ECLI:NL:RBROT:2026:11981

ECLI:NL:RBROT:2026:11981

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 11-09-2026
Datum publicatie 14-09-2026
Zaaknummer ROT 25/9013
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Varia, aanvraag voor een urgentieverklaring. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college in redelijkheid de aanvraag heeft mogen weigeren. De nadere stukken van eiseres zijn in strijd met de goede procesorde ingediend. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres medische problematiek ervaart en dat de schimmel in de woning niet positief is voor eiseres. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich echter in redelijkheid op het standpunt mogen stellen dat eiseres niet alles wat redelijkerwijs tot haar mogelijkheden behoort heeft gedaan om de problemen op te lossen

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 september 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/9013

(gemachtigde: [naam 1]),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard, het college

(gemachtigden: [naam 2] en [naam 3]).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een urgentieverklaring. Volgens het college voldoet eiseres niet aan de voorwaarden voor een urgentieverklaring. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college in redelijkheid de aanvraag heeft mogen weigeren. De nadere stukken van eiseres zijn in strijd met de goede procesorde ingediend. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring op de urgentiegrond ‘medische noodzaak’. Het college heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 10 juni 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 11 november 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 5 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres woont aan de [straatnaam] te [locatie] (de woning) en huurt de woning van [bedrijf] (de verhuurder). Zij heeft een aanvraag gedaan op grond van de urgentiegrond medische noodzaak vanwege haar astma in combinatie met schimmelvorming in de woning.

Het college heeft met het voornemen van 29 april 2025 aan eiseres kenbaar gemaakt dat hij de aanvraag wil afwijzen. Eiseres heeft hierop haar zienswijze ingediend. Het college heeft de aanvraag met het primaire besluit afgewezen. Het college legt hieraan, kort gezegd, ten grondslag dat eiseres zich tot de verhuurder moet wenden en de verhuurder maatregelen kan treffen om schimmelvorming te voorkomen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing.

Met het bestreden besluit heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Het college neemt de medische situatie van eiseres voor waarheid aan en heeft daarom geen verder medisch onderzoek gedaan. Het college stelt zich echter op het standpunt dat de woning van eiseres niet duurzaam ongeschikt is. Uit contact tussen het college en de verhuurder blijkt dat de verhuurder bereid is om de ongeschiktheid van de woning op te lossen. Het college ziet verder geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen.

Zijn aanvullende stukken in strijd met de goede procesorde ingediend?

4. Eiser heeft op 25 juli 2026 aanvullende stukken ingediend bestaande uit een aanvullend beroepschrift van 41 pagina’s en producties van 181 pagina’s.

Op grond van artikel 8:58, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen partijen tot tien dagen voor de zitting nadere stukken indienen. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat deze termijn niet bepalend is voor de vraag of het overleggen van nadere stukken in strijd is met de goede procesorde. Voor het antwoord op die vraag is namelijk doorslaggevend of een zinvolle bespreking van de stukken op de zitting kan plaatsvinden. Er is sprake van strijd met de goede procesorde als de nieuwe stukken zo laat worden ingediend en/of zodanig complex of omvangrijk zijn, dat de andere partijen worden belemmerd om daarop adequaat te reageren, dat de rechtbank wordt belemmerd in haar voorbereiding van de zitting of dat de goede voortgang van de procedure daardoor op een andere wijze wordt belemmerd.

De rechtbank is van oordeel dat voor zover in de nadere stukken niet eerder aangevoerde beroepsgronden worden genoemd die gronden niet tijdig zijn ingediend en op grond van de goede procesorde niet bij het beroep kunnen worden betrokken.De nadere stukken die feiten en omstandigheden bevatten waarmee eerder ingediende beroepsgronden worden onderbouwd zijn in strijd met de goede procesorde ingediend. Gelet op de omvang van die stukken en de resterende tijd tot aan de zitting zijn die stukken onredelijk laat ingediend. Het college en de rechtbank zijn daardoor belemmerd in het voorbereiden van de zitting en hebben de stukken niet kunnen bestuderen. De rechtbank betrekt de nadere stukken daarom niet bij de beoordeling van het beroep.

Toetsingskader

5. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Heeft het college in redelijkheid de aanvraag mogen afwijzen?

6. Eiseres voert aan dat het college niet in redelijkheid haar aanvraag heeft mogen afwijzen op de grond dat zij niet voldoet aan de voorwaarden voor een urgentieverklaring. De woning zit vol met schimmel en heeft een gebrekkige luchtkwaliteit. De werkzaamheden van de verhuurder zijn vooral cosmetisch en symptoom bestrijdend, maar lossen het probleem niet op. Volgens eiseres moet er een bouwkundig onderzoek plaatsvinden die de problemen in kaart brengt alvorens de verhuurder de problemen kan oplossen. Eiseres betoogt dat op het college de plicht rust om de woning te onderzoeken of al dan niet het bouwkundig onderzoek te laten plaatsvinden.

Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres medische problematiek ervaart en dat de schimmel in de woning niet positief is voor eiseres. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich echter in redelijkheid op het standpunt mogen stellen dat eiseres niet alles wat redelijkerwijs tot haar mogelijkheden behoort heeft gedaan om de problemen op te lossen. Uit een mailwisseling tussen het college en de verhuurder blijkt dat de verhuurder bereid is om verder onderzoek te doen of herstel te plegen waar mogelijk en nodig. De verhuurder schrijft verder dat de opzichter na eerdere werkzaamheden een nacontrole heeft willen uitvoeren, maar dat deze geen contact kon krijgen met eiseres. Er werd niet gereageerd op telefonisch contact en e-mails. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij contact heeft gehad met de verhuurder om het probleem op te lossen. Eiseres heeft ter zitting verklaard dat zij er geen vertrouwen in heeft dat de verhuurder de problemen oplost. Ook heeft zij desgevraagd verklaard dat zij, in het geval van een civielrechtelijk vonnis dat verplicht tot het oplossen van de problemen, er geen vertrouwen in heeft dat de verhuurder gevolg geeft aan civielrechtelijk vonnis en hoelang dat gaat duren. Uit het dossier blijkt echter dat zij de verhuurder onvoldoende de gelegenheid heeft geboden om de problemen op te lossen. Het college heeft zich daarom in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de woning niet duurzaam ongeschikt is en dat eiseres daarom niet voldoet aan de voorwaarden voor een urgentieverklaring.

De beroepsgrond van eiseres dat het college onderzoek had moeten doen naar de woning slaagt niet. De regels in onderlinge samenhang bezien bepalen immers dat woningtoewijzing plaatsvindt op volgorde van inschrijving, tenzij de betrokkene aannemelijk maakt dat hij een urgent huisvestigingsprobleem heeft als bedoeld in artikel 5.1 tot en met 5.8 van Bijlage I bij de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 dan wel dat zich bijzondere feiten en omstandigheden voordoen die maken dat weigering van de urgentieverklaring in het geval van de betrokkene leiden tot een schrijnende situatie. De bewijslast van die urgentie en daarmee de noodzaak voor het maken van een uitzondering op de regels, rust dus op eiseres. De rechtbank ziet niet in dat deze bewijslast onmogelijk zou zijn en evenmin dat de bewijslast eiseres ongerechtvaardigd zou beperken om te gaan wonen waar zij wil. Het is dus aan eiseres om een dergelijk bouwkundig onderzoek te laten uitvoeren waaruit blijkt dat de woning duurzaam ongeschikt is voor haar.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen urgentieverklaring krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Blokhuis, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2026.

De rechter is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 8:58

1. Tot tien dagen voor de zitting kunnen partijen nadere stukken indienen.

2. Op deze bevoegdheid worden partijen in de uitnodiging, bedoeld in artikel 8:56, gewezen.

Bijlage I bij de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024

Artikel 5.1. Medische noodzaak

De in de titel van dit artikel bedoelde urgentiegrond doet zich voor als de aanvrager of een lid van zijn of haar huishouden:

a. thans rechtmatig zelfstandige woonruimte bewoont; en,

b. bekend is met medische problematiek, welke tot gevolg heeft dat de huidige zelfstandige woonruimte in ernstige mate duurzaam ongeschikt is voor bewoning door het huishouden van aanvrager.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand