ECLI:NL:RBROT:2026:11788

ECLI:NL:RBROT:2026:11788

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 02-06-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer 12158315 VV EXPL 26-170
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Vonnis in kort geding. Afwijzing geldvordering. Niet staat vast welk bedrag verschuldigd is.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 12158315 VV EXPL 26-170

datum uitspraak: 2 juli 2026

Vonnis in kort geding van de kantonrechter

in de zaak van

[eiseres] ,

vestigingsplaats: [vestigingsplaats 1] ,

eiseres,

gemachtigde: [naam 1] ,

tegen

[gedaagde] ,

vestigingsplaats: [vestigingsplaats 2] ,

gedaagde,

gemachtigden: mr. D.M. Bons en mr. L. van Randtwijk.

De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 7 april 2026, met bijlagen;

het antwoord, met bijlagen;

de spreekaantekeningen van [eiseres] .

Op 18 juni 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken met [naam 2] voor [eiseres] en met [naam 3] voor [gedaagde] , en met de gemachtigden.

2. De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

Op grond van een tussen partijen gesloten overeenkomst heeft [eiseres] werkzaamheden uitgevoerd en arbeidskrachten ter beschikking gesteld aan [gedaagde] ter realisatie van een opvanglocatie voor asielzoekers in Den Haag. Met facturen heeft [eiseres] zijn prijs hiervoor bij [gedaagde] in rekening gebracht. Vijf facturen, met een gezamenlijk beloop van € 56.181,50, heeft [gedaagde] niet voldaan. De reden hiervoor is dat [gedaagde] meent dat de gefactureerde uren niet overeenkomen met het daadwerkelijk gewerkte aantal uren en dat de kwaliteit van de verrichte werkzaamheden niet goed is, zodat de in rekening gebrachte bedragen te hoog zijn.

[eiseres] eist, na vermindering van eis ter zitting, om [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen tot betaling van één factuur, te weten factuur

[factuur nummer 1] van € 23.482,-. Met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten met rente.

[gedaagde] is het hiermee niet eens.

Wat vindt de kantonrechter?

De kantonrechter is bevoegd

[gedaagde] heeft haar verweer wat betreft de bevoegdheid niet gehandhaafd, maar de kantonrechter heeft dit ambtshalve beoordeeld en acht zich gelet op het bepaalde in artikel 93, aanhef en onder a, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevoegd deze zaak te behandelen en er een beslissing in te nemen. Daarbij is acht geslagen op de hoogte van de vordering en het feit dat de rechtstitel uit hoofde waarvan [eiseres] de eis heeft ingesteld niet in geding is.

Beoordelingskader in kort geding

Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat eiser heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor gedaagde als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.

Spoedeisend belang aanwezig

[eiseres] stelt dat zij niet de door haar ingeschakelde zzp’ers kan betalen, doordat [gedaagde] de factuur niet betaalt, en dat zij hierdoor in financiële problemen komt. De zzp’ers maken aanspraak op betaling van hun facturen, met incassokosten, en dreigen met juridische vervolgstappen. Daarmee is het spoedeisend belang gegeven, zodat [eiseres] ontvankelijk is in haar eis.

Afwijzing eis

De eis wordt echter afgewezen. De reden hiervoor is dat [gedaagde] de eis gemotiveerd betwist, waardoor op dit moment niet vaststaat dat zij het bedrag van

€ 23.482,- verschuldigd is aan [eiseres] . Anders dan [eiseres] meent bevat de e-mail van de zijde van [gedaagde] van 13 maart 2026 12:08 uur geen erkenning dat zij het bedrag verschuldigd is. Integendeel, die e-mail bevat duidelijk een betwisting van factuur [factuur nummer 1] . In de mail staat namelijk het volgende:

“(…) Op basis van de foto’s en overige stukken die ik u zo zal toesturen, zal tevens duidelijk worden dat de facturen [factuur nummer 1] en [factuur nummer 2] feitelijk al niet in verhouding staan tot de werkzaamheden die daadwerkelijk zijn uitgevoerd. De kwaliteit van het uitgevoerde werk, is, zoals u op de foto’s zult kunnen zien, schrikbarend te noemen. Daarnaast blijkt uit verklaringen en het beschikbare beeldmateriaal dat medewerkers in deze periode pauzes hebben doorgeschreven, uren hebben gefactureerd terwijl niet werd gewerkt en werkzaamheden niet of slechts gedeeltelijk zijn uitgevoerd. (…)”

Uit de mail blijkt onmiskenbaar dat [gedaagde] het niet eens is met factuur [factuur nummer 1] . Dat zij in de e-mail ook te kennen heeft gegeven een regeling in der minne te willen treffen, betekent niet dat zij het eens is met het gefactureerde bedrag van € 23.482,-. Dat is zij niet, wat ook haar standpunt is in deze procedure. Omdat het aantal uren dat in rekening is gebracht betwist wordt en [gedaagde] het ook niet eens is met de kwaliteit van het geleverde werk, is er op dit moment geen sprake van een bedrag dat zonder meer toewijsbaar is. Op dit punt is bewijslevering nodig, waarvoor een kort geding procedure zich niet goed leent. Dat kan wel in een gewone procedure, maar op dit moment is het niet aannemelijk dat de eis in een bodemprocedure wordt toegewezen.

Betwijfeld wordt of een bodemprocedure helemaal zal leiden tot het door [eiseres] gewenste resultaat als klopt wat [gedaagde] aanvoert, namelijk dat partijen na het zien van camerabeelden samen de conclusie hebben getrokken dat ingeschakelde medewerkers te laat arriveerden en hun werk niet (naar behoren) verricht hebben en dat urenbriefjes van de betreffende medewerkers niet kloppen. Het lijkt om die reden (proces)economischer als partijen, althans hun bestuurders [naam 4] en [naam 5], om de tafel gaan zitten om de declaraties door te nemen en vast te stellen waar de geschilpunten zitten, en vervolgens hiervoor samen een oplossing vinden. Daarbij geldt wel als uitgangspunt dat betaald moet worden voor uren die daadwerkelijk gewerkt zijn. Naar de inschatting van de kantonrechter kunnen partijen meer gebaat zijn bij zo’n snelle praktische oplossing dan bij een eventuele bodemprocedure waarvan de uitkomst ongewis is en die tot oplopende hoge kosten leidt.

Misbruik van procesrecht?

Anders dan [gedaagde] is de kantonrechter niet van oordeel dat [eiseres] misbruik heeft gemaakt van procesrecht. In dit soort gevallen kan een kort geding soms tot een snelle oplossing leiden. Dat [gedaagde] het kort geding ziet als pressiemiddel om betaling af te dwingen moge zo zijn, maar dat is niet ongeoorloofd. In dit verband is van belang dat [eiseres] naar het zich laat aanzien een vordering op [gedaagde] heeft, maar dat laatstgenoemde weigerachtig is om zelfs een deel te betalen. Om de hierboven genoemde reden kan nu geen bedrag worden toegewezen. Van de zijde van [eiseres] lijken de processuele kansen niet goed te zijn ingeschat, maar daarmee is nog geen sprake van misbruik van procesrecht.

[eiseres] moet de (forfaitaire) proceskosten betalen

De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat zij ongelijk krijgt. Omdat er geen sprake is van misbruik van procesrecht wordt er geen grond gezien om [eiseres] te veroordelen in de werkelijke proceskosten van [gedaagde] . De forfaitaire proceskosten worden toegewezen. De kantonrechter begroot die kosten op € 865,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.009,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.

Uitvoerbaar bij voorraad

Deze veroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de eis af;

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 1.009,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;

verklaart dit uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.

465

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand