RECHTBANK ROTTERDAM
Wrakingskamer
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/723829 / HA RK 26-750
Beslissing van 9 september 2026
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
woonplaats: [plaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. M.H.L. van Dijkman,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
1. De procedure
Verzoeker heeft op 23 juli 2026 een wrakingsverzoek gedaan. Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de civielrechtelijke zaak met zaaknummer C/l0/680379 / FA RK 24-4313 (de hoofdzaak). De hoofdzaak betreft een geschil tussen [naam] en verzoeker. De wrakingskamer heeft toegang gekregen tot het dossier van de hoofdzaak.
Het verloop van de wrakingsprocedure blijkt uit:
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in de hoofdzaak op 23 juli 2026, waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvan zijn vermeld;
de schriftelijke reactie van de rechter van 12 augustus 2026.
Tijdens de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek zijn verzoeker en de rechter verschenen.
2. Het wrakingsverzoek
Verzoeker heeft – samengevat weergegeven – het volgende als grond voor zijn wrakingsverzoek aangevoerd. Op 22 juli 2026, een dag voor de mondelinge behandeling in de hoofdzaak, heeft een kindgesprek plaatsgevonden met de dochter van verzoeker. Verzoeker was daar niet van op de hoogte. Verzoeker hoorde pas ná het kindgesprek, rond 17:00 uur diezelfde dag, dat het gesprek had plaatsgevonden via Teams en in een door [naam] gehuurde hotelkamer. Het kindgesprek heeft dus niet plaatsgevonden op een neutrale plaats. Verzoeker heeft ook gehoord dat [naam] het kindgesprek heeft opgenomen met haar telefoon. Deze hele gang van zaken heeft bij verzoeker de indruk gewekt dat het allemaal achter zijn rug om heeft plaatsgevonden en dat voelde voor verzoeker partijdig.
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het wrakingsverzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.
3. De beoordeling
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter tegenover een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in het geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde vrees voor) partijdigheid.
De omstandigheden die verzoeker heeft aangevoerd, bieden geen aanwijzing voor het oordeel dat de rechter door haar persoonlijke instelling en overtuiging niet onpartijdig is.
Vervolgens moet worden onderzocht of de aangevoerde omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, toch een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de door verzoeker geuite vrees dat de rechter tegenover hem een vooringenomenheid koestert – objectief – gerechtvaardigd is. Hierbij is de opvatting van verzoeker van belang, maar deze is niet doorslaggevend.
De wrakingskamer is van oordeel dat geen sprake is van zo’n zwaarwegende aanwijzing.
In de kern beklaagt verzoeker zich erover dat het kindgesprek met zijn minderjarige dochter (i) buiten zijn weten (ii) via Teams en (iii) op een niet-neutrale plaats heeft plaatsgevonden, en (iv) dat het gesprek door [naam] is opgenomen. Geen van deze zaken raken echter aan de onpartijdigheid van de rechter en zij kunnen daarom niet tot toewijzing van het wrakingsverzoek leiden.
De rechter heeft uitgelegd dat de standaard werkwijze rondom het voeren van kindgesprekken is gevolgd door de uitnodiging voor het kindgesprek naar het adres van verzoeker te verzenden en aan [naam] een kennisgeving te verzenden, en door vervolgens enkel met de minderjarige dochter van verzoeker te communiceren over het te voeren gesprek (wat op verzoek van die dochter via Teams zou plaatsvinden). De wrakingskamer kan zich voorstellen dat verzoeker ervan op de hoogte had willen zijn dat, waar en wanneer het kindgesprek zou plaatsvinden. Dat is – zo blijkt uit wat de rechter tijdens de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft gezegd – ook iets dat bij de volgende interne evaluatie van de werkwijze rondom het voeren van kindgesprekken zal worden meegenomen. De rechter heeft echter door verzoeker daar niet over te informeren niet partijdig gehandeld of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor bij verzoeker gewekt. De rechter heeft niet de ene partij voorgetrokken ten opzichte van de andere partij.
Verder heeft de rechter uitgelegd dat een kindgesprek op afstand (via Teams) vaker op een niet-neutrale plaats plaatsvindt, bijvoorbeeld bij één van de ouders thuis. Dat verzoeker vindt dat een kindgesprek altijd op een neutrale plek (de rechtbank) moet plaatsvinden, dwingt niet tot de conclusie dat de rechter door de minderjarige dochter van verzoeker de mogelijkheid te bieden het kindgesprek via Teams te laten plaatsvinden partijdig is of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor bij verzoeker heeft gewekt.
Dat [naam] het kindgesprek zou hebben opgenomen, is tot slot ook geen omstandigheid die aan de onpartijdigheid van de rechter raakt. Die beweerde opname heeft plaatsgevonden buiten het zicht van de rechter en betreft geen handelen van de rechter zelf.
Het is invoelbaar dat verzoeker een negatief gevoel heeft overgehouden aan voornoemde omstandigheden. Dat zijn zaken die verzoeker bij de inhoudelijke behandeling van de zaak desgewenst aan de orde kan stellen. Dit is echter geen grond voor wraking. De conclusie is dan ook dat het wrakingsverzoek wordt afgewezen.
4. De beslissing
De wrakingskamer:
wijst het wrakingsverzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.M.H. Geerars, voorzitter, mr. W.J.M. Diekman en mr. F.P.J. Schoonen, rechters, in aanwezigheid van mr. R.W.H. van Rijkom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.