ECLI:NL:RBZWB:2025:5762

ECLI:NL:RBZWB:2025:5762, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28-08-2025, 25/3678

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 28-08-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 25/3678
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening wegens het ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

en

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda.

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [de vergunninghouder] .

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de omgevingsvergunning voor het bouwen van een appartementencomplex op de [locatie] . Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Het college heeft de vergunning op [datum] 2025 verleend. Deze vergunning is voorbereid met de uitgebreid voorbereidingsprocedure. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. De vergunninghouder heeft verklaard dat hij pas eind 2025 of begin 2026 met de werkzaamheden zal beginnen. Op 31 juli 2025 is verzoekster in de gelegenheid gesteld hierop te reageren door het verzoekschrift in te trekken dan wel uit te leggen waaruit het spoedeisend belang nog bestaat. Zij heeft daarop niet gereageerd. De voorzieningenrechter komt daarom tot de conclusie dat er op dit moment geen spoedeisend belang is.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Ten overvloede wijst de voorzieningenrechter erop dat het verzoekster vrij staat een nieuw verzoek om voorlopige voorziening in te dienen, indien de bouwwerkzaamheden alsnog op korte termijn gaan plaatsvinden en er daarmee alsnog een spoedeisend belang ontstaat.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. drs. R.J. Wesel, griffier op 28 augustus 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand