ECLI:NL:RBROT:2026:11715

ECLI:NL:RBROT:2026:11715

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 11-08-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer C/10/713866 / JE RK 26-152 en C/10/722596 JE RK 26-1313
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedtaken

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummers: C/10/713866 / JE RK 26-152 en C/10/722596 JE RK 26-1313

Datum uitspraak: 11 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedtaken

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Regio Zuid-Holland Zuid,

gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

in de zaak C/10/713866 / JE RK 26-152 bijgestaan door advocaat mr. R. Jagesar, kantoorhoudende in Den Haag,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

in de zaak C/10/713866 / JE RK 26-152:

- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 24 februari 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- de briefrapportage van de GI met bijlagen van 29 juni 2026, ingekomen op 30 juni 2026;

in de zaak C/10722596 JE RK 26-1313:

- het verzoekschrift van de GI van 3 juli 2026 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum.

Op 11 augustus 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- de moeder;

- twee vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2] .

De advocaat van de moeder is niet fysiek verschenen voor de zitting. De kinderrechter stelt vast dat de advocaat van de moeder niet correct is opgeroepen in de zaak waarin zij wel is gesteld als advocaat van de moeder. De advocaat van de moeder is telefonisch aangesloten bij de zitting.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar haar mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geen mening gegeven.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun vader.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 februari 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 22 augustus 2026.

De kinderrechter heeft bij dezelfde beschikking de machtiging verlengd [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de andere ouder met gezag, te weten de vader tot 22 augustus 2026. Het verzoek is voor het overige aangehouden.

3. De verzoeken van de GI

in de zaak C/10/713866 / JE RK 26-152:

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van negen maanden. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de andere ouder met gezag te verlengen voor de duur van negen maanden. De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn reeds verleend voor de duur van vijf maanden. Er dient nog te worden beslist over de resterende vier maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De GI licht het resterende verzoek ter zitting als volgt toe. De afgelopen periode is sprake van een positieve lijn. De communicatie tussen de ouders is verbeterd en de begeleide contacten zijn afgeschaald. De moeder heeft inmiddels ook een week met de kinderen in het buitenland doorgebracht. De GI verwacht dat de ouders met de ingezette hulpverlening in vrijwillig kader verder kunnen. De machtiging tot uithuisplaatsing is volgens de GI echter op dit moment nog nodig omdat de ouders van mening blijven verschillen over waar de kinderen hun hoofdverblijf moeten hebben. De GI heeft daarom een verzoek ingediend tot wijziging van de huidige zorgregeling dat vanaf 3.3. wordt toegelicht.

in de zaak C/10/722596 JE RK 26-1313:

De GI heeft verzocht de huidige verdeling van zorg- en opvoedtaken als volgt te wijzigen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] :

 In de oneven weken:

o bij de vader zijn van maandag tot woensdag naar school, vervolgens vanaf woensdag na het avondeten tot en met zondag;

o bij de moeder zijn op maandag uit school tot na het avondeten en woensdag uit school tot na het avondeten.

 In de even weken:

o bij de vader zijn vanaf maandag uit school tot woensdag naar school, vervolgens vanaf woensdag na het avondeten tot zondagochtend;

o bij de moeder op woensdag uit school tot na het avondeten en vervolgens vanaf zondagochtend tot maandagochtend naar school.

 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven in de zomervakantie van 2026 één week bij de moeder en de resterende periode bij de vader. Vanaf september 2026 worden de vakanties tussen de ouders per helfte verdeeld.

De GI licht het verzoek ten aanzien van de verdeling van zorg- en opvoedtaken als volgt toe. De voorgestelde regeling sluit aan bij de huidige verdeling van de zorg die al lange tijd op deze manier wordt uitgevoerd. De voorgestelde regeling is uitvoerig met beide ouders besproken. Ook [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de wens dat deze regeling in de huidige vorm voortduurt in de toekomst. Het is van belang dat deze regeling opnieuw op schrift wordt vastgesteld, zodat hierover duidelijkheid bestaat en de ouders vanuit dit nieuwe vertrekpunt in vrijwillig kader verder kunnen.

4. De standpunten

Door de vader is ter zitting het volgende naar voren gebracht dat hij de huidige verdeling van de zorg- en opvoedtaken wil voortzetten. Hij wil dat de kinderen bij hem blijven wonen en dat de huidige situatie, waaraan de kinderen inmiddels langere tijd gewend zijn, wordt gecontinueerd. Hij kan zich vinden in het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor de resterende periode te verlengen.

Door en namens de moeder is ter zitting het volgende naar voren gebracht dat zij graag naar een co-ouderschapsregeling van 50/50 wil toewerken. Zij wil betrokken zijn bij het dagelijks leven van de kinderen en kan zich daarom niet vinden in de huidige verdeling van de zorg- en opvoedtaken. Zij benadrukt dat het niet haar bedoeling is om de kinderen abrupt bij de vader weg te halen. Ten aanzien van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing verzoekt zij om deze voor twee maanden toe te wijzen en de beslissing voor het overige aan te houden. In die periode kunnen partijen met de hulpverlening verder werken en kan de zaak daarna opnieuw worden beoordeeld.

Ten aanzien van het verzoek tot wijziging van de zorg- en opvoedtaken wenst moeder door haar advocaat te worden bijgestaan. De moeder erkent dat de inhoud van dit verzoek met haar is besproken door de GI, maar zij heeft het schriftelijke verzoekschrift niet ontvangen van de GI en was er niet van op de hoogte dat dit verzoek op zitting inhoudelijk zou worden behandeld. Zij wenst in gelegenheid gesteld te worden zich met haar advocaat hierop inhoudelijk voor te bereiden. Namens de moeder is verzocht de behandeling van dit verzoek aan te houden.

5. De beoordeling

in de zaak C/10/713866 / JE RK 26-152:

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

Uit de mondelinge behandeling en de stukken blijkt dat de situatie rondom [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de afgelopen periode duidelijk is verbeterd. De communicatie tussen de ouders is verbeterd en de begeleide contacten tussen de moeder en de kinderen zijn inmiddels afgeschaald. De kinderen hebben een week vakantie met de moeder doorgebracht. De GI heeft aangegeven dat de ouders zich goed inzetten en dat de huidige zorgregeling in de praktijk goed verloopt. De kinderrechter acht dit positieve ontwikkelingen.

Tegelijkertijd is de situatie nog kwetsbaar. De ouders verschillen nog van mening over de toekomstige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. De moeder wil toewerken naar een co-ouderschapsregeling, terwijl de GI en de vader uit willen gaan van voortzetting van de huidige verdeling van de zorg- en opvoedtaken. Zolang hierover geen duidelijke en bestendige afspraken zijn gemaakt, bestaat het risico dat de huidige positieve ontwikkeling onder druk komt te staan.

De kinderrechter vindt het daarom van belang dat de GI de ouders gedurende de borgingsfase blijft begeleiden en dat wordt toegewerkt naar een definitieve en duidelijke regeling. Deze begeleiding is ook nodig om de hulpverlening zorgvuldig over te dragen naar het vrijwillige kader.

Gelet hierop is de kinderrechter van oordeel dat de ondertoezichtstelling nog voor de resterende duur van vier maanden noodzakelijk is. Ook de machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader wordt voor deze periode verlengd. Dit biedt de benodigde rust en continuïteit terwijl de ouders, met begeleiding van de GI, toewerken naar een bestendige regeling.

De kinderrechter verklaart de beslissing tot zo ver uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

in de zaak 722596 JE RK 26-1313:

De kinderrechter zal het verzoek tot wijziging van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aanhouden. De moeder heeft dit verzoek niet met haar advocaat kunnen bespreken, omdat zij aangeeft het schriftelijke verzoek niet te hebben ontvangen. Om die reden zal de behandeling van dit verzoek op een hierna te noemen zittingsdatum worden voortgezet. De moeder krijgt daarmee de gelegenheid zich hierop voor te bereiden.

De GI wordt verzocht om twee weken vóór de hierna vermelde zittingsdatum een briefrapportage (met afschrift aan de vader, de moeder en hun eventuele advocaten) te overleggen over de dan actuele stand van zaken.

6. De beslissing

De kinderrechter:

in de zaak C/10/713866 / JE RK 26-152:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 22 december 2026;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de andere ouder met gezag, te weten de vader, tot 22 december 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

en alvorens verder te beslissen:

in de zaak 722596 JE RK 26-1313:

houdt de beslissing op dit verzoek aan en bepaalt dat het verhoor van de GI, de vader, de moeder in deze zaak zal plaatsvinden op 5 oktober 2026 om 12:00 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125;

de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. J. Groot, kinderrechter;

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de vader en de moeder;

vraagt de griffier [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op te roepen voor een kindgesprek;

verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de genoemde datum de kinderrechter (met afschrift aan de vader, de moeder en hun eventuele advocaten) de verzochte rapportage te doen toekomen.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 18 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.E. Vos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand