worden ingezet, moet nader onderzoek worden gedaan naar de achtergrond van de problematiek en moet worden onderzocht welk perspectief voor [minderjarige] passend is. Daarbij is ook van belang dat haar schoolgang wordt voortgezet en dat wordt toegewerkt naar contactherstel met haar ouders en, als dit aan de orde is, naar een voor [minderjarige] veilige en passende vervolgstap richting zelfstandigheid.

Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van haar verzorging en opvoeding. De kinderrechter heeft daarbij laten meewegen wat [minderjarige] zelf tijdens het kindgesprek heeft verteld. [minderjarige] voelt zich op dit moment niet veilig om terug naar huis te keren. Gelet op de hiervoor besproken zorgen en de noodzaak om eerst meer duidelijkheid te krijgen over de achterliggende problematiek, kan van terugkeer naar huis op dit moment geen sprake zijn.

Ten aanzien van de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing overweegt de kinderrechter als volgt. Enerzijds zijn er verschillende belangrijke openstaande doelen die de komende periode concreet moeten worden uitgewerkt en uitgevoerd. Hier is tijd voor nodig. Bovendien veroorzaakt een nieuw toetsmoment op korte termijn onrust, waar [minderjarige] juist gebaat is bij stabiliteit. Anderzijds moet worden voorkomen dat [minderjarige] door een langdurig verblijf buiten het gezin steeds verder van haar familie verwijderd raakt. De kinderrechter acht daarom een uithuisplaatsing voor de verzochte duur van een jaar te lang. Een periode van drie maanden, zoals door de moeder subsidiair is verzocht, is echter onvoldoende om de noodzakelijke stappen zorgvuldig te zetten. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing daarom verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing voor het overige aanhouden.

De GI wordt verzocht om een week vóór de hierna vermelde pro forma datum een briefrapportage (met afschrift aan de Raad, de vader, de moeder en haar advocaat) te overleggen over de dan huidige stand van zaken, waaronder de voortgang van het onderzoek, de hulpverlening, het contactherstel en het perspectief van [minderjarige] .

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond voor de duur van één jaar, te weten tot 11 augustus 2027;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van zes maanden, te weten tot 11 februari 2027;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

en alvorens verder te beslissen:

houdt de beslissing voor het overige verzochte aan en bepaalt dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot 1 januari 2027 pro forma;

bepaalt dat de Raad, de GI, de vader, de moeder en haar advocaat op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen;

verzoekt de GI uiterlijk een week voor de genoemde pro forma datum de kinderrechter (met afschrift aan de Raad, de vader, de moeder en haar advocaat) de verzochte rapportage te doen toekomen.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 19 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.E. Vos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand