RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/723785 / JE RK 26-1447 en C/10/723791 / JE RK 26-1450
Datum uitspraak: 11 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaken van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1] ,
Geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. F.S. Jansen, kantoorhoudende te Rotterdam,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
[de stiefvader] ,
hierna te noemen: de stiefvader, wonende in [woonplaats 1] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI, geregistreerd onder zaaknummer C/10/723785 / JE RK 26-1447, ontvangen op 23 juli 2026;
het verzoekschrift met bijlagen van de GI, geregistreerd onder zaaknummer C/10/723791 / JE RK 26-1450, ontvangen op 23 juli 2026;
- het e-mailbericht van de advocaat van de moeder met bijlagen van 11 augustus 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
de moeder met haar advocaat;
de stiefvader;
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger] .
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geen mening gegeven.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder en de stiefvader.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 augustus 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 17 augustus 2026.
3. De verzoeken
Het verzoek van de GI met zaaknummer C/10/723791 / JE RK 26-1450
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] te verlengen tot zijn meerderjarigheid, te weten tot 8 juni 2027, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het verzoek van de GI met zaaknummer C/10/723785 / JE RK 26-1447
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI heeft de verzoeken ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Op 23 juli jl. heeft er een intakegesprek met de moeder plaatsgevonden bij [zorginstelling 1] . Het doel van [zorginstelling 1] is om de schoolgang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te stimuleren en motiveren. [minderjarige 2] gaat niet met regelmaat naar school en er is sprake van selectief mutisme. Dat is een soort angststoornis dat de aandacht nodig heeft. Bij [minderjarige 1] is er helemaal geen sprake van een schoolgang of dagbesteding. [zorginstelling 1] gaat daarmee aan de slag en gaat een dagbesteding voor [minderjarige 1] zoeken. [zorginstelling 1] is momenteel bezig met [zorginstelling 2] , een instelling die bekend is met thuiszitters. De financiering hiervoor zal verleend worden zodat [zorginstelling 1] hiermee verder kan. Momenteel is er geen vaste jeugdbeschermer betrokken bij het gezin. Er is wel een beheergroep betrokken die de contacten onderhoudt met de ouders, de school en verschillende zorgaanbieders en -instellingen. De biologische vader van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] komt gemiddeld een keer per maand langs. De moeder geeft aan dat dit voor nu voldoende is. Het is spijtig dat het verzoek en het gezinsplan van de GI weinig informatie bevatten over het afgelopen jaar. Desondanks is te zien dat er de laatste tijd actief is ingezet op deze zaak. Vanaf begin dit jaar is er regelmatig gewerkt aan deze zaak. Indien de kinderrechter de ondertoezichtstelling verlengt voor een kortere periode dan is verzocht, acht de GI het van belang dat de ondertoezichtstelling voor minimaal zes maanden wordt verlengd. Het is belangrijk dat [zorginstelling 1] voldoende tijd krijgt om te starten en actie te ondernemen in het kader van de schoolgang van beide kinderen. Daarnaast moet er ingezet worden op behandeling voor [minderjarige 2] . De afgelopen periode is het thuis rustiger en zijn er geen nieuwe Veilig Thuis meldingen meer gedaan. De GI is blij dat er sprake is van een positieve ontwikkeling binnen het gezin.
4. De standpunten
Door en namens de moeder wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. De informatie in het verzoek van de GI is grotendeels verouderd en onjuist. In maart 2026 is er een spoed machtiging tot uithuisplaatsing verzocht. Tijdens die zitting is er bepaald dat er eerst naar een oplossing binnen het gezin moet worden gezocht, zodat een machtiging tot uithuisplaatsing voorkomen kon worden. Op 19 mei 2026 is er een tweede zitting geweest, waarop wederom geconcludeerd werd dat de GI de zaak onvoldoende heeft opgepakt. De machtiging tot uithuisplaatsing is toen afgewezen met de onderbouwing dat er onvoldoende is gedaan om de situatie binnen het gezin te verbeteren. Er is een jaar lang onvoldoende hulpverlening ingezet om de ouders en de stiefvader te helpen bij de zorg voor de kinderen. Recentelijk is er een Veilig Thuis melding gedaan door de school. Deze melding zag niet op de ouders maar op de GI, omdat de school geen contact krijgt met de GI. Dat is een unieke situatie. Sinds augustus 2025 is er geen enkele Veilig Thuis melding meer gedaan die zag op het gezin zelf. [minderjarige 2] gaat al langere tijd niet naar school omdat zij daar wordt gepest. Daardoor krijgt [minderjarige 2] al aanzienlijke tijd thuis onderwijs. Hierover is goed contact met de school. [minderjarige 1] werkt twee á drie dagen als glazenwasser bij de stiefvader en gaat vanaf januari 2027 een mbo-opleiding volgen. De moeder is vorige week met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij [zorginstelling 1] geweest. Komende donderdag gaan zij weer langs en worden er ook 1-op-1 gesprekken met de kinderen gevoerd. Met [minderjarige 1] gaat het inmiddels heel goed, hij zit niet meer de hele dag thuis en gaat met de stiefvader op pad. [minderjarige 2] is ingeschreven bij een Step-Up klas waar ze eind september kan starten. Dit is een kleinere klas waar de verwachting is dat ze beter mee komt. [minderjarige 2] krijgt creatieve therapie op school zodat ze met behulp van kunst en tekenen kan uitdrukken wat haar dwars zit. De moeder heeft drie sessies gehad bij een psycholoog om te werken aan haar overbelasting. Voor de moeder waren deze sessies voldoende. De thuissituatie is inmiddels stabiel en de moeder en stiefvader zijn onlangs ook getrouwd. De moeder staat open voor hulpverlening en is het eens met de verlenging van de ondertoezichtstelling. Omdat [zorginstelling 1] net is gestart begrijpt de moeder dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd voor een half jaar. De moeder vindt het wel belangrijk dat de druk bij de GI wordt opgevoerd zodat de hulpverlening ook daadwerkelijk van de grond komt.
De stiefvader heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht. De stiefvader vindt het belangrijk dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] contact hebben met hun biologische vader. De stiefvader belt de vader elke dag maar de vader neemt niet altijd op. Aankomende donderdag komt de vader op bezoek bij het gezin. De stiefvader heeft gevraagd of de vader ook blijft slapen zodat hij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] het hele weekend kan zien. De stiefvader wil voorkomen dat de kinderen de vader gaan haten. De vader heeft in het verleden een drugsverslaving gehad, maar daar is hij inmiddels vanaf. Het gaat goed met de kinderen. Er moest een dagbesteding komen voor [minderjarige 1] en die is er nu.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Gezien de zorgen zoals beschreven in de beschikking van de kinderrechter van 6 augustus 2025 en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, is de kinderrechter van oordeel dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. In het afgelopen jaar is de GI onvoldoende voortvarend te werk gegaan met de inzet van hulpverlening, waardoor deze niet genoeg van de grond is gekomen. Desondanks zijn er wel positieve stappen gezet in de thuissituatie. Zo zijn er geen Veilig Thuis meldingen meer geweest, heeft er afgelopen week een intake bij [zorginstelling 1] plaatsgevonden, heeft [minderjarige 1] een dagbesteding gekregen en heeft [minderjarige 2] thuisonderwijs gevolgd. Inmiddels is [minderjarige 2] aangemeld voor een Step-Up klas en start [minderjarige 1] in januari 2027 met zijn mbo-opleiding. Deze ontwikkelingen zijn echter nog pril en er bestaan nog steeds zorgen, waardoor het te vroeg is om de ondertoezichtstelling van de kinderen af te sluiten. De komende periode dient [zorginstelling 1] zich actief in te zetten om de schoolgang voor beide kinderen te waarborgen en de nodige zorg voor de persoonlijke problematiek van [minderjarige 2] op gang te laten komen. Omdat [minderjarige 1] volgend jaar achttien jaar wordt, is het belangrijk dat hij ook ná zijn meerderjarigheid dagbesteding heeft zodat hij aan zijn toekomst kan blijven werken. De GI zal hierin, meer dan tot nu toe is gebeurd, de regie moeten nemen. De kinderrechter acht het dan ook van belang dat de GI de komende periode bij het gezin betrokken blijft om de juiste hulp in te zetten en de situatie te monitoren.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de ondertoezichtstelling nog steeds nodig is. Om te bezien wat over enkele maanden de stand van zaken is, zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen voor een kortere periode dan is verzocht, namelijk voor de duur van zes maanden. De kinderrechter zal de beslissing op het resterende deel van het verzoek aanhouden tot de hierna te noemen pro forma datum.
De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voor de hierna te noemen pro forma datum een rapportage te doen toekomen, met afschrift aan de moeder, de vader, de stiefvader en mr. Jansen, omtrent de stand van zaken van dat moment en daarbij te vermelden of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
Ten aanzien van het zaaknummer C/10/723791 / JE RK 26-1450
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] tot 17 februari 2027;
Ten aanzien van het zaaknummer C/10/723785 / JE RK 26-1447
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] tot 17 februari 2027;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
houdt de beslissing voor het overige verzochte aan en bepaalt dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot 1 januari 2027 pro forma;
bepaalt dat de GI, de moeder, de vader, de stiefvader en mr. Jansen op genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen;
verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor genoemde pro forma datum de kinderrechter, met afschrift daarvan aan de moeder, de vader, de stiefvader en mr. Jansen, de verzochte rapportage te doen toekomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2026 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.N. Laurensse als griffier, en op schrift gesteld op 18 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.