RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 12240140 BM VERZ 26-1275
uitspraak: 17 september 2026
beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,
inzake het verzoek van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] , [geboorteland] op [geboortedatum] 2005,
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen betrokkene,
tot instelling van een bewind over zijn goederen.
Verloop van de procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
De kantonrechter heeft de zaak ter terechtzitting van donderdag 3 september 2026 behandeld en heeft betrokkene en de voorgestelde bewindvoerder gehoord.
Beoordeling van het verzoek
Betrokkene voert ter zitting aan dat de beoogd bewindvoerder hem heeft geholpen bij het indienen van het verzoek. Betrokkene wil hulp bij het aflossen van zijn schulden. Hij heeft o.a. schulden bij CZ, Belastingdienst en CJIB. Betrokkene heeft geen DUO schuld, zoals het schuldenoverzicht doet vermoeden. Rondkomen van € 60,- weekgeld, vindt hij wel erg weinig. Verder voert betrokkene aan dat hij binnenkort als ZZP-er aan de slag gaat. Hij gaat pakketten bezorgen. Betrokkene gaat dan ook meer verdienen en hoopt hij de schulden snel te kunnen aflossen.
De bewindvoerder voert aan dat hij betrokkene thuis heeft bezocht en dat de schuldenlijst toen is opgemaakt. De bewindvoerder heeft geen inzage gehad in stukken omtrent de schulden. Op het moment dat het bewind ingaat gaat de bewindvoerder de schuldeisers aanschrijven en kan hij de hoogte van de schulden pas echt in kaart brengen. Dat in de stukken € 60,- aan leefgeld staat, dat is volgens de bewindvoerder niet correct. Dat moet
€ 90,- per week zijn. Nu betrokkene te kennen heeft gegeven dat er geen DUO schuld is, is de bewindvoerder van mening dat bewind een te zware maatregel is.
De kantonrechter is van oordeel dat, nu de schulden niet problematisch zijn, onvoldoende aannemelijk is geworden dat betrokkene als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. De kantonrechter is van mening dat de maatregel bewindvoering te zwaar is en gelet op wat betrokkene ter zitting heeft aangevoerd, is een budgetcoach meer op zijn plaats. Zo behoudt betrokkene zeggenschap over zijn eigen geld en de schulden die er zijn, kan hij prima zelf regelen.
Beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Buizer, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
Verzonden op:
Tegen deze beschikking kan in hoger beroep worden gegaan bij het gerechtshof Den Haag. Dit kan alleen worden ingesteld door een advocaat. Verzoeker en degenen aan wie een kopie van de beschikking is verstrekt moeten hoger beroep instellen binnen drie maanden na de datum van de beschikking. Voor andere belanghebbenden moet dit binnen drie maanden nadat zij van de beschikking op de hoogte zijn geraakt.