ECLI:NL:RVS:2025:4904

ECLI:NL:RVS:2025:4904, Raad van State, 03-10-2025, 202406792/1/A2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 03-10-2025
Datum publicatie 15-10-2025
Zaaknummer 202406792/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0035303

Samenvatting

[appellante] heeft bij de woningcorporatie Stichting Thuisvester verzocht om een urgentieverklaring. Vervolgens heeft zij vanwege het uitblijven van een reactie op haar verzoek om een urgentieverklaring beroep ingesteld bij de rechtbank. Drie dagen daarna heeft Thuisvester haar bericht dat zij een urgentieverklaring krijgt. Volgens haar heeft het college van burgemeester en wethouders van Rucphen een dwangsom verbeurd, omdat niet tijdig op haar verzoek was beslist door Thuisvester.

Uitspraak

202406792/1/A2.

Datum uitspraak: 3 oktober 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in Sint Willebrord, gemeente Rucphen,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland­-West­-Brabant van 24 september 2024 in zaak nr. 23/10699 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Rucphen.

Openbare zitting gehouden op 3 oktober 2025 om 10:45 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer;

mr. C. Kouidar, griffier.

Verschenen:

[appellante], vertegenwoordigd door mr. O.C. Bozbiyik;

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 24 september 2024 van de rechtbank Zeeland-­West­-Brabant.

De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

Motivering:

1. [appellante] heeft bij de woningcorporatie Stichting Thuisvester (hierna: Thuisvester) verzocht om een urgentieverklaring. Vervolgens heeft zij vanwege het uitblijven van een reactie op haar verzoek om een urgentieverklaring beroep ingesteld bij de rechtbank. Drie dagen daarna heeft Thuisvester haar bericht dat zij een urgentieverklaring krijgt. Volgens haar heeft het college een dwangsom verbeurd, omdat niet tijdig op haar verzoek was beslist door Thuisvester.

2. De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank zich terecht onbevoegd heeft geacht van het geschil kennis te nemen. Uit wat [appellante] naar voren heeft gebracht, is niet gebleken dat het oordeel van de rechtbank onjuist is. In de van toepassing zijnde Huisvestingsverordening Rucphen 2020 is geen regeling zoals bedoeld in artikel 12 van de Huisvestingswet 2014 opgenomen. Daarmee is er voor het college geen publiekrechtelijke bevoegdheid voor het nemen van besluiten over urgentieverklaringen. Daarom kan ook geen sprake zijn van het niet-tijdig nemen van een besluit door het college. Het betoog slaagt niet.

3. Het hoger beroep is ongegrond.

4. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Bangma

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Kouidar

griffier

1120

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C. Kouidar

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand