ECLI:NL:RBZWB:2025:6107

ECLI:NL:RBZWB:2025:6107, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-09-2025, BRE 23/1102

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 16-09-2025
Datum publicatie 18-09-2025
Zaaknummer BRE 23/1102
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

8:54; 8:75a, In geval van tegemoetkomen door het bestuursorgaan wordt in beginsel een proceskostenveroordeling voor de beroepsfase uitgesproken. De rechtbank is niet gebleken van bijzondere omstandigheden. Aan toekenning van een vergoeding van kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand staat niet in de weg dat die bijstand is verleend op basis van "no cure no pay", zodat de rechtbank een proceskostenveroordeling voor de beroepsfase zal uitspreken. De rechtbank wijst het verzoek om een vergoeding van de kosten in bezwaar af. In dit geval heeft belanghebbende zelf een bezwaarschrift ingediend en gemachtigde vervolgens een aanvullend bezwaarschrift. Het indienen van een aanvulling op het bezwaarschrift wordt in het Bpb niet genoemd als een handeling die voor vergoeding in aanmerking komt.

Uitspraak

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

(gemachtigde: mr. I.N.D.J. Rissema),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van de heffingsambtenaar van 23 januari 2023. Belanghebbende heeft het beroep ingetrokken, omdat de heffingsambtenaar haar op 2 maart 2023 heeft laten weten dat de naheffingsaanslag met [aanslagnummer] is vernietigd.

De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De heffingsambtenaar heeft de rechtbank meegedeeld dat er geen aanleiding is voor het vergoeden van de proceskosten. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat het bezwaarschrift van gemachtigde en de uitspraak op bezwaar elkaar hebben gekruist.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling voor de beroepsfase toe en voor de bezwaarfase af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Is de heffingsambtenaar aan belanghebbende tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet dus beoordelen of de heffingsambtenaar geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen.

Op 8 februari 2023 heeft belanghebbende beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van belanghebbende ongegrond is verklaard. De heffingsambtenaar heeft op 2 maart 2023 belanghebbende laten weten dat de naheffingsaanslag met [aanslagnummer] is vernietigd. Hiermee is de heffingsambtenaar tegemoetgekomen aan het beroep van belanghebbende.

Moet de heffingsambtenaar de (proces)kosten van belanghebbende vergoeden?

5. In geval van een tegemoetkomen door het bestuursorgaan wordt in beginsel een proceskostenveroordeling voor de beroepsfase uitgesproken. Op dit uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden. De rechtbank is niet gebleken van bijzondere omstandigheden. Aan toekenning van een vergoeding van kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand staat niet in de weg dat die bijstand is verleend op basis van “no cure no pay”, zodat de rechtbank een proceskostenveroordeling voor de beroepsfase zal uitspreken. De proceskostenvergoeding bedraagt € 453,50 (1 punt voor het indienen van een beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5).

De rechtbank ziet aanleiding om het verzoek om een vergoeding van de kosten in bezwaar, vanwege de inschakeling van een professionele hulpverlener, af te wijzen. De rechtbank stelt daarbij voorop dat een kostenvergoeding wordt gebaseerd op de forfaitaire regeling van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). In het Bpb en de bijlage daarbij is limitatief opgesomd welke handelingen voor vergoeding van kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand in aanmerking komen. In dit geval heeft belanghebbende zelf een inhoudelijk bezwaarschrift ingediend. Gemachtigde heeft vervolgens een aanvullend bezwaarschrift ingediend. De rechtbank constateert dat het aanvullend bezwaarschrift een summiere aanvulling is van hetgeen belanghebbende zelf al naar voren heeft gebracht. Het indienen van een aanvulling op het bezwaarschrift wordt in het Bpb niet genoemd als een handeling die voor vergoeding in aanmerking komt. Er is ook geen sprake van bijzondere omstandigheden om daarop een uitzondering te maken. Ook overigens zijn er in de bezwaarfase geen handelingen verricht door de gemachtigde die voor vergoeding in aanmerking komen.

Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?

6. De rechtbank wijst erop dat de heffingsambtenaar verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden.Belanghebbende moet zich hiervoor dan ook tot de heffingsambtenaar wenden.

Conclusie en gevolgen

7. De rechtbank wijst het verzoek om veroordeling in de proceskosten voor de beroepsfase als kennelijk gegrond toe. Belanghebbende krijgt een vergoeding van haar proceskosten. De inspecteur moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 453,50. De rechtbank wijst het verzoek voor het overige als kennelijk ongegrond af.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van

mr. W. Dekkers, griffier, op 16 september 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. drs. S.J. Willems-Ruesink

Griffier

  • mr. W. Dekkers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2025092205 FutD 2025-1930
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand