ECLI:NL:RBROT:2026:11848

ECLI:NL:RBROT:2026:11848

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 12-08-2026
Datum publicatie 12-09-2026
Zaaknummer C/10/722728 / JE RK 26-1329
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verlenging ots + verlening muhp, perspectief is in het pleeggezin bepaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/722728 / JE RK 26-1329

Datum uitspraak: 12 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de GI, gevestigd te Amsterdam,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats] ,

[vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats] ,

[pleegvader] en [pleegmoeder],

hierna te noemen: de pleegouders, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 3 juli 2026, ontvangen op 7 juli 2026;

het toetsingsbesluit van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 20 juli 2026, ontvangen op 29 juli 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI] ;

- de pleegouders.

De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de zus van de moeder.

De vader is, met schriftelijke afmelding voorafgaand aan de zitting, niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de taal Tigrinya, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van S. Yohannes, tolk in de taal Tigrinya. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft in een perspectief biedend pleeggezin.

Bij beschikking van 7 augustus 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 19 augustus 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 19 augustus 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De GI handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. [minderjarige] verblijft al sinds hij twee weken oud is bij de pleegouders. Sindsdien is veel geprobeerd om de opvoedvaardigheden van de moeder te verbeteren, maar hoewel de moeder heel veel van [minderjarige] houdt en hard haar best doet, is zij niet in staat te begrijpen wat er van haar verwacht wordt. De inzet van hulpverlening beklijft niet door de verstandelijke beperking van de moeder en de taalbarrière, waardoor niet kan worden toegewerkt naar een terugplaatsing bij haar. Een plaatsing van [minderjarige] bij de vader is ook niet mogelijk, hij heeft verantwoordelijkheden jegens zijn eigen gezin. Het perspectief van [minderjarige] is daarom inmiddels bij de pleegouders bepaald. Het is van belang dat vanuit die visie wordt gewerkt aan de rol van de moeder in het leven van [minderjarige] en dat in de situatie meer rust komt. De Raad is daarom gestart met een onderzoek naar de noodzaak van een gezagsbeëindigende maatregel.

4. De standpunten

De moeder voert tijdens de mondelinge behandeling verweer tegen het verzoek van de GI. De moeder is heel dankbaar voor de goede zorgen van de pleegouders, maar de moeder is slim en kan heel goed zelf voor [minderjarige] zorgen. De moeder heeft het gevoel dat zij volgens de GI alles fout doet, maar zij doet juist haar best. Zij begrijpt de zorgen die door de GI worden geuit daarom niet.

De pleegouders brengen tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. [minderjarige] verblijft al sinds hij een week oud is bij de pleegouders. Hij is een vrolijk en lief mannetje en hij ontwikkelt zich leeftijdsadequaat. De pleegouders vinden het belangrijk dat [minderjarige] goed contact heeft met de moeder (en waar mogelijk ook met de vader) en dat hij een sterke verbinding heeft met zijn culturele achtergrond. De pleegouders doen hier dan ook erg hun best voor. Het contact met de moeder verloopt - ondanks de taalbarrière – overwegend positief en de pleegouders zijn bereid om hierin te blijven investeren. Sinds de contactmomenten tussen de moeder en [minderjarige] in frequentie zijn verminderd, lijkt het of [minderjarige] deze momenten ook positiever ervaart.

5. De beoordeling

Uit de overgelegde stukken (waaronder het diagnostisch onderzoek van de moeder door het KDCD van 31 december 2024) en de mondelinge behandeling blijkt dat [minderjarige] nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Door de verstandelijke beperking van de moeder en de taalbarrière blijkt het niet mogelijk om de opvoedvaardigheden van de moeder te verbeteren. De moeder praat ook ter zitting vanuit haar eigen verlangen naar [minderjarige] en haar wens om voor hem te zorgen, maar lijkt op geen enkele manier te begrijpen wat van haar wordt verwacht in het contact met [minderjarige] . De pleegouders hebben in de ruim twee jaar dat [minderjarige] bij hen is veel geprobeerd om de moeder te laten zien wat [minderjarige] nodig heeft, maar constateren met de GI dat de moeder daarin niet leerbaar is. De moeder houdt heel veel van [minderjarige] , maar lijkt niet in staat om hem zijn eigen ontwikkelingspad te laten volgen. Gezien wordt dat [minderjarige] meer plezier ervaart bij de bezoeken van de moeder nu deze minder vaak zijn en hij fysiek in staat is om afstand van haar soms dwingende gedrag te nemen. De moeder is blijkbaar niet in staat is om de dagelijkse zorg over [minderjarige] op zich te nemen en zal dat naar verwachting ook niet binnen afzienbare termijn zijn. De betrokkenheid van de GI is daarom nog nodig en een terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder is niet aan de orde.

De kinderrechter heeft begrepen dat het perspectief van [minderjarige] inmiddels bij de pleegouders is bepaald. [minderjarige] wordt onweersproken goed verzorgd in het pleeggezin en hij ontwikkelt zich daar naar behoren. Het is fijn dat de pleegouders zich inzetten om het contact met de moeder (en voor zover mogelijk met de vader) te behouden en te verbeteren en dat zij proberen om [minderjarige] te verbinden met zijn culturele achtergrond. Het is in het belang van [minderjarige] dat zijn verblijf bij de pleegouders wordt voortgezet. Hopelijk komt met het onderzoek van de Raad naar de noodzaak tot gezagsbeëindiging, meer duidelijkheid voor alle partijen en gaat de moeder begrijpen dat het in het belang van [minderjarige] is om bij de pleegouders op te groeien en dat dat niet gebeurt om haar te straffen.

Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter zal de maatregelen daarom verlengen voor de duur van een jaar.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 19 augustus 2027;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 19 augustus 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026 door mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 19 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.L.N. Snijder als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand