ECLI:NL:RBZWB:2025:6085

ECLI:NL:RBZWB:2025:6085, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-09-2025, RK 25-015688

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-09-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer RK 25-015688
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Beleidssepot. Geheel toewijzen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Locatie Strafrecht

parketnummer: 02-155826-25

rk-nummer: 25-015688

Beslissing op het verzoek ex artikel 530 Sv van:

[verzoekster], geboren op [geboortedag] 1946 te [geboorteplaats] ([land]), woonplaats kiezende ten kantore van mr. P.D.M. van Oers te (4707 ZH) Roosendaal, Bovendonk 11A.

1. De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

 het op 16 juni 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 van het Wetboek van strafvordering (Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:

Op 19 augustus 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. C.P.G. Tax, verzoekster en mr. P.D.M. van Oers als advocaat van verzoekster, gehoord.

Namens verzoekster is verzocht een vergoeding van bovengenoemde schade toe te wijzen.

De advocaat van verzoekster heeft aangevoerd dat verzoekster veel heeft meegemaakt in haar leven wat trauma bij haar heeft veroorzaakt. Op enig moment is er iets bij haar geknapt, waardoor ze in een manische psychose is geraakt, hetgeen ook ten grondslag heeft gelegen aan haar handelwijze op 19 maart 2025. Na het incident is gestart met medicatie en traumabehandeling en inmiddels gaat het een stuk beter met verzoekster. Gelet op voornoemde bijzondere omstandigheden acht verzoekster gronden van billijkheid aanwezig om aan haar de verzochte vergoeding toe te kennen.

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke conclusie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat het verzoek geheel toewijsbaar is.

2. De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.

Op grond van artikel 530 Sv kan aan een gewezen verdachte kan een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.

Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.

Het Openbaar Ministerie is op 21 mei 2025 overgegaan tot een beleidssepot vanwege de gezondheidstoestand van verzoekster. In zo’n geval kunnen gronden van billijkheid voor toekenning van een vergoeding ontbreken als verzoekster de kosten aan zichzelf te wijten had.

Verzoekster heeft verzocht om toekenning van een vergoeding van de kosten voor de aan haar verleende rechtsbijstand. In de nadere toelichting van de advocaat in raadkamer ziet de rechtbank gronden van billijkheid om aan verzoekster een vergoeding toe te kennen. Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 606,03 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.

Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend.

3. De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van

€ 1.286,03, bestaande uit:

- € 606,03 aan kosten van rechtsbijstand;

- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;

bepaalt dat een bedrag van € 1.286,03 zal worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer]

ten name van Stichting Beheer Derdengelden Van de

Luijtgaarden advocaten B.V., onder vermelding van “[kenmerk]”.

Deze beslissing is genomen door mr. R.H.M. Pooyé rechter, in tegenwoordigheid van

mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 2 september 2025.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand