ECLI:NL:RBROT:2026:5075

ECLI:NL:RBROT:2026:5075

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 01-05-2026
Zaaknummer 10-349950-25 en 10-318777-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Veroordeling voor dealen van cocaïne en heroïne vanuit een woning, gedurende een periode van 6 maanden, en het voorhanden hebben van cocaïne, heroïne, hasjiesj en hennep(toppen). Gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden. Overwegingen over de bewezenverklaarde periode.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-349950-25

Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10-318777-24

Datum uitspraak: 15 april 2026

Datum zitting: 1 april 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 1988 in [geboorteplaats] ([geboorteland]),

ingeschreven op het adres [adres 1], [postcode] te [plaatsnaam],

gedetineerd in [detentieadres].

Advocaat van de verdachte: mr. M. Sculic

Officier van justitie: mr. D.D.B. Reuter

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor het gedurende een halfjaar vanuit een woning dealen in cocaïne en heroïne en het voorhanden hebben van cocaïne, heroïne, hasjiesj en hennep(toppen). De rechtbank legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van tien maanden.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – gedurende een periode van een halfjaar harddrugs heeft gedeald, en dat hij soft- en harddrugs voorhanden heeft gehad.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

1

hij in of omstreeks de periode van 23 juni 2025 tot en met 23 december 2025 te Gorinchem

opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

één of meer (gebruikers)hoeveelhe(i)d(en) cocaïne en/of heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne en/of cocaïne(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2

hij op of omstreeks 23 december 2025 te Gorinchem (in een woning gelegen aan de [adres 1])

opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en/of

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne,

zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3

hij op of omstreeks 23 december 2025 te Gorinchem (in een woning gelegen aan de [adres 1])

opzettelijk opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- een hoeveelheid van ongeveer 840 gram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd,

- een hoeveelheid van 420 gram hennep(toppen), zijnde hasjiesj en/of hennep, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1, 2 en 3.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor feit 1, in elk geval voor een groot deel van de ten laste gelegde periode. De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten 2 en 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte op 23 december 2025 cocaïne, heroïne, hasjiesj en hennep(toppen) aanwezig heeft gehad, en dat hij hieraan voorafgaand gedurende een periode van een halfjaar cocaïne en heroïne heeft verkocht. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

Feit 1

De bewezenverklaring van feit 1 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Proces-verbaal van de politie

Op 23 december 2025 zag ik, [verbalisant], [verdachte] een deur in de richting van de steeg aan de achterzijde van de woning aan de [adres 1] openen. Ik zag dat [verdachte] in de deuropening bleef staan.

Overdacht 1

Ik, [verbalisant], zag dat er een man de steeg inliep aan de achterzijde van de woning aan de [adres 1]. Dit betreft de woning van [verdachte]. Ik zag dat [verdachte] een boterhamzakje in zijn handen vasthield. Ik zag dat [verdachte] het boterhamzakje aan de man in de steeg overhandigde. Ik zag dat de man aan [verdachte] briefgeld overhandigde. Ik heb niet kunnen waarnemen hoeveel geld dit betrof. Maar aan de vorm herkende ik dit als zijnde briefgeld.

Ik hoorde enkele minuten later via mijn portofoon dat deze man is aangehouden. Tijdens de fouillering van de man zijn er verdovende middelen aangetroffen in de kleding van de man. Ik herkende de aangehouden man als zijnde koper van boven genoemde overdracht. Later bleek uit onderzoek dat deze man de volgende identiteit had: [medeverdachte 1], geboren op [geboortedatum 2]-1993.

Overdacht 2

Ik, [verbalisant], zag een man de steeg in fietsen aan de achterzijde van de woning aan de [adres 1]. Ik zag dat [verdachte] de deur aan de achterzijde van de woning opende die uitkwam in de steeg. Ik zag dat [verdachte] een boterhamzakje overgaf aan de man. Ik zag dat de man aan [verdachte] briefgeld overhandigde.

Ik hoorde enkele minuten later via mijn portofoon dat deze man is aangehouden. Tijdens de fouillering van de man zijn er verdovende middelen aangetroffen in de kleding van de man. Ik herkende de aangehouden man als zijnde koper van boven genoemde overdracht. Later bleek uit onderzoek dat deze man de volgende identiteit had: [medeverdachte 2], geboren op [geboortedatum 3]-1977.

2. Proces-verbaal van de politie

Ik, [verbalisant], benoemde in mijn proces-verbaal van bevindingen met nummer: [proces-verbaalnummer 1] dat ik [verdachte] zag en herkende. Ik herkende [verdachte] door een foto welke mij tijdens de briefing is getoond. Dit betreft een foto uit het politiesysteem. Ik herkende [verdachte] aan zijn lange zwarte haren, aan zijn leeftijd van ongeveer 35 jaar, aan zijn lengte van ongeveer 1.70 meter lang, aan zijn gebogen/ haviksneus deze is opvallend groot, aan zijn typerende versnelde pas tijdens het lopen, aan zijn snor en sik en aan zijn Arabische uiterlijk. Tijdens de aanhouding van [verdachte] was ik aanwezig in de woning. De man wie zich later identificeerde als [verdachte] geboren op [geboortedatum 1]-1988 betreft de man wie ik herkende als de man wie drugs overhandigde aan de genoemde personen in mijn proces-verbaal van bevindingen onder nummer: [proces-verbaalnummer 1].

3. Proces-verbaal van de politie, verklaring [medeverdachte 1]

Bij mijn aanhouding op 23 december 2025 was ik in bezit van verdovende middelen. De drugs zijn van mij. Ik heb cocaïne besteld. Ik heb € 20,- betaald voor maximaal een halve gram. Dit is niet de eerste keer dat ik bij deze dealer koop. Ik denk dat ik sinds een half jaar een paar keer in de maand bij deze dealer koop. Ik kom in contact met deze dealer via berichtjes via de telefoon. Dat gaat via WhatsApp. Ik betaal in cash geld aan de dealer.

4. Proces-verbaal van de politie, verklaring [medeverdachte 2]

Bij mijn aanhouding op 23 december 2025 was ik in het bezit van heroïne. De drugs zijn van mij. Ik heb twee bolletjes gekocht voor € 20,- per bolletje. Als ik drugs haal, haal ik het bij deze dealer. Ik koop nu ongeveer een halfjaar bij deze dealer. Ik bel hem meestal en over het algemeen kan ik dan gelijk langskomen. De dealer noemt zichzelf [naam 1], maar ik denk niet dat het zijn echte naam is. De dealer ziet eruit als een klein mannetje, met donker langer haar en een baardje. Ik betaal in cash geld aan de dealer.

5. Proces-verbaal van de politie

Op 23 december 2025 werd in de woning aan de [adres 1] [verdachte] aangehouden in de woonkamer. Tijdens de fouillering werden op de verdachte twee telefoons aangetroffen. Deze zijn inbeslaggenomen.

6. Proces-verbaal van de politie

Ik was belast met het uitlezen van een telefoon die bij de verdachte was in beslaggenomen onder goednummer 7075973.

Ik zag dat de verdachte zichzelf [naam 2] (owner) noemde in zijn gesprekken.

Ik zocht op telefoonnummer [telefoonnummer 1] van [medeverdachte 1]. Ik zag dat hij de verdachte op 1 december 2025 berichtte. Hij bestelde wat en zou het snel op komen halen.

Daarna zocht ik op telefoonnummer [telefoonnummer 2] van [medeverdachte 2]. Ik zag dat hij ook een chatgesprek had waarin hij meerdere bestellingen deed op verschillende data.

Verder keek ik in de chatberichten. Ik zag meerdere chats waarin verschillende personen bestellingen deden.

Op 22 december deed [naam 3] ([telefoonnummer 3]) een besteling.

Op 4 december 2025 deed [naam 4] ([telefoonnummer 4]) een bestelling. Hij gaf aan dat het wel bruin spul moest zijn. Verdachte reageerde kom Steg.

Op 4 december 2025 deed [naam 5] ([telefoonnummer 5]) een bestelling. Ik zag dat het Gesprek is in Engelse taal was. Hij bestelt meerdere malen. Vertelt ook dat de pillen die hij besteld had niet werken.

Op 30 november 2025 deed [naam 6] ([telefoonnummer 6]) een bestelling. Hij begon te vragen of hij ook crystal had. Verder merkte hij dat de dealer niet in omgeving Breda zit maar in Gorinchem.

Op 26 november 2025 deed [naam 7] ([telefoonnummer 7]) meerdere bestellingen.

Op 14 november 2025 tot en met 17 december 2025 heeft de verdachte contact met [naam 8] ([telefoonnummer 8]). [naam 8] doet bestellingen. Verdachte moet wel achter zijn geld aan. Deed ook een aanbieding dat hij bruin spul heeft met een foto erbij.

7. Proces-verbaal van de politie

Ik was belast met het uitlezen van een telefoon die bij de verdachte was inbeslaggenomen onder goednummer 7075969.

Ik zag dat de verdachte zichzelf [naam 2] (owner [telefoonnummer 9]) noemde in zijn gesprekken.

Toen ik zocht op het telefoonnummer [telefoonnummer 2] van [medeverdachte 2] zag ik een gemiste oproep van 23 december 2025 omstreeks 18:15 uur.

Verder keek ik in de chatberichten. Ik zag meerdere chats waarin verschillende personen bestellingen deden.

Op 20 oktober 2025 had [naam 9] ([telefoonnummer 10]) contact met de dealer en gaf hij door wat hij nodig heeft. Rond 20:30 uur zou hij het dan ophalen in Gorinchem aan [adres 2].

Op 11 oktober 2025 had [naam 10] ([telefoonnummer 11]) contact met de dealer [naam 2]. Hij gebruikt voor het eerst dus weet nog niet precies hoeveel hij nodig heeft.

Op 26 september 2025 was er contact met [naam 11] ([telefoonnummer 12]). Hij wil spul voor in zijn neus en doet meerdere malen een bestelling.

Op 30 augustus 2025 is er contact met [naam 12] smoke ([telefoonnummer 13]). Hij vond het eerst te duur en twijfelde om wat te kopen. Later wilde hij toch een koop doen.

Op 19 september 2025 is er contact met [naam 13] ([telefoonnummer 9]). Eerst komt hij naar de dealer toe om verdovende middelen te halen en later regelt [naam 2] (owner) dat er een driver langs komt om de verdovende middelen bij [naam 13] te brengen.

Op 28 augustus 2025 had [naam 14] ([telefoonnummer 14]) contact met [naam 2]. Ze maakte een afspraak bij de Aldi voor een deal.

Op 16 augustus 2025 had [naam 15] ([telefoonnummer 15]) contact met de dealer om snuif te bestellen. Als de dealer vraagt of [naam 14] meer nodig heeft, wordt aangegeven ook nog XTC bij te bestellen.

Op 15 augustus 2025 is er contact met een persoon opgeslagen in zijn telefoon als Erik van Johan ([telefoonnummer 16]). Erik doet meerdere bestellingen.

Op 27 juli begon een gesprek met [naam 16] ([telefoonnummer 17]). Hij deed tot en met september 2025 meerdere bestellingen.

Vanaf 18 juli is er contact met ([telefoonnummer 18]) [naam 17] Gesprek Engelse taal. In het gesprek doet hij meerdere bestellingen. De bestellingen worden ook naar opgegeven adressen gebracht. Laatste bestelling was 7 november.

Op 8 en 9 december 2025 deed ([telefoonnummer 19]) [naam 18] boven 3 een bestelling mmc.

Feiten 2 en 3

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten 2 en 3 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

8. Verklaring van de verdachte

9. Proces-verbaal van de politie

10. Proces-verbaal van de politie

11. Deskundigenverslag

12. Deskundigenverslag

13. Deskundigenverslag

14. Proces-verbaal van de politie

15. Proces-verbaal van de politie

16. Deskundigenverslag

17. Deskundigenverslag

18. Proces-verbaal van de politie, verklaring [medeverdachte 1]

19. Proces-verbaal van de politie, verklaring [medeverdachte 2]

Bewijsmotivering (feit 1)

Door de verdediging is gesteld dat de twee telefoons niet aan de verdachte gekoppeld kunnen worden. De rechtbank overweegt daarover dat de twee telefoons volgens de kennisgevingen van inbeslagname zijn aangetroffen ‘op de aangehouden verdachte’. Uit het proces-verbaal van doorzoeking blijkt daarnaast dat de twee telefoons zijn aangetroffen op de verdachte “tijdens de fouillering”. De rechtbank verwerpt dit verweer.

Verder is door de verdediging aangevoerd dat de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], dat zij al een half jaar drugs kochten bij de verdachte, onbetrouwbaar zijn. De rechtbank acht deze verklaringen betrouwbaar, nu de verklaringen steun vinden in de chatberichten die zijn aangetroffen op de twee telefoons die bij de verdachte in beslag zijn genomen. Deze chatberichten zien op de handel in verdovende middelen over een periode van meerdere maanden. Uit een van de telefoons blijkt in het bijzonder dat de verdachte chatgesprekken heeft gehad met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], waarbij zij bestellingen bij hem hebben geplaatst. Door [medeverdachte 2] is verklaard dat de dealer zichzelf ‘[naam 1]’ noemt en uit de telefoon volgt dat de gebruiker van beide telefoons zichzelf ‘[naam 2]’ noemt. De rechtbank verwerpt dit verweer en komt tot een bewezenverklaring van de volledige tenlastegelegde periode.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Feit 1

hij in de periode van 23 juni 2025 tot en met 23 december 2025 te Gorinchem

opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt,

meer (gebruikers)hoeveelheden cocaïne en/of heroïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Feit 2

hij op 23 december 2025 te Gorinchem (in een woning gelegen aan de [adres 1])

opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne,

zijnde cocaïne en heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Feit 3

hij op 23 december 2025 te Gorinchem (in een woning gelegen aan de [adres 1])

opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- een hoeveelheid van 840 gram hasjiesj, en

- een hoeveelheid van 417,7 gram hennep(toppen),

zijnde hasjiesj en hennep, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 2

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 3

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten 1, 2 en 3 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

Gelet op de bepleite vrijspraak voor feit 1, dient aan de verdachte een gevangenisstraf te worden opgelegd die niet langer is dan de periode die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich een halfjaar lang schuldig gemaakt aan het dealen van cocaïne en heroïne en heeft cocaïne, heroïne, hasjiesj en hennep(toppen) voorhanden gehad. Door op deze wijze te handelen heeft de verdachte bijgedragen aan de instandhouding van het drugscircuit en de vele daarmee gepaard gaande vormen van criminaliteit, waardoor de samenleving schade werd berokkend. Ook heeft hij bijgedragen aan de instandhouding van het gebruik van verdovende middelen, terwijl algemeen bekend is dat (hard)drugs zeer schadelijk zijn voor de gezondheid.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 17 februari 2026 blijkt dat de verdachte eerder meermaals onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Nu deze feiten langer dan vijf jaar geleden zijn gepleegd, wordt hier niet op strafverzwarende wijze rekening mee gehouden. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf, maar ook niet tot een lagere straf.

Rapport van de reclassering

In het rapport van Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering van 6 januari 2026 staat samengevat het volgende.

De reclassering kan geen criminogene factoren aanwijzen, gelet op de onbekende proceshouding van de verdachte. Wel zien zij op basis van de beschikbare dossierinformatie risico’s op meerdere leefgebieden.

Uit de meest recente informatie van de IND blijkt dat de verdachte momenteel onrechtmatig in Nederland is. De verdachte is verwijderbaar en er is sprake van een terugkeerbesluit en een zwaar inreisverbod voor de duur van tien jaar, aldus informatie van de IND.

De verdachte lijkt daarnaast te beschikken over een schuldenlast. Verder worden er op basis van dossierinformatie aanwijzingen gezien voor middelenproblematiek alsmede psychische problematiek.

Gezien het strafblad in combinatie met de vermoedelijke complexe problematiek en betrokkene zijn onrechtmatige verblijfsstatus, acht de reclassering het risico op recidive hoog. Interventies lijken gelet op voorgaande geïndiceerd om het risico op recidive te verlagen. De reclassering ziet echter geen mogelijkheden voor een reclasseringstoezicht daar de interventies binnen een toezicht zijn gericht op resocialisatie in Nederland, alwaar de verdachte niet mag zijn. De verdachte moet Nederland verlaten en kan derhalve geen zelfvoorzienend bestaan meer opbouwen dan wel aanspraak maken op de hulpverlening/sociale voorzieningen in Nederland. Zolang hij zonder een rechtmatige verblijfsstatus in Nederland verblijft, blijft zijn toekomstperspectief hier uitzichtloos en zal de kans op recidive volgens de reclassering niet verminderen. Een reclasseringstoezicht is derhalve niet uitvoerbaar.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Uit de oriëntatiepunten blijkt het volgende. Bij het gedurende drie tot zes maanden dealen van harddrugs is het uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden. Bij het voorhanden hebben van harddrugs is het uitgangspunt een taakstraf van aanzienlijke duur. Het opleggen van een taakstraf is niet passend gelet op de ernst van de feiten en de verblijfsstatus van de verdachte. Daarom wordt een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.

5. In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen voorwerpen, te weten de twee telefoons en de twee geldbedragen, worden verbeurd verklaard. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat de twee inbeslaggenomen simkaarten aan de verdachte worden teruggegeven.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.

Oordeel van de rechtbank

Verbeurdverklaring

Als bijkomende straf voor feit 1 worden de in beslag genomen telefoons (Apple telefoon met goednummer: 7075969 en Apple telefoon met goednummer: 7075973) en geldbedragen (€ 40,- met goednummer: 7075950 en € 113,85 met goednummer: 7075954), verbeurd verklaard. Hierbij houdt de rechtbank rekening met de draagkracht van de verdachte. De voorwerpen zijn ook vatbaar voor verbeurdverklaring.

Het geldbedrag van € 40,- (met goednummer: 7075950) en het geldbedrag van € 113,85 (met goednummer: 7075954) zijn door middel van het strafbare feit verkregen.

Het strafbare feit is met behulp van de Apple telefoon (met goednummer: 7075969) en de Apple telefoon (met goednummer: 7075973) gepleegd.

De voornoemde inbeslaggenomen voorwerpen behoren aan de verdachte toe.

Teruggave

De rechtbank beslist tot de teruggave van de in beslag genomen simkaarten (met goednummer: 7075968) aan de verdachte.

6. Vordering tot tenuitvoerlegging

Vordering

De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 70 dagen, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging.

Oordeel van de rechtbank

De nu bewezen feiten zijn tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de feiten heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen.

Daarom wordt de vordering toegewezen en beslist de rechtbank tot de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk gedeelte van de straf.

7. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 33, 33a en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet.

8. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 en 3, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 10 maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

In beslag genomen voorwerpen

- verklaart verbeurd voor feit 1: Apple telefoon (met goednummer: 7075969), Apple telefoon (met goednummer: 7075973), geldbedrag van € 40,- (met goednummer: 7075950) en geldbedrag van € 113,85 (met goednummer: 7075954);

- beveelt de teruggave van de simkaarten (met goednummer: 7075968) aan de verdachte;

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10-318777-24)

beveelt de tenuitvoerlegging van de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 70 dagen, zoals opgelegd in het vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Rotterdam op 22 april 2025.

9. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H. Wielhouwer, voorzitter,

en mrs. M.J.C. Spoormaker en N. van Esch, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.D. Bijl, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 15 april 2026.

Mr. H. Wielhouwer is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H. Wielhouwer

Griffier

  • mr. E.D. Bijl

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand